“Bewindvoerders zijn richting de rechtbank veel te volgzaam” Op 1 december 1998 trad de (destijds langverwachte) Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) in werking. Waar voor die tijd schuldenaren hun leven lang achtervolgd konden worden door hun schuldeisers tot de laatste cent van hun schuld was betaald of hun laatste snik was gelaten kregen zij vanaf 1 december 1998 zicht op een leven zonder schulden. Han von den Hoff is als manager WSNP voor de Raad voor Rechtsbijstand vanaf het eerste begin betrokken geweest bij deze wet en kan, als al iemand aanspraak maakt op die naamgeving, vanuit die betrokkenheid gekwalificeerd worden als "mr. WSNP". De aanleiding voor het interview was met het eerste decennium makkelijk gevonden.. "Tien jaar WSNP geeft een wat tweeslachtig gevoel. Enerzijds valt er te vieren dat deze wet inmiddels tien jaar bestaat, anderzijds is het onderwerp van deze wet toch een ernstig maatschappelijk probleem en dat kan op zichzelf nooit een reden zijn om feest te vieren. Dus er zijn wat gemengde gevoelens. Het blijft voor schuldenaren tenslotte een loodzwaar traject. Vanzelfsprekend vind ik het op zich goed dat de WSNP bestaat. De wijze waarop hij verloopt en de nog steeds stijgende resultaten geven reden tot tevredenheid. Het uiteindelijke resultaat waar het over gaat, het bieden van een perspectief aan mensen met schulden, pakt structureel heel goed uit; daar kan je alleen maar tevreden over zijn. Je blijft echter praten over mensen die in een heel moeilijke en kwetsbare positie zitten, die vaak al jaren in de ellende zitten en die nu een zwaar traject moeten lopen. Dat maakt dat ik er moeite mee heb daar een feestje voor te bouwen. Een decennium lang strategische schuldeisers Terugkijkend op tien jaar WSNP heb ik mij toch het meest verbaasd over het strategisch gedrag van schuldeisers. De WSNP is er gekomen als stok achter de deur, en dan blijkt dat de schuldeisers toch aansturen op een WSNP. Het moet gezegd: de NVVK-gedragscode van 2000, hoe begrijpelijk ook qua inhoud, maakte een minnelijk akkoord er voor crediteuren met een bevoorrechte positie zoals woningbouwverenigingen en energiebedrijven, niet aantrekkelijker op. Maar nogmaals, dat zij daarin zover zouden gaan dat zij massaal aansturen op een WSNP-zaak, dat had ik niet gedacht. Sterker, zij zijn de WSNP zelfs als een aantrekkelijk alternatief gaan zien. Wij, de opstellers en uitvoerders, staarden ons teveel blind op het rekenkundig voordeel of nadeel voor crediteuren, maar hebben aan de verdere beleving van crediteuren te weinig aandacht geschonken. Terugkijkend zou ik zo’n sentiment wel hebben verwacht bij kleine crediteuren maar niet bij de “institutionele” schuldeisers. Daarnaast bleken bij de crediteuren toch ook fiscale overwegingen of dekking door een verzekering van afschrijving te spelen dat wel in het wettelijk, maar niet in het minnelijk traject mogelijk was. Daar bovenop kwam ook nog eens de overweging dat het feitelijk een gratis incasso-traject was; een ander ziet er op toe dat jij als crediteur je geld krijgt onder toezicht van een rechter, wat wil je nog meer? Je hoeft geen kosten te maken! Dat allemaal maakte het voor crediteuren, veel aantrekkelijker dan een minnelijk akkoord.
Tien jaar minnelijk traject: “het was dramatisch!” Het minnelijk traject, voorzover dat bestaat, heeft te lang te weinig gedaan met die toch vroegtijdig gemaakte constateringen. Wellicht vanwege het feit dat ook de NVVK toch maar één vereniging is met verschillende soorten leden en verschillende statussen, belangen, rollen en posities binnen de gemeenten. Het was voor de NVVK-leden kennelijk eerst nodig heel veel pijn te hebben voordat ze op één lijn kwamen. Pas toen zij het besef kregen dat een slagingspercentage van 9 procent geen binnenkomer was om financiering van je activiteiten te krijgen, was er voldoende momentum gekomen om het gezamenlijk belang te willen zien. Dat er al die tijd geen gemeente is geweest die tot een stopzetting is gekomen van een GKB, kan ik alleen maar verklaren uit de vrees die moet hebben bestaan bij beleidsmakers dat stopzetting electoraal niet ongestraft zou hebben kunnen plaatsvinden. Maar waar stop je je geld in hemelsnaam in met dat soort percentages, los van de nuances die je bij de getallen kunt plaatsen? Het was dramatisch! Dat er nu gekeken wordt door de NVVK naar het percentage uitvallers, met het risico dat mensen drie, vier, vijf jaar lang in een stabilisatietraject verblijven, daar heb ik zo mijn bedenkingen bij. Wij krijgen nu ook al telefoontjes van mensen die zich ongerust afvragen waarom zij negen maanden in een stabilisatie zitten terwijl er helemaal niets gebeurt. Die vallen weliswaar niet uit en, toegegeven, er kan een heel goede reden zijn waarom er niets gebeurt (bijvoorbeeld wachten tot de vijfjaarstermijn is verstreken voor toelating WSNP in geval van een fraudevordering) maar ik moet nog zien dat dit op de lange termijn standhoudt; het probleem gaat er niet mee weg! Op dit moment merken wij dat het brede publiek behoefte heeft aan onafhankelijke informatie over schuldenproblematiek. Zij weten, met dank aan Google, gelukkig de weg te vinden naar onze helpdesk en kunnen er ook op vertrouwen dat de informatie die zij daar krijgen geen onderliggend belang heeft.
Rechtbanken Bij de introductie van de WSNP was er sprake van een ontmoetingsvlak tussen sociale problematiek en inbedding daarvan in een juridisch kader. Dat dit bij juristen in eerste instantie wat scepsis zou geven is begrijpelijk. Gaandeweg heb je helaas toch gezien dat het eerst en vooral een juridisch kader is waar de rechtssystemen zich inmiddels op ingesteld hebben. Gelukkig zie je de afgelopen jaren toch ook een generatie rechters-commissarissen opkomen die de aanvankelijke scepsis minder met zich meedragen en open kunnen staan voor andere en nieuwe ideeën. Daarnaast kleeft aan de WSNP inmiddels gelukkig het etiket van een succesvol traject, waardoor de betrokkenheid bij deze wet, ook vanuit de rechtbanken, groter is. Het zijn van een “WSNP”-rechter lijkt inmiddels een positieve notering op een rechterlijk CV. In die zin is het frappant, en dat heeft mij echt positief verrast, dat ook de rechters zich schaarden bij degenen die saamhorig een kordon trokken rondom de WSNP toen Kortmann zijn pijlen afschoot bij zijn voorontwerp Insolventiewet. Er zullen in hun kritiek van Kortmann ongetwijfeld ook andere overwegingen meespelen, zoals hoe ver gaat de taakomschrijving van een rechter in zijn toezichthoudende taken, maar toch...
Rechtbankwerkzaamheden Er zijn natuurlijk werkzaamheden waarvan je kunt zeggen dat de efficiëntie beter kan en waarvoor Kortmann (voorontwerp nieuwe Insolventiewet (redactie)) een mooi moment van bezinning zou kunnen zijn. Ik vind het bijvoorbeeld onzinnig dat tijdens de WSNP, waarbij in 80% van de gevallen de sanering positief afloopt, je middels de halfjaar-verslagen vijf keer tegen de rechter moet zeggen dat er niets aan de hand is! Daarop dreigt ook het toezicht van de bewindvoerder zich toe te spitsen. Ik begrijp het wel, het is een gegeven en de rechters hebben er ook niet om gevraagd. Maar dat maakt niet dat het goed is. En wellicht dat een gedeelte van de werkzaamheden niet direct onder de rechter hoeft te vallen. Er zijn ook wel rechters geweest die dat gepropageerd hebben maar daar is helaas nog niet naar geluisterd.
Benoemingen Een van de dingen waarvan ik denk dat het buiten de rechter om beter kan, is het verdelen van zaken. Het benoemen van bewindvoerders vindt nu zonder enige transparantie plaats en dat vind ik slecht; het beïnvloedt ook de onafhankelijkheid van de bewindvoerders. Vooral nu het aantal zaken met 40% is gedaald, is het een geschikt moment te communiceren onder welke condities een bewindvoerder toewijzing van zaken kan verwachten. Nu is er alleen de flauwe notie dat er gestuurd wordt op kwaliteit, maar op onduidelijke wijze. Meer transparantie op dat vlak is een onderdeel waar wij voor de toekomst aandacht voor zullen vragen. Wanneer de rechtbanken daarin gesloten blijven, dan houdt het vanzelfsprekend voor wat betreft de mogelijkheden van de Raad op. Alleen via de weg van bijvoorbeeld een wetswijziging zou dat dan nog kunnen; dat zie ik dan ook weer niet snel gebeuren. Wij zullen echter blijven hameren op die transparantie. Overigens roept de grote daling van het aantal vonnissen WSNP bij ons toch ook wel vraagtekens op. Natuurlijk is het zo dat de nieuwe WSNP haar effect heeft op het aantal toelatingen. Daarbij zien wij overigens in de Monitor WSNP (die bij alle rechtbanken afwijzingen uit de eerste vier maanden van 2008 vergeleek), geen stijging van het percentage afwijzingen door de rechtbank. Het zou kunnen zijn dat er veel verzoeken niet ontvankelijk worden verklaard, of zelfs daarvoor al, niet in behandeling worden genomen, doordat zij niet aan de administratieve voorwaarden voldoen. Ik denk zelf dat er op dit moment heel veel mensen in het stabilisatietraject worden gehouden als gevolg van het uitrollen van de Schuldhulpverlening Nieuwe Stijl van de NVVK. Dat concludeer ik ook uit het feit dat ik nergens het slagingspercentage opeens met twintig procent omhoog zie schieten. Op termijn zullen we pas kunnen beoordelen of gebruikmaking van het stabilisatietraject een juiste uitvoeringspraktijk is; mensen worden voorbereid, de tijd zal moeten uitmaken waarop ze worden voorbereid. Ik verwacht zelf niet dat een stabilisatietraject echt jarenlang zal duren, aangezien de gemeenten dat zeer waarschijnlijk niet zullen willen financieren en schuldeisers zolang niet willen wachten.
Brandalarm? Er zijn natuurlijk op dit moment wel signalen die ons bereiken over de gevolgen van de dramatische daling van het aantal benoemingen voor bewindvoerders. Ook al roepen wij inmiddels al enige jaren dat er rekening gehouden moest worden met een daling na de aanpassing van de WSNP, zo'n dramatische daling hadden wij niet verwacht. Gelukkig hebben veel organisaties wel tijdig maatregelen genomen . Dat wil overigens niet zeggen dat zij geen problemen hebben, maar ze kunnen het wel overzien. Er zijn organisaties die langzamerhand in de problemen beginnen te komen, maar tegelijkertijd zien wij toch ook nog bewindvoerders die ons verzoeken voor zichzelf te mogen beginnen. Mede daarom maak ik mij op dit moment nog geen zorgen over een krimpend aantal bewindvoerders. Eerdere ervaringen hebben geleerd dat het aanbod van bewindvoerders toch ook een zekere mate van flexibiliteit heeft. En wellicht dat de huidige markt toch ook een zuiverende werking heeft voor de kwaliteit van bewindvoerders doordat de Rechtbanken nu meer op kwaliteit kunnen selecteren met betrekking tot degenen die zij benoemen.
Kortmann
Het mooie van Kortmann vind ik dat hij zich gerealiseerd heeft dat er een wettelijk kader moet zijn voor de schone lei. Het succes van de WSNP blijkt uit het feit is dat er niemand is geweest die heeft gezegd: “Hou maar op met die flauwekul. We gaan weer terug naar de klassieke faillissementen”. Om die reden ben ik er van overtuigd dat er ook over tien jaar een wettelijk kader zal zijn dat lijkt op de WSNP van nu. Of dat onderdeel blijft van de faillissementswet of een procedure zoals in het voorontwerp van Kortmann is verwoord, maakt dan eigenlijk niet zoveel uit. Ik geloof daarbij niet dat het voorontwerp er op de voorgestelde manier doorheen komt; het zal veel dichter bij de WSNP komen dan dat er nu in Kortmann is verwoord. Een van manco’s van de huidige WSNP is dat het sociale element te weinig aan bod komt. Daarbij is het meer te danken aan de zware ervaring van het WSNP-regime dat mensen niet terugvallen, dan dat er vaardigheden zijn bijgebracht aan de mensen om het voortaan te voorkomen. In die zin is de WSNP ook geen sociale wet. Jammer genoeg is de noodzaak om het te veranderen in het nieuwe voorontwerp niet aanwezig, juist vanwege het ontbreken van recidive.
Insolventieraad Ook het voorstel in de commissie Kortmann voor instelling van een Insolventieraad is bij mij positief geland. Er was al een pad gebaand door RECOFA voor de ontwikkeling van uniform beleid en versterking van de uitvoeringspraktijk. De geleverde kritiek op RECOFA dat zij eigenlijk zichzelf geïnstitutionaliseerd heeft, deel ik dan ook niet. Zij heeft, als overlegorgaan, zowel in praktische als in richtinggevende zin veel zaken voor elkaar gekregen ten behoeve van uitvoering van de WSNP, waar ik veel respect voor heb. In die zin vind ik een Insolventieraad wel een logische vervolgstap. Het zou een samenvoeging kunnen zijn van de beleidsmatig betrokken partijen zoals het bureau WSNP, RECOFA, Insolad en de commissie insolventierecht en dan in een wat veranderde rol die meer naar de uitvoering neigt met toch behoud van een gepaste afstand van de praktijk.
Ik ben over het overleg tussen partijen die betrokken zijn bij de WSNP eigenlijk van meet af aan erg te spreken. Dat zegt niets over de mate waarin je het met elkaar eens bent, want er zal altijd discussie zijn. Het zegt wel wat over het feit dat de WSNP erin geslaagd is zich als een keten te positioneren waarin een wederzijdse afhankelijkheid erkend wordt. Het dwingt de partijen niet alleen rekening te houden met elkaar maar ook open te staan voor het belàng van de ander. Het is een wederzijds halen en brengen. Vrijblijvendheid?
Op dit moment is het rendement van de gezamenlijke inspanningen op het minnelijk en het wettelijk traject onvoldoende. Verbetering daarvan is mijns inziens mogelijk door enerzijds de vrijblijvendheid die gemeenten hebben bij het kiezen van de producten voor schuldhulpverlening er vanaf te halen. Tegelijkertijd moet kritisch gekeken worden of bij iedereen die in de WSNP zit een dergelijk zwaar traject wel nodig is. Daarbij is er wel noodzaak, door de complexiteit van de problematiek, de regie van het minnelijk traject op lokaal niveau te laten houden. Tegelijkertijd moet het besef blijven bestaan dat je ook ergens een rechter nodig hebt. Integrale èn uniforme benadering op gemeentelijk niveau met het nastreven van maatwerk en gelijktijdig de macht van de rechter om daar waar nodig dwang op te leggen, dat geeft mijns inziens het beste rendement. De raad staat, ter ondersteuning van de integrale en uniforme benadering, daarbij altijd open voor nieuwe activiteiten waarin onze ervaringen gebruikt kunnen worden. Wij gaan daar vanzelfsprekend niet de boer voor op, maar als zich dat zo aandient doen wij graag in een of andere hoedanigheid mee. Het grote voordeel voor ons is dat wij als Raad geen enkel belang hebben bij het maken van een bepaalde keuze, of het nu de toekenning van een subsidie betreft, het aanwijzen van een schuldhulpverlener of audits van organisaties; wij hebben geen belang bij deze of gene beslissingsrichting. Die onafhankelijkheid is een belangrijk en, zoals ik het zie, gewènst voordeel.
BBW
Vanaf vrijwel het begin heeft de Raad ingezet op participatie mèt de beroepsgroep: cursussen beschikbaar stellen, ontwikkelen audit-normen, stimulering oprichting van een beroepsvereniging. Daarmee willen we het levensgrote risico ondervangen dat je als Raad wel even zult roepen wat de bewindvoerder moet vinden, kunnen en doen, terwijl je het werk zelf niet doet. Daarom zoeken wij voortdurend het contact met de bewindvoerders en doen we onderzoek naar wat hun opvattingen zijn en hoe de werkzaamheden verlopen. We hebben nu een branchevereniging die een dergelijke rol ook zou kunnen spelen. Zij is op dit moment niet te benijden, eenvoudigweg omdat veel zaken op dit moment al goed geregeld zijn. Daardoor kan zij de meerwaarde van haar inbreng in de ontwikkeling van beleid niet goed duiden. Eigenlijk zijn zij op dit moment als vereniging voor ons niet strikt nodig om te weten hoe de opvattingen zijn van bewindvoerders over bepaalde beleidsbeslissingen. Ik mis bij de branchevereniging onvoldoende visie op hoe zij vinden dat de beroepsgroep zich moet ontwikkelen. Men heeft nog geen beeld van wat over pakweg drie jaar verbeterd moet zijn voor de beroepsgroep, behalve natuurlijk dat de vergoeding nooit genoeg zal zijn. De sector behoort inmiddels in staat te zijn boven de praktijk uit te kijken en te zeggen waarheen de beroepsgroep zich dient te ontwikkelen. Zelf constateer ik bijvoorbeeld dat bewindvoerders richting rechtbank veel te volgzaam zijn. Natuurlijk heb je als bewindvoerder een afhankelijke positie en heb je eigenlijk niets in te brengen, maar neem dan samen stelling en ga als branche het gesprek aan met RECOFA. Laat RECOFA maar eens uitleggen waarom de ene rechtbank een eigen verslag heeft en er anderzijds vanuit de richtlijnen de dwang bestaat met een standaardverslag te werken. Wat de branchevereniging tot op heden van zich heeft laten horen, helpt nog niet richting een verbetering van die volgzaamheid.
Leren van ervaringen
Ik denk dat er in deze heel ingewikkelde tijd een groep mensen is die de eigen verantwoordelijkheid niet kan dragen. Verleidingen en regelgevingen maken dat er mensen zijn die het overzicht eenvoudigweg niet hebben en niet zullen krijgen. Naast de ongetwijfeld ook domme keuzes die gemaakt kunnen worden, zijn er ook omstandigheden die tot niet voorziene gevolgen leiden. Wat ik hoop is dat mensen die in een schuldenproblematiek terecht zijn gekomen, in staat zullen zijn aan hun kinderen duidelijk te maken waar dat is fout gegaan en hoe ze dat kunnen voorkomen. Er zijn families waar schuldenproblematiek van generatie op generatie wordt doorgegeven als een soort gen. Dat vind ik griezelig. Ik hoop dat mensen die schuldenproblematiek hebben doorleefd, de verantwoordelijkheid die voortkomt uit die ervaring, kunnen doorgeven aan hun kinderen. Ze hebben die ervaring gehad, ze hebben meegemaakt hoe het wel kan. Nu moeten ze ervoor zorgen dat hun kinderen het niet hoeven te doorstaan."
|