| Interview met mevrouw P.J.M.G. Blanksma-van den Heuvel, lid Tweede Kamer (CDA) |
|
|
| dinsdag 22 juli 2008 | |
“Mensen dom houden in de hulpverlening kan niet!”
De huidige coalitie heeft duidelijk ingezet op armoedebestrijding en participeren. Dat dit plaatsvindt in het bewustzijn dat schuldhulpverlening een belangrijk instrument is om deze twee maatschappelijke doelstellingen te bereiken is duidelijk gebleken uit het feit dat de huidige regering ruimhartig gelden heeft vrijgemaakt voor de schuldhulp. Vanzelfsprekend legt ieder van de coalitiepartners eigen accenten bij de wijze van besteden van de gelden en eigen accenten bij de uitvoering van de schudhulpverlening. Reeds eerder gaven de ChristenUnie bij monde van mevrouw Ortega en de PvdA bij monde van de heer Spekman hun visie op schuldhulpverlening. In dit interview maakt mevrouw Blanksma ons deelgenoot van het gedachtegoed van het CDA op het gebied van schuldhulpverlening. Kernwoorden daarin zijn preventie, eigen verantwoordelijkheid en zorg:
Preventie
Het CDA hecht, juist in de problematiek rondom schulden, zeer sterk aan de eigen verantwoordelijkheid van mensen. Daar gaat de verantwoordelijkheid mee gepaard dat je ook voor de preventieve kant van schulden aandacht moet hebben. Uit het onderzoek van CentiQ blijkt dat 2.5 miljoen mensen in Nederland als financieel laconiek of ongeletterd gekarakteriseerd moet worden met als kenmerk dat zij slecht kunnen rondkomen en zeer slecht overzicht over hun financiën hebben en, in verhouding tot hun inkomen en vermogen, veel schulden. Daarom is het belangrijk om door middel van campagnes zoals “Blijf positief” mensen wegwijs te maken in wat er aan geld binnenkomt en wat er uit gaat. Aan die preventieve kant moeten we blijven investeren.
Preventie via scholen
Ook scholen kunnen in de preventie een bijdrage leveren. Je moet daarbij niet van scholen verwachten dat ze ieder maatschappelijk probleem kunnen oplossen: het probleem van de ca. 160.000 gezinnen die diep, diep in de financiële problemen zitten is een maatschappelijk probleem, geen probleem exclusief voor scholen. De scholen leveren een bijdrage door gebruik van schoolprogramma's van instituten zoals het NIBUD. Ik denk dan echt niet meteen aan het creëren van een apart vak voor de huishoudelijke financiën; opname van deze cursussen kan uitstekend in bijvoorbeeld het vak Maatschappijleer. Samen met een vak als rekenen zijn er dan voldoende ingrediënten om kinderen en jongvolwassenen te leren omgaan met geld: “Gewoon weer kassaatje spelen!”
Lenen
CDA is absoluut niet tégen lenen. Lenen is een belangrijk onderdeel van ons economisch bestel. Het moet wel verantwoord zijn met een aanwezigheid van het besef dat je wat je leent ook moet kunnen terugbetalen. Je moet niet gaan tot aan de grenzen van je wat je kunt lenen zonder rekening te houden met risico's van tegenslag zoals verlies van je baan of een echtscheiding, kortom een situatie die je niet helemaal kunt voorspellen. Een campagne zoals “Blijf positief” die appelleert aan de eigen verantwoordelijkheid en die daarnaast mensen bewust maakt van de toekomst kan dat goed bewerkstelligen, maar dus niet dàt alleen.
Het is natuurlijk jammer dat tegenover één “Blijf positief”-campagne talloze andere reclame-uitingen zijn van de financieringsbedrijven en instellingen. Daar zou meer balans in moeten zitten; er bestaat zoiets als een tè overvloedige blootstelling van mensen aan deze reclames. De suggestie dat je een loser zou zijn als je deze keuken niet koopt en dat je gelukkig had kunnen zijn als je die auto had gehad, gaat in verleidelijkheid vele malen te ver. Daar komt nog bij dat het tijdstip waarop dit soort reclames uitgezonden wordt niet 's avonds na thuiskomst van het werk is, maar overdag terwijl mensen uit verveling of vanwege het feit dat zij geen werk hebben televisie kijken . Zij krijgen juist op dat soort tijdstippen voortdurend boodschappen over een nieuwe auto, motor of keuken op zich afgevuurd. Dit is wat het CDA betreft een brug te ver; het betreft vaak al een financieel kwetsbare groep mensen.
Europese preventie
Preventie van schuldenproblematiek zie ik ook binnen de uitwisseling van ervaringen tussen oude en nieuwe lidstaten van de Europese Unie. Als het zo zou zijn dat schuldenproblematiek nu reeds zichtbaar begint te worden bij de nieuwe lidstaten en de financiële “jakhalzen” zich reeds agressief roeren op de consumentenmarkt in deze landen dan moeten wij nu reeds dit europees aankaarten en aan banden leggen. Ik gebruik het woordje “jakhalzen” omdat ik mij niet kan voorstellen dat reguliere Europese banken, met wat zij weten van en ervaren hebben met deze problematiek zich op die wijze daar op de markt begeven. Het zou uitermate onwenselijk zijn als nu reeds deze problematiek een onderdeel wordt van de consumentenleningen. Als signalen van deze problematiek zouden komen vanuit die landen zou dat een onderwerp zijn dat zo snel mogelijk als onderwerp op de agenda zou moeten komen.
NEN-normcommissie
Met het gegeven dat de GKB's op dit moment ca. 20% van de mensen met financiële problemen succesvol helpen en 80% niet, dan krijg je een overloop naar andere schuldhulpverleningsinstanties. Op dat moment is het, wat het CDA betreft, belangrijk dat mensen erop kunnen vertrouwen dat degenen die zich opwerpen om te helpen ook betrouwbaar zijn. De sector moet eigen gedragscodes hebben waaraan men zich moet houden. Zij moeten degenen zijn die helpen het signaal af te geven: “Dit is iemand die kan ik vertrouwen en die helpt mij”. Het betreft tenslotte een kwetsbare groep die om schuldhulp vraagt en daar mag geen enkele uitbuiting plaatsvinden. In het verleden is dat helaas wel vaak gebeurt. Dan is de roep om normen te stellen waaraan schuldhulpverlening moet voldoen heel groot. Het normoverleg van het NEN heeft gelukkig al heel veel goeds gedaan voor begrip tussen schuldeisers en schuldhulpverleners voor elkaars positie. Het CDA heeft een hele grote voorkeur om zoveel mogelijk vast te leggen in gedragscodes en zo min mogelijk in wet- en regelgeving. Daarin zie je overigens toch wel nuanceverschillen ten opzichte van bijvoorbeeld de PvdA. Mijn collega Hans Spekman geeft meer de voorkeur aan het vastleggen in regels: voor het CDA heeft het toch duidelijk de voorkeur om de sector zelf haar verantwoordelijkheid te laten nemen. Daar waar de wet- en regelgeving gefaciliteerd moet worden om schuldhulpverlening daadwerkelijk effectief te laten zijn, staan wij zeker aan de kant van de schuldhulpverlening.
Gemeentelijke verantwoordelijkheid en zelfstandigheid
Als gemeenten schuldhulpverlening voorbehouden aan mensen die vallen binnen een bepaalde inkomensgrens en dus onthouden aan mensen die teveel verdienen ben ik het met die opsplitsing eenvoudigweg niet eens. Het CDA is vóór de gemeentelijke vrijheden om schuldhulpverlening op een eigen manier dicht bij de mensen te brengen, maar als blijkt dat op basis van die vrijheden groepen mensen worden uitgesloten dan moet dat bij de staatssecretaris aangekaart worden om daarover een ander standpunt in te nemen. Daarnaast is het heel belangrijk inzicht te krijgen in de wachtlijsten; wie worden er afgewezen, wie gaat er wel door, wie gaat er niet door? Als 20% succesvol wordt geholpen en 80% is dan kennelijk aangewezen op andere oplossingen via familie, vrienden of misschien wel louche bureautjes, dan is dat zorgwekkend. Dit geldt overigens ook voor een oneigenlijk gebruik van het stabilisatietraject. Het stabilisatietraject moet kort zijn, heel kort. Uiteindelijk zijn het mensen die zo snel mogelijk toegeleid moeten worden naar verantwoord zelfstandig handelen en zelfstandig denken; mensen lang dom houden in de hulpverlening kan niet!
Private schuldhulp
Het CDA staat positief tegenover private schuldhulporganisaties. De markt is ook voor private instellingen rondom deze problematiek. Men moet wel transparant zijn ten aanzien van de dienstverlening en de kosten. Daarnaast moeten de inspanningen er op gericht zijn dat zij geen misbruik kunnen maken van mensen met schuldenproblematiek. Ongetwijfeld zal dat leiden tot meer gedragscodes en normen. Het is natuurlijk ook in het belang van de bonafide organisaties dat die normering plaatsvindt als onderscheid naar de malafide organisaties. De normcommissie zal daar zeker een bijdrage in gaan leveren.
LIS (Landelijk Informatiesysteem Schulden)
Het LIS is een mooie aanvulling op het BKR. LIS en BKR tezamen moeten een compleet beeld kunnen geven van de financieringssituatie waarin mensen verkeren. Daar komt natuurlijk ook de verantwoordelijkheid van de overheid zelf bij om de hoek kijken. Als het LIS geen actueel en volledig beeld kan geven doordat bijvoorbeeld de Informatie Beheer Groep voor studieschulden of het CJIB voor boetes een onvolledig of nog niet geactualiseerd beeld geven, dan zijn wij op de verkeerde weg en moet de overheid de hand in eigen boezem steken voor wat betreft de kwaliteit van de bijdrage aan dit systeem. De overheid is daarin nog iets te terughoudend om haar rol te spelen en verantwoordelijkheid op te nemen. Op termijn, als het LIS de pretentie waar wil maken een beeld te kunnen geven van waar mensen financieel staan, moet je de wens hebben ook de gegevens van bijvoorbeeld de belastingdienst in het systeem te kunnen vinden.
| |
Bekijk alle artikels van deze auteur |
|



Laatste Kans Projecten