| Jongeren en schulden: waar begint zoiets? |
|
|
| maandag 31 maart 2008 | |
|
Inleiding In 2003 stelde de Tweede Kamer, bij monde van mevrouw Agnes Kant van de SP, de vraag aan de orde of reclames gericht op kinderen onder de 12 jaar een wenselijk inkomstenbron zijn voor de publieke omroepen. De toenmalige staatssecretaris Medy van der Laan (D66) reageerde daar destijds op door te zeggen dat een reclameverbod tegelijkertijd de kwaliteit van kindertelevisie zou aantasten en prefereerde de zelfregulering van de markt en verhoging van weerbaarheid van kinderen. Anno 2005 kwam de toenmalige regering niettemin tot het voornemen het experiment met de reclamevrije kinderblokken, dat op basis van de kamervragen wel gestart was, definitief te maken en het jeugdblok zappelin reclamevrij te maken.
Achterhoede gevecht Nu, bijna 5 jaar later, moeten wij constateren dat de destijds gevoerde discussie achterhoede gevechten lijken te zijn geweest. Niettegenstaande de inmiddels bestaande Kinder- en JeugdReclamecode, en meer nadrukkelijk artikel 2 van deze code waarin het aanzetten tot het kopen van producten door te profiteren van de onervarenheid en goedgelovigheid van kinderen niet mag, heeft de groep van minderjarigen en zelfs kinderen (!) zich inmiddels in de kijker gespeeld als groeiende groep met potentieel financiële problemen als gevolg van aangegane langlopende financiële verplichtingen die hun draagvermogen te boven gaan. Hierbij wordt allereerst gedacht aan de laagdrempelige verkrijging van “gratis” ringtones en de daarin vaak vervatte combinatie met een afname abonnement. De groep kinderen en minderjarigen waar de Tweede Kamer in 2003 aandacht voor vroeg lijkt inmiddels gepromoveerd te zijn tot de groep financieel kwetsbaren die zorgdragen voor de verontrustende statistiek waaruit blijkt dat het aantal personen onder de 25 op wie een schuldsaneringsregeling van toepassing is verklaard de afgelopen drie jaar verdrievoudigd is. Hoe groot de groep jongeren is op wie (nog) niet de WSNP van toepassing is verklaard maar daar dicht tegenaan zit is waarschijnlijk “top van de ijsberg”-aantallen gezien de bij de NVVK-leden geconstateerde explosieve groei van jongeren met problematische schulden die voor een hulpvraag komen bij de schuldhulpverlening.
Getallen Het aantal jongeren met een onoplosbare schuldenproblematiek stijgt (zie ook verder in deze nieuwsbrief). In 2005 was op 175 jongeren onder de 25 de WSNP (Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen) van toepassing verklaard, in 2006 330 en in 2007 in totaal 516. Daarmee zijn zij zowel absoluut als relatief de leeftijdsgroep bij wie de schuldenproblematiek zo (substantieel) stijgt. Alle andere leeftijdsgroepen vertonen dalingen.
Beleid Het is geen gewaagde stelling dat het inzetten van gemeentelijk- en overheidsbeleid op preventie één van de meest effectieve, en misschien wel dè meest effectieve, methode is om deze kennelijk ingezette trend te keren. Wat verontrustend is is het feit dat in 2003 weliswaar geconstateerd is dat verhoging van de weerbaarheid van kinderen een methode van aanpak is, maar dat in 2008 nog altijd niet bij (zeer, zeer) veel gemeenten de gedachte geland is dat verhoging van de weerbaarheid minimaal op enig wijze in het beleid moet voorkomen. De overheid verwacht het van de gemeenten om op lokaal niveau hiervoor beleid te gaan ontwikkelen middels speciale schoolprogramma's (en geeft daar overigens ook geld voor), de lokale overheden zien slechts in incidentele gevallen de noodzaak expliciet omschreven projecten op te nemen in hun beleid. Goede voorbeelden hiervan zijn de gemeente Utrecht, Rotterdam, en sommige kleine gemeenten zoals bijvoorbeeld Barendrecht. Langlopende projecten die zijn opgenomen in het onderwijs-programma zijn (nog) niet ontwikkeld. Er ligt dus een taak voor de professionals in het veld de aandacht bij de gemeenten te richten op het feit dat het geld dat zij ontvangen voor schuldhulpverlening (maar niet persé daaraan besteed hoeft te worden, zogenaamd niet-geoormerkt) bijna schreeuwt om besteding in schoolprogramma's voor onderwijs. Wèèr een media-campagne over schulden, zij het lokaal of nationaal, blijft minder lang hangen dan een goed ontwikkeld schoolprogramma!
Niet iedereen zit stil Het gebrek aan goed doordachte en goed functionerende preventieve trajecten staan in geen verhouding tot het enorm toegenomen bombardement door bedrijven van reclames die (ook) jeugd proberen te verleiden tot consumeren. Inmiddels is bij veel commerciële bedrijven die diensten aanbieden het besef doorgedrongen dat een langlopende verplichting voor het afnemen van diensten een even solide businessmodel is als het aanbieden van bijvoorbeeld financieringen; de hoogte van de maandtermijnen ontlopen elkaar niet heel veel. Verplichting van toetsing van de kredietwaardigheid, zoals wel verplicht is bij financieringen en bij levering op afbetaling, is bij het aangaan van een langlopende verplichting of abonnement niet verplicht en toezicht van de AFM (Autoriteit Financiële Markten) wordt daarbij vermeden.
Schulden los je niet op met geld, die voorkòm je met kennis Schulden zijn in feite niets anders dan verplichtingen die nog niet nagekomen zijn. Ze worden problematisch wanneer het uitzicht op het kunnen nakomen van die verplichtingen verdwijnt achter een horizon die niet bereikt kan worden. Het is belangrijk jongeren bewust te maken dat een dergelijke horizon bestaat. De noodzaak voor die bewustwording begint al op jonge leeftijd, want ook de reclames beginnen al op jonge leeftijd. Het is te hopen dat ook op lokaal niveau, waar immers de bestuurders achter de (financiële) knoppen zitten, de noodzaak voor die inspanningen ingezien wordt.
| |
Bekijk alle artikels van deze auteur |
|



Stichting Modus Vivendi (lid NVVK sinds 2007)