| De boekenhoek |
|
|
| woensdag 31 maart 2010 | |
|
In het afgelopen halfjaar zijn er een aantal boeken verschenen op het gebied van de WSNP die als zeer lezenswaardig en bijzonder informatief gekwalificeerd kunnen worden. De boeken vallen op door hun grondigheid, compleetheid en actualiteit en verdienen, zo is althans de opvatting van schrijver dezes, op de boekenplank van iedere bewindvoerder WSNP hun plek. Met de introductie in 2006 door de Raad voor Rechtsbijstand van het systeem van permanente educatie is er toenemende aandacht voor de vereiste kennis en kunde van de bewindvoerder WSNP en daarmee ook voor de behoefte aan leerboeken en naslagwerken die zich op dit vakgebied richten. Het aanprijzen van boeken laadt al snel de verdenking op zich van enig belang in de verkoop of het gebruik daarvan. Dat klopt! Het belang ligt niet in de verkoop, maar wel in het gebruik van de boeken: kennis van de inhoud van deze boeken verbetert de uitvoeringskwaliteit van de WSNP. Een belang dat iedereen binnen de WSNP ongetwijfeld graag dient.
Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (deel IX): Prof. mr. B. Wessels Uitgeverij: Kluwer (Tweede druk;2009); ISBN 978-90-13-02120-2;NUR 827-704 ![]() Tussen 1999 en 2003 is de eerste editie van de 10-delige serie over het Insolventierecht van de hand van prof.mr. B. Wessels verschenen. In de periode van 2006 tot 2009 verscheen een tweede bewerking van deze serie. Deel IX van deze serie betrof de behandeling van titel III van de Faillissementswet, beter bekend onder de naam Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). Naast de uitgebreide jurisprudentie en de diverse publicaties die ook binnen dit onderdeel van de Faillissementswet hebben plaatsgevonden was de belangrijkste aanleiding voor de tweede druk van deel IX. de uitgebreide wetswijziging die per 1 januari 2008 van kracht is geworden. In het boek vindt op uitgebreide wijze bespreking van de parlementaire geschiedenis, het uniforme procesreglement en recofa-richtlijnen plaats in de diverse paragrafen. Daarnaast zijn de toevoegingen die gemaakt zijn voor artikel 287 lid 4 (VoVo), 287a en 287b (moratorium) niet alleen verplicht leesvoer voor bewindvoerders WSNP maar voor iedere schuldhulpverlener die ooit overwoog een beroep te doen op één van deze artikelen. Ook de samenvattende opsomming van de op de schuldenaar rustende verplichtingen (par. 9067b) kan aan het rijtje noodzakelijk (WSNP-)voedsel worden toegevoegd. Professor Wessels heeft met deze tweede druk de bewindvoerders WSNP een grote dienst bewezen; met de heldere systematische bespreking van alle artikelen van titel III brengt hij kennis van de bij de rechtbanken spelende overwegingen binnen handbereik. Ook de mogelijkheid tot verdere verdieping middels de vele literatuurverwijzingen is een extra bron van waarde in dit boek. De vaak gehoorde verzuchting van sommige bewindvoerders over beslissingen van de rechtbank, namelijk:”Wat hebben ze hier nu weer zitten denken?”, is voortaan in ieder geval (mede) als antwoord te vinden in deel IX van de serie over insolventierecht (rechters houden vanzelfsprekend immers ook nog hun eigen overwegingen!). Na het lezen van het boek is het helaas niet gezegd, en dat zal ook wel altijd zo blijven, dat vonnissen van de rechtbank daarom voortaan makkelijk te volgen zullen zijn; zoals bijvoorbeeld in par. 9184c. In deze paragraaf bespreekt professor Wessels een casus over de aansprakelijkheid van de bewindvoerder betreffende de voorgeschreven WSNP-publicaties (LJN:BJ0045). De rechtbanken placht(t)en in het publiceren van de vonissen het voortouw te nemen maar regarderen bij een daarin vallend hiaat niettemin de bewindvoerder. De rechtbank verkrijgt daarvoor de steun van professor Wessels, ook onder de nieuwe recofa-richtlijnen. De niet-jurist bewindvoerder blijft dan nog steeds zitten met de wringende gedachte dat het toch ook een algemene maatschappelijke norm is (maar wat is de waarde daarvan in een vonnis?) dat toegeëigende verantwoordelijkheden eveneens transpositie van (mede-)aansprakelijkheid veronderstellen; maar niet zo voor een rechtbank? Het geeft in ieder geval stof tot nadenken! Dat dit vonnis eveneens besproken is in het "jaarboek schuldsanering 2010" (blz. 153) (zie onder) met gelijkluidende conclusie, refererend aan de regel dat wét voor RECOFA-richtlijn gaat "hoe stellig ook door deze laatste op schouders van de griffie gelegd" relativeert (voor de praktisch opererende niet-jurist) niettemin maar ten dele de praktische consequentie van dit vonnis. Concluderend: Als naslagwerk én als studieboek verplichte kost!
Waar haal je, als schuldhulpverlener, je informatie vandaan over belastingen, toeslagen, verrekeningen, invorderingen en beslagen? Formeel was dat tot 30 juni 2009 met name de Invorderingswet 1990 (IW). Sedert 1 juli 2009 zijn in de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) de basisregels voor de (dwang)invordering beschreven. Daarnaast zijn de recente periode diverse aanpassingen gekomen die het invorderingsproces substantieel hebben gewijzigd (zoals bijvoorbeeld de introductie van de overheidsvordering, zie nieuwsbrief oktober 2009). Deze formele bronnen zijn in praktische zin natuurlijk voor de schuldhulpverlener geen bruikbare naslag. Onder redactie van de heer A. van Eijsden is daarom de Invorderingsgids 2010 (als vervolg op de Invorderingsgids 2009) samengesteld. Op zeer transparante wijze geeft deze invorderingsgids de praktische toepassing van de wetsregels, de jurisprudentie en de richtlijnen weer. Daarmee verkrijgt de gebruiker van deze gids een feitelijker beeld van de toepassing van de eerder genoemde wetten. Jaarboek schuldsanering 2010: mr. G.H. Lankhorst
| |
Bekijk alle artikels van deze auteur |
|







Schuldhulpverlening