|
De bewindvoerder en zijn Zwitserse gevoel |
|
|
|
dinsdag 31 maart 2009 |
U kent ze vast wel; de bekende Zwitserse zakmessen. Uitgerust met een arsenaal van handige gereedschappen; van vlijmscherp fileermes tot minuscuul pincet, van blikopener tot tandenstoker. Dit ‘Schweizer Messer’ wordt mondiaal als een onmisbaar hulpmiddel voor avonturiers en ‘MacGyvers’ beschouwd om te kunnen overleven. Het mes met het bekende ‘Zwitserse kruis’ op het heft is er in verschillende types en hulpmiddelcombinaties. Van ‘instapmodel’ tot ‘full option,’ doch allen levenslang gegarandeerd tegen materiaal- en constructiefouten. Nooit enig verband kunnen leggen tussen dit ‘jongensspeeltje’ en een bewindvoerder WSNP? Wat schetst mijn verbazing? Beide profielen vertonen in bepaald opzicht wel degelijk gelijkenissen. Om te beginnen zijn beiden multifunctioneel gebleken. Zo is de bewindvoerder in staat een ‘messcherpe’ afbakening van zijn werkzaamheden en toezichthoudende taken aan te brengen (ex art. 295 en 316 Fw). Op deze wijze is hij terdege bewust van wat er van de schuldhulpverlener in het minnelijk traject mag worden verlangd en wat van hem binnen het wettelijk kader. Met zijn analytisch vermogen is hij niet alleen in staat om de Rechtbank de kleinste, doch meest essentiële details te rapporteren. Hij weet tevens complexe situaties helder uiteen te zetten en deze duidelijk over te brengen zodat de essentie bij anderen overkomt en wordt begrepen. De bewindvoerder fungeert op deze wijze als figuurlijke ‘blikopener’ voor Rechtbanken, schuldenaren en schuldeisers, hetgeen dient te leiden tot een beter zicht op de zaak. Hierna leidt de bewindvoerder hen langs de ‘moeilijk begaanbare paden’ door de wereld die insolventierecht heet en ontdoet deze, waar mogelijk en binnen zijn mogelijkheden, van lastige obstakels.
De Wetgever zou dergelijke gedachten reeds eerder gehad kunnen hebben toen hij op 4 juli 1990 de Wet op het consumentenkrediet afkondigde. Met voortschrijdend inzicht werd in artikel 48 eerste lid sub c Fw destijds al een plekje ‘gereserveerd’ voor curatoren en bewindvoerders ingevolge de Faillissementswet (waar bewindvoerders WSNP zich sinds de invoering van titel III op 1 december 1998 ook onder mochten scharen). De Wetgever acht de bewindvoerder namelijk ook in staat zich toe te leggen op schuldbemiddeling. Op het moment worden de bewindvoerders nog gehinderd door bepalingen in de wet- en regelgeving, waardoor zij specifieke onderdelen van binnen de minnelijke schuldhulpverlening (nog) niet mogen uitvoeren. Op grond van artikel 285 eerste lid sub f Fw is de bewindvoerder niet gerechtigd tot het afgeven van een verzoekschrift tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Ook verbiedt de Raad voor Rechtsbijstand de bewindvoerder op grond van 1.8 van de Kwaliteitsnormen bewindvoerderorganisaties in het kader van Wsnp (versie II, juni 2008) “strijdige werkzaamheden” te verrichten (noot redactie: Uit betrouwbare bron is gemeld dat deze restrictie in de audit-voorwaarden zal komen te vervallen. Bij het verzenden van deze nieuwsbrief was hiervan nog geen formele bevestiging uitgegaan; verandering ligt in het verschiet). Van laatstgenoemde is sprake indien de bewindvoerder werkzaam is binnen organisatie schuldhulpverlening en/of budgetbeheer uitvoert. Wegens een aanzienlijke afname in benoemingen van bewindvoerders in schuldsaneringen het afgelopen jaar (en dit jaar) hebben tal van bewindvoerders zich genoodzaakt gezien hun competenties en bevoegdheden ook binnen andere disciplines in te zetten. Sommigen hebben de oversteek naar de schuldhulpverlening gewaagd, anderen bekleden een functie als insolventie-expert bij een deurwaarder, een incassoafdeling of insolventiegriffie. Het is niet voor niets dat Rechtbanken de afgelopen jaren bewindvoerders WSNP in toenemende mate zijn gaan benoemen in eenvoudige faillissementen en omzettingen in faillissement na tussentijdse beëindiging van de schuldsanering. De Rechtbanken hebben kennelijk ingezien dat (ervaren) bewindvoerders in bepaalde dossiers dezelfde werkzaamheden kunnen uitvoeren die tot voor kort slechts waren voorbestemd aan advocaten die als curator optraden. Verder blijkt dat Rechtbanken steeds vaker de schuldsaneringsverklaring ingevolge artikel 285 Fw naast het aanvangsverslag ex artikel 318 Fw van de bewindvoerder houden. Dit ter verificatie op volledigheid en juistheid. Immers, wanneer Rechtbanken ook maar enigszins vermoeden dat het aan laatstgenoemde schort, worden de bewindvoerders op onderzoek uitgestuurd. Ook op dit vlak wordt de bewindvoerder voldoende capabel geacht om bescheiden rondom de aanvraag op imperfecties te controleren en aan te vullen. Het is thans afwachten of de Wetgever deze 'open invitatie' in de toekomst zal honoreren door de bewindvoerder onder bepaalde condities ook de wettelijke bevoegdheid te verlenen om de zgn. schuldsaneringsverklaringen op te mogen stellen.
Hoe dan ook, het is vast komen te staan dat het profiel van de bewindvoerder multifunctioneel is gebleken. Immers, het (Zwitsers) mes snijdt aan twee kanten! Dus Wetgever, doe er Uw voordeel mee!
|
V.T. Raats |
| Over de auteur: |
| Sinds 2002 actief als Bewindvoerder WSNP/Curator bij Modus Vivendi Wettelijk Traject B.V. | |