| Jongeren en schulden: hoe diep kun je gaan? |
|
|
| maandag 31 maart 2008 | |
|
Inleiding De 20-jarige Oliver Twist - zullen we maar zeggen - stond ik als advocaat terzijde in de beginfase van de WSNP in 2000. Hij was in eerste instantie niet toegelaten tot de WSNP. Oliver Twist trok op 20-jarige leeftijd vanuit Nederland naar Engeland om huis aan huis schilderijen (replica’s van Hollandse meesters!) te verkopen. Hij voelde zich alleen en belde daarom vaak met zijn vriendin in Nederland. De telefoonrekeningen van beide toestellen stegen in een jaar tijd tot een totaal bedrag van EURO 5.500,--. Deze rekeningen waren ondanks het ontoereikende saldo en het feit dat de ABN/AMRO slechts een debetsaldo van EURO 250,00,- toestond, volledig afgeschreven van zijn bankrekening. Door het ontstane tekort konden de huur en de vaste abonnementskosten van de telefoon niet meer worden voldaan. Nadat Oliver een vaste dienstbetrekking had gevonden als glazenwasser, had zijn werkgever hem EURO 700,-- geleend ter voldoening van zijn huurschuld. Terugbetaling vond plaats door maandelijkse inhouding van EURO 50,00 op zijn salaris. Ook verklaarde Oliver ter zitting een aantal vakantiedagen ter delging van zijn schuld ter beschikking te zullen stellen. Oliver deed een beroep op de gemeentelijke schuldhulpverlening. Toen bleek dat het merendeel van de grotere crediteuren, hun medewerking niet wenste te verlenen werd hem geadviseerd een beroep te doen op de WSNP. Ter zitting gaf Oliver dapper aan vastbesloten te zijn een andere wending aan zijn leven te geven. Hij had zijn consumptiepatroon beperkt en onder meer berust in de afsluiting van gas, water en licht. De kamer werd ’s-avonds verlicht met kaarsen! Ook liet hij zijn vaste telefoonaansluiting afsluiten. De Rechtbank Rotterdam weigerde hem tot de WSNP toe te laten, aangezien sprake was van kwade trouw met betrekking tot het ontstaan en onbetaald laten van de schulden. Oliver ging in beroep bij het Gerechtshof ’s-Gravenhage. Het Hof was van oordeel, dat er geen gegronde vrees bestond dat Oliver zijn verplichtingen voortvloeiende uit de toepassing van de schuldsaneringsregeling niet naar behoren zou nakomen. Ook al was hij niet te goeder trouw bij het aangaan van zijn schulden, dan was daarmee nog niet gezegd dat toepassing van de schuldsaneringsregeling in dit geval van overconsumptie achterwege dient te blijven. Voor het hof leveren al de vorengenoemde omstandigheden, gevoegd bij het vertrouwen dat er bestaat dat betrokkenen alles in het werk zou stellen om zijn schulden in de komende periode zoveel als mogelijk is af te lossen en te komen tot een blijvende beheersing van zijn uitgavenpatroon, voldoende grond op om hem in de bijzondere omstandigheden van dit geval toch tot de schuldsaneringsregeling toe te laten. Deze uitspraak van het Gerechtshof ’s-Gravenhage van 18 januari 2000 is tot op de dag van vandaag na te lezen op de website van het bureau WSNP onder archiefnummer 200A001.
Bekeken met een actuele bril Het is de vraag of onder het geldende recht en het tegenwoordige denken over de reikwijdte van de WSNP toelating (uiteindelijk) even gemakkelijk zou hebben plaats gevonden. Insolventie-rechters hebben enigszins hun illusies verloren over gestelde wendingen in jonge levens en verlangen bijvoorbeeld blijkens de Recofa-richtlijnen schriftelijke bevestiging van hulpverleners, dat het echt al geruime tijd beter gaat met de voormalig big spender. Onderzoek van het Nibud in 2005 wees uit, dat de meeste werkende jongeren tussen de 16 en 25 jaar schulden hebben, waarbij het niet zo is, dat degenen die thuis zijn blijven wonen minder schulden hebben. In Nederland gaan momenteel met regelmaat jonge mensen failliet bijvoorbeeld omdat zij hoge schulden hebben aan mobiele telefoonproviders.
Welvaartswereld In een welvaartswereld als de onze zijn kinderen gewend om alles, wat zij zien te krijgen. Ouders gaan daarin soms zo ver mee, dat zij zelf in schulden raken om hun kinderen sportschoenen van het juiste merk te geven. Zij gaan zelfs nadenken over het ensceneren van familiedrama’s, wanneer de consumptiemogelijkheid achter blijft bij de hooggespannen verwachtingen en zij hun kinderen niet kunnen geven, wat die willen. Ook kinderen kunnen niet wachten: “ik wil het nu!”. Kinderen kunnen evenmin beslissen; trouwen steeds later, als zij al trouwen, krijgen steeds later kinderen, als zij al kinderen krijgen, gaan later naar het klooster of andere vormen van het Godgewijde leven, als zij al de moed hebben te concluderen tot die weg geroepen te zijn. Kinderen zijn bang om existentieel bindende beslissingen te nemen. Zij groeien financieel beschermd op – dat wil zeggen tot zij 18 jaar zijn geworden (en voordien niet in de klauwen zijn gevallen van een ringtone producent). Dan stort de boze buitenwereld zich op hen en kunnen zij zelf beslissen om … schulden te maken voor nog meer hebbedingen, bij wetsduiding gepromoveerd tot handelingsbekwaamheid, qua leeftijd volwassen, maar nog verre van matuur, een willige prooi. Telefoonproviders spelen hierop in. Zij zijn echter niet de enige; wie gaat studeren, krijgt ongevraagd aanbiedingen voor credit cards en “even rood staan”. Jeugd is kwetsbaar en vatbaar voor verleidingen; alcohol, drugs, goedkope seksualiteit zonder liefde, maar ook krediet dat voor het grijpen ligt teneinde daarmee impulsaankopen te doen. Denk aan de publiekscampagne met Thijs van Ommen die zijn kamer behing met gefinancierde plasmatelevisie. Een beschaafd land kan niet toestaan, dat jongeren van 20 jaar failliet kunnen worden verklaard compleet met curator, RC en een advertentie in de krant, en –geheel eigentijds- digitaal in het insolventieregister op rechtspraak.nl worden opgenomen. Hebben zij “opgehouden te betalen”, dan moet een beschermingsregime worden ingesteld, totdat zij wel zelf in staat zijn de financiën op orde te houden. De bescherming moet breed zijn inclusief post traumatische stress begeleiding, in dier voege dat wordt voorkomen, dat de betrokken jongere levenslang geknakt door het leven gaat.
Preventie Nog veel beter zou het trouwens zijn, dat vanaf de geboorte door ouders en andere grote mensen zou worden uitgedragen dat consumeren niet gelukkig maakt, en dat het in het leven draait om “the Real Thing”, zoals de befaamde kardinaal Newman dat placht te noemen. Voor de korte termijn is dat in ieder geval te veel gevraagd, aangezien ouders en opvoeders doorgaans even materialistisch zijn als hun kinderen en zelf nog zouden moeten worden opgevoed. Ook geldschieters dienen te worden afgestraft in dier voege dat zij geen recht op restitutie hebben, als zij lichtvaardig een jongere in een problematische schuldsituatie hebben geholpen, dan wel hebben getalmd met het nemen van incassomaatregelen, waardoor de schuld verder dan nodig is opgelopen. Heeft de overheid zelf schuld door gerommel en geteut met uitkeringen, dan dient de overheid daarvoor een financiële sanctie opgelegd te krijgen, die wordt gebruikt om de debiteur en schuldeisers in dezelfde positie te brengen als het geval zou zijn geweest bij zorgvuldig handelen van de overheid; daar hebben kinderen (en niet-kinderen trouwens ook!) recht op. |



Stichting Modus Vivendi (lid NVVK sinds 2007)