Bewindvoerdersbende? Afdrukken E-mail
maandag 01 december 2008

  
Wildgroei van bewindvoerders en niet optimaal toezicht door rechters

Inleiding 

Voor meerderjarige personen is in de wet (Boek 1, titel 19, artikel 431 e.v.) de mogelijkheid opgenomen te verzoeken om, wanneer mensen niet in staat zijn zelf tijdelijk of duurzaam hun vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen, instelling van een bewind met (vrijwel) gelijktijdige benoeming van een bewindvoerder. Sinds 26 april 2004 is er een zekere mate van uniformiteit in de uitvoering van een meerderjarigenbewind als gevolg van opgestelde richtlijnen en afspraken door het Landelijk Overleg Kantonrechters.
Naar aanleiding van de uitzending van Zembla van 16 november 2008 over de kwaliteit van meerderjarigenbewind waarin een aantal zorgwekkende misstanden in de openbaarheid zijn gebracht, zijn er veel reacties losgekomen in de politiek, bij Justitie en in het veld; dat waarvan wij vonden dat het bescherming-waardig is, bleek onvoldoende beschermd en (wellicht) beschermbaar. De uitzending van Zembla maakte duidelijk dat er op dit moment problemen aan de hand zijn in de uitvoering van het meerderjarigenbewind die onverdeelde aandacht vereisen.


Het probleem
Op dit moment worden de kantonrechters geconfronteerd met een overmatig grote stijging van het aantal (verzoeken) om een meerderjarigenbewind. De uitzending van Zembla maakt melding van een verdubbeling in drie jaar tijd welke stijging door een van de geïnterviewde kantonrechters wordt gekwalificeerd als “schrikbarend”. De stijging leidt tot een grote werkdruk bij rechtbanken en hun griffies en maakt het noodzakelijk, als gevolg van een tekort aan geld, kennis en bevoegdheden, dat rechtbanken meer en meer zijn (moeten) gaan vertrouwen op de kennis, kunde en integriteit van de benoemde bewindvoerders. In de praktijk vloeien hier soms zeer ongewenste misstanden uit voort.
Daarnaast werd duidelijk uit de uitzending dat de huidige praktijk van branche-uitgevoerde audits van leden-organisaties leidt tot een, ook door de leden als ongewenst beschouwde, keuring van eigen vlees. Klachten van onderbewindgestelden komen uiteindelijk terecht bij degenen tegen wie de klachten zich soms richt.


Deja Vu
De bovenbeschreven problemen hebben een hoog deja-vu gehalte. In 2003 werd geconstateerd bij de uitvoering van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) dat de werk-kwaliteit van degenen die werkzaam waren in het kader van deze wet voor sterke verbetering vatbaar was. Zij werden eveneens benoemd door de Rechtbank en voerden toevalligerwijs ook de titel “bewindvoerder”. Voeren van deze titel vond echter plaats op basis van het regime van de faillissementswet. In 2006 waarschuwde mevrouw Noorman-den Uyl in een interview in het dagblad Trouw nog voor de kwaliteit van WSNP(!)-bewindvoerders. Ter illustratie van haar uitspraak “dat iedere gek in Nederland bewindvoerder kan worden” haalde zij, pijnlijk genoeg, een voorbeeld aan waarbij sprake was, niet van een WSNP-bewindvoerder (die immers niet is aangesteld over iemands vermogen) maar een bewindvoerder meerderjarigenbewind (beschermingsbewindvoerder). Hàd destijds de distinctie tussen de twee opgemerkt geworden dan was de nu geconstateerde problematiek wellicht al veel eerder gesignaleerd. De WSNP-bewindvoerder was in 2006 immers reeds sinds een halfjaar het pad opgegaan van kwaliteits-audits door een onafhankelijk overheidsorgaan, namelijk het bureau WSNP van de Raad voor Rechtsbijstand 's-Hertogenbosch.


Bureau WSNP
In 2005 werd in de uitvoering van de WSNP geconstateerd dat de explosieve groei van het aantal vonnissen leidde tot een ongewenst en onbeheersbaar kwaliteitsverlies. Om die reden werd, in samenspraak met Justitie, de rechtbanken en vertegenwoordigers van de bewindvoerdersorganisaties middels zogeheten klankbordgroepen, een systeem van kwaliteits-audits opgezet dat inmiddels haar vierde jaar ingaat en dat tot een aanzienlijke kwaliteitsverbetering heeft geleid, ondanks de ook sindsdien, met uitzondering van het huidig kalenderjaar, gestage groei van aantallen dossiers. Als gevolg van de audits, en de daarin vastgelegde normen, is de kwaliteit van en het toezicht op de werkzaamheden van de WSNP-bewindvoerder aanzienlijk verbeterd en heeft dit niettemin geleid tot een vermindering van de werkdruk bij de rechtbanken aangezien zij zich met de handhaving daarvan ook niet hoeven bezig te houden.


Een suggestie
Het ligt voor de hand de administratieve infra-structuur en kennis daarover die sindsdien is uitgerold binnen de WSNP aan te wenden voor oplossing van de problemen zoals die zich nu aandienen binnen de uitvoering van het meerderjarigenbewind. Alle kennis, kunde en ervaring van beheer van een bewindvoerdersregister en het auditeren van WSNP-bewindvoerdersorganisaties die de afgelopen jaren is verzameld door het bureau WSNP kan mutatis mutandis gebruikt worden voor de auditering  van de huidige OBS-organisaties door datzelfde bureau WSNP. Dat mes snijdt aan twee kanten.

Allereerst is daarmee het optuigen van een aparte overheidsinstantie niet nodig (het is “slechts” uitbreiding van de huidige taak die zij uitvoert binnen de WSNP). Daarnaast zou gebruikmaking van de “blauwdruk” WSNP leiden tot scherper gedefinieerde regels voor uitvoering van de onderbewindstelling. Het faciliteert controle en toetsbaarheid van de werkzaamheden terwijl uitvoerders strakker gecommuniceerd krijgen waarop opleiding en kennisvergaring zich dient te richten.Verbetering van de kwaliteit van de werkzaamheden van meerderjarigenbewind kan zich dan voor de kantonrechters richten op onderzoek van de benodigde eventuele wetsaanpassingen teneinde kantonrechters wettelijke instrumenten te geven voor handhaving van die kwaliteit. Een laatste, niet onbelangrijk, bij-effect zou kunnen zijn dat de huidige WSNP-bewindvoerder aanleiding ziet zijn werkzaamheden uit te breiden naar het meerderjarigenbewind aangezien veel van zijn vaardigheden die hij nodig heeft als WSNP-bewindvoerder overlap hebben met de vaardigheden die voor een OBS-bewindvoerder zijn vereist. De bestaande zorg over een tekort aan geschikte en gekwalificeerde OBS-bewindvoerder kan daarmee wellicht (gedeeltelijk) ondervangen worden.


Conclusie
Meerderjarigenbewind is een rechtsvorm die, met toenemende complexiteit van de samenleving en toenemende vergrijzing van de bevolking, in aantallen zal toenemen. Handhaving van de benodigde kwaliteit daarvan vereist een, naar moderne maatstaven opgezette,  intensieve audit-vorm. De ervaringen die daarmee de afgelopen jaren zijn opgedaan binnen de WSNP kunnen vrijwel een-op-een gebruikt worden voor een gelijksoortige opzet voor het meerderjarigenbewind. Dit zou zelfs door dezelfde overheidsinstantie uitgevoerd kunnen worden die nu verantwoordelijk is binnen de WSNP, namelijk het bureau WSNP.



I.P. Van Rossen
Over de auteur:

Directeur van Modus Vivendi Wettelijk Traject B.V.

Sinds 1995 actief binnen schuldhulpverlening in minnelijk en wettelijk traject.

 
Advertisement
Template creation and website implementation by One-Company Interactieve Communicatie, Industrieweg 18, 4051 BW Ochten, Nederland. Telefoon: 0344-641040