| Jongeren in problematische schulden |
|
|
| maandag 31 maart 2008 | |
|
Nieuwsberichten over jongeren in problematische schulden staan niet op zichzelf. Ook uit cijfers blijkt dat een groeiend aantal jongeren in de financiële problemen komt. “Van de naar schatting 150.000 tot 200.000 huishoudens in Nederland met problematische schulden is het aandeel jongeren tussen de 18 en 25 jaar de afgelopen jaren gestegen tot elf procent” (bndestem: Vooral jongeren steken zich in de schulden).
Onduidelijk is of deze stijging wordt veroorzaakt door een grotere bekendheid van de WSNP of omdat er meer jongeren in problematische schulden komen. Op zoek naar een mogelijke verklaring zijn rapporten van diverse Nibud onderzoeken geraadpleegd. Deze rapporten kunnen opgevraagd worden via een link die onderaan dit artikel staat vermeld.
In een vergelijking tussen de Scholierenonderzoeken van 2005 en 2007 komt het beeld naar voren dat een steeds meer jongeren er geen problemen mee hebben geld te lenen. Lenen kunnen scholieren over het algemeen alleen bij ouders en vrienden, ze komen hier niet direct mee in problematisch schulden. Wel wordt in deze fase van het leven de basis gelegd van toekomstig gedrag op financieel gebied. Het valt niet uit te sluiten deze ontwikkeling zich vertaalt in een stijging van het aantal problematische schuldsituaties wanneer deze scholieren financieel zelfstandig zijn.
In dit verband lezenswaardig zijn ook de rapporten “Financieel gedrag werkende jongeren 2005” en “Financiële opvoeding 2007”. Het lijkt erop dat de huidige generatie jongeren onvoldoende voorbereid wordt op financiële onafhankelijkheid. Zorgelijk is dat de meerderheid van uitwonende werkende jongeren in het genoemde onderzoek schulden heeft ter grootte van ruim anderhalf maandinkomen en deze groep maandelijks gemiddeld een tekort van € 164,- op de begroting heeft. Nog zorgelijker is de grootte van de groep die aangeeft te lenen voor levensonderhoud, terwijl de post vakantie omgerekend per maand een even groot deel van de uitgaven uitmaakt.
Onduidelijk is in hoeverre de resultaten van deze onderzoeken voor de hele leeftijdscategorie gelden. De stijging van het aantal WSNP-aanvragen doet vermoeden dat deze ontwikkeling niet beperkt blijft tot de onderzochte groep. Het hoeft ook geen verbazing te wekken, aangezien het hier gaat om een generatie die opgroeide in een tijd van economische bloei. In een gezinssituatie waarin een grote financiële bestedingsruimte is, lijkt de noodzaak niet te bestaan kinderen al jong te leren met geld om te gaan. Aannemelijk is dat ouders het ook een blijk van goed ouderschap vinden dat ze hun kinderen op alle terreinen ondersteuning kunnen bieden. Alle tekenen wijzen er echter op dat het niet financieel zelfstandig maken van kinderen een averechts effect heeft. De oproep geldt dan ook aan alle opvoeders serieus werk te maken van de financiële opvoeding van hun kinderen. Op de website van het Nibud staan bruikbare adviezen om hier concreet invulling aan te geven.
Rapporten NIBUD: http://www.nibud.nl/pers/?page=main&subject=onderzoeksrapporten
| |
Bekijk alle artikels van deze auteur |
|



Stichting Modus Vivendi (lid NVVK sinds 2007)