Interview met Nick Huls, nestor van de WSNP Afdrukken E-mail
zondag 12 december 2010

“Schuldhulp als gemeentelijke taak is uitgewerkt”

Ideeën worden geboren in de gedachten van mensen. Niet ieder idee komt vervolgens ook tot de volgende stap van verwezenlijking; daarvoor zijn ook nog aanvullende inspanningen nodig. Niet iedereen is bereid die inspanningen, die zich meestal bevinden in de schaduw van de publieke aandacht, te leveren. Voor die inspanning is dan ook nog een aanvullend idealisme nodig. Dat idealisme dient dan als brandstof om de benodigde ausdauer te leveren die nodig is voor de realisering van het idee. Nick Huls had zo'n idee, namelijk het destijds radicale concept van kwijtschelding van schulden. Bij introductie van dat idee stond aanvankelijk ook niemand te springen bij de gedachte dat schulden “zo maar” kwijtgescholden zouden worden. Toch wist Nick Huls als, destijds, ambtenaar op het ministerie van Economische Zaken, de politiek warm te krijgen voor dat idee, ook al duurde het bijna 10 jaar voordat het tot daadwerkelijke wetgeving kwam, maar het bestaat dan toch: “Titel III van de Faillissementswet” beter bekend als de “Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP)”.
Nu, meer dan 10 jaar na inwerkingtreding van de WSNP, met de wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening in de steigers en een kredietcrisis die maar niet over lijkt te willen waaien, bestond er behoefte eens te rade te gaan bij deze nestor, tegenwoordig hoogleraar Rechtssociologie aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam en de Universiteit Leiden
:


Een nieuwe “schuldhulpwet”
Met het huidige voorliggende wetsvoorstel heeft  de lobby  dit wetsvoorstel op de agenda  gekregen. In een decentrale eenheidsstaat die Nederland is, is het de NVVK toch maar gelukt om gemeenten verplicht te krijgen, zo is in ieder geval het wetsvoorstel, om schuldhulpverlening aan te bieden, een nieuwe taak. Daar heb ik bewondering voor. Toch lees je nu al dat er te weinig geld is en er zitten geen dwangmiddelen in. Ik krijg er dan ook geen rooie oortjes van. Zonder moratorium heeft dit wetsvoorstel eigenlijk geen zin. Ik was voorstander van een moratorium, maar nu blijkt dat de branche zelf niet in staat is een koppeling aan kwaliteitseisen en certificering voor elkaar te krijgen, zie je het gebrek aan professionele organisatie die deze wet zou moeten  dragen. Inmiddels heeft het departement van Justitie het moratorium  ook afgewezen. Het blijft een prestatie dat ze zover zijn gekomen, maar als vervolgens  geen geld gegeven wordt dan, zo is mijn inschatting, zal VNG uiteindelijk ook zeggen:”Trek het voorstel maar weer in”. Maar goed, het is ook politiek. Er is nu een rechts kabinet en het zou even goed kunnen zijn dat minister Kamp gewoon doorgaat met dit voorstel omdat hij, zonder enige moeite, een sociaal gezicht kan tonen. Maar analytisch bekeken zal ook deze wet  de dalende trend niet keren.

Soort discussie
De discussie is heel kwetsbaar voor zielige gevallen die de afstand tot de rechtvaardiging voor kwijtschelding weliswaar kortstondig overbruggen maar eigenlijk geen overtuiging bieden voor de, filosofisch bestendiger en daardoor langduriger, rechtvaardiging daarvan. Ik heb ooit bij een aantal Belgische bankiers tijdens een lezing gezegd dat het concept van kwijtschelding (een vorm van beperkte aansprakelijkheid voor schulden)  niet omstreden kan zijn in hun kringen want de hele juridische structuur van het zakenleven drijft op  rechtspersoonlijkheid. De banken zouden zelfs niet bestaan zonder dat onderscheid. Oppositie is van iedereen te verwachten behalve van de bankier! Aan die lezing heb ik in 1992 mijn opdracht van de Europese Commissie te danken, om onderzoek en aanbevelingen te doen!
Mijn actieve betrokkenheid bij de discussie is veel minder geworden dan hij was. Niet door gebrek aan interessante of relevante vragen. Want die zijn er wel. Moet je een saniet verbieden een staatslot te kopen? Wat nou als mensen ineens een erfenis krijgen kort na verstrekking van de schone lei? Wat zijn redelijke termijnen?
Aan de andere kant: als een nieuw principe er  eenmaal is, dan wordt de bewijslast verlegd, en alle bijzondere gevallen natuurlijke futiele discussies. Als iemand een lot wil kopen? Lekker doen. Langer in schuldhulp, korter in de schuldhulp? Ik twijfel er niet aan dat het voor sommige heel eerlijk kan zijn om dat langer of korter te laten zijn. Als het maar genormeerd wordt. Rondom de norm kan je dan de discussie voeren. Moet het hier korter? Moet het hier langer? OK, geef maar je argument. Dat er behoefte is aan het stellen en beantwoorden van vragen door de verschuiving van de problematiek naar de financiële middengroepen is duidelijk; het heeft een effect op het draagvlak.


Schulden hebben, schuldig zijn?
In 1982 is Pais gepromoveerd met de idee dat Nederland nooit een kredietland zou worden. Zijn uitleg hiervan was dat onze calvinistische achtergrond dat verhinderde en dat Nederland daardoor zou achterblijven. Daarvan kunnen we in ieder geval zeggen dat Nederland, zij het met enige achterstand begonnen, inmiddels haar schade heeft ingehaald. De commercie is er in geslaagd die muur van calvinistische terughoudendheid te slechten. Je kan niet langer volhouden dat wij een calvinistisch land vol spaarzin zijn. We lenen niet zoveel als de Engelsen en neigen een beetje naar het terughoudende van de Duitsers met hypotheken, garantiestellingen en dat soort zaken.
Dat neemt niet weg dat de “morality of repayment”  nog steeds de hoeksteen is van het economisch verkeer. De logica van het systeem dicteert  dat. De soms voorgestelde bevoegdheid om bepaalde crediteuren uit te sluiten in geval van kredietoverschrijding als kennelijk finale veroorzaker van de problematiek, de spreekwoordelijke druppel die de emmer doet overlopen, klinkt dan wel sympathiek maar het is tegen de logica van het systeem. Crediteuren weten van elkaar dat zíj de ene  keer over schreef gaan, de ander de andere keer. Het aanwijzen van the bad guy  verandert de problematiek niet. De morality of repayment moet toch leidend zijn. Ik heb zelf ook vaak kritiek gekregen op mijn idee dat als iemand niet te goede trouw is hij buiten het systeem valt. Als je daar een andere oplossing voor zoekt, prima, maar dat is niet waar wij hier mee bezig zijn. Als het tot strategisch gedrag leidt van doelbewuste overmatige schulden dan vindt je mij  op je weg. Daarmee heb ik dan geen mededogen. De goede trouw toets, waar bijvoorbeeld Noordam zo tegen is, is voor mij een vanzelfsprekendheid.
Moraliteit blijft overigens een actueel thema. Het speelde ten tijde van de introductie van de WSNP al; toen maakte ik het oecumenische grapje  dat schuldvergeving  een katholiek antwoord op een protestants probleem is.  Ja, de domineeszoon in mij, verloochent zich niet. 

De overheid
Iedere crediteur heeft zijn eigen rol en verantwoordelijkheid in het ontstaan van een schuldenprobleem. Dit geldt voor de postorder bedrijven, die altijd zullen blijven doorleveren ook als het inkomen of de financiële positie penibel is, tot de grote banken, die weliswaar geen grote reclamecampagnes voor het lenen van geld voeren en daarmee voor de buitenwereld schone handen houden in deze problematiek, maar die toch ook allemaal betrokken zijn bij de tussenpersoon die het promoot. En van de grote spelers kom je op het volgende punt: de overheid. Deze neemt een steeds prominentere plaats in haar hoedanigheid van CJIB, UWV, Belastingdienst, etc.. Inmiddels is de vraag gewettigd of de betrokkenheid van de overheid niet eigenlijk een probleem is! Die betrokkenheid heeft bij de kredietbanken altijd al een rol gespeeld op het lokale niveau, in de vorm van de wethouder die verlangde dat de lokale overheid eerst werd voldaan en dan pas de rest. Die discussie is nooit tot een afronding gekomen maar is opnieuw actueel. Eerlijk is het opereren van de overheid natuurlijk niet, zeker niet tegenover andere crediteuren. In die zin hebben private onafhankelijke schuldhulpverleners het tij op dit moment mee. De toenemende ambitie van de overheid op het gebied van incasso, zoals de voorstellen om het CJIB als rijksincasso-bureau te laten optreden, maakt de behoefte daaraan bijvoorbeeld  groter. Maar dat maakt de vraag wie de juiste persoon is om schuldhulpverlening uit te voeren natuurlijk ook relevant. Als het CJIB straks een kwart van de volledige problematische schuldenlast vertegenwoordigt, dan heb je te maken met een grote speler!
Ten aanzien van de verdeling van de opbrengsten bij een schuldenprobleem kan je je natuurlijk inmiddels wel afvragen of er sprake is van een materieel belang bij de schuldenproblematiek. Recentelijk sprak een Amsterdamse jonge doctor over de paria creditorum. De uitdeling is vrijwel nihil en wat er is gaat in klein verdeelde partjes over velen. Daarmee wil ik zeggen dat de paritas creditorum voor mij geen heilig principe is. Het is voor mij belangrijker dat het systeem eerlijk is. Dat is een vraag die ook speelt bij een voordringende overheid. Weliswaar rechtvaardigt zij dit gedrag, bijvoorbeeld bij het incasseren van de zorgpremie, door een beroep op de solidariteit met allen (de zorgpremie is voor degenen die wel betalen € 100,00 goedkoper als iedereen meebetaalt), maar die redenering gaat natuurlijk net zo goed op voor de Wehkamp. Mijn pyjama is óók goedkoper als iedereen zijn rekening van de thuiswinkel betaalt.

De basis van de oplossing
Zolang de schone lei gedachte overeind blijft zal het systeem rationeel te organiseren zijn, want de crediteuren wéten al dat ze bezig zijn de koek  te verdelen. De ene keer zullen ze wat winnen, de andere keer wat verliezen: “You win some, you lose some”, het is deel van het economisch model. En wat zijn dan de alternatieven? Maximaliseren van het aantal leningen tot 5? Alle schulden registreren? Het is logischer om het systeem van de schone lei, “the fresh start” te verstevigen. Het gáát niet over de debiteur! Het gaat over de crediteuren onderling! Als je zorgt dat dat speelveld eerlijk is opgezet dan werkt dat automatisch ook eerlijk uit naar de schuldenaar. Schuldenproblematiek is  een probleem van het collectief der crediteuren. Als je de gedachte oppert van een verzekering tegen schuldenproblematiek, naar voorbeeld het Belgisch model,  dan hoort dat bij het collectiveren, verzekeren. Wel altijd met de waarschuwing voor de slechte producten zoals we die van oudsher  kennen van Frisia en de DSB. Daar kregen mensen gewoonweg geld uit hun zak geklopt. Het is overigens niet een activiteit waar ik dan aan meteen aan denk. We hebben wel het kwartje van Duijndam voor iedere BKR-aanvraag als voorstel gehad, maar daar voelden de banken toch weinig voor.

De toekomst
Mijn verwachting is dat de komende dertig jaar het handelen sterk zal zijn gericht op marktgerichte principes, “The age of austerity” de karige, terugtredende overheid voor de publieke sector. Ik zie daardoor zeker ruimte ontstaan voor marktgerichte initiatieven en daar is in dit verband ook niets mis mee is. Verdienen aan geldnood vereist eigenlijk automatisch toezicht van bijvoorbeeld een AFM: Zakelijk, keurig, transparant. Daarmee zie ik ook voor de schuldhulpmarkt ook meer in een toekomst met een PBO-structuur (Publiekrechtelijke Beroeps-Organisatie) waarin ook bedríjven werkzaam kunnen zijn; het gezelschap zal mijns inziens wel een bepérkt gezelschap moeten zijn met vergunningen, diploma's, beroepsopleiding, ethiek en toezicht zodat het een bona fide branche kan worden.
Het is duidelijk dat het huidige systeem van overheden zich natuurlijk niet verdraagt met dit systeem en daardoor zie ik een aantal ontwikkelingen:
De incasso zal zich ontwikkelen. Het CJIB zoekt, om het oneerbiedig te zeggen, nieuw werk en uitbreiding en is een voor de hand liggende partij om de ambitie van de overheid uit te voeren. Het Regeerakkoord spreekt zich hierover uit.  Er zal dan sprake zijn, naar het Zweedse model, van een Koninklijk incassobureau voor het Koninkrijk waar je uiteindelijk allemaal bij terecht komt. Zij houden een registratie van kredieten, schuldhulpverlening en alles wat er verder op incassogebied te bedenken valt.  De belastingdienst met haar eigen deurwaarders zijn de  natuurlijke opponent van deze gedachte. Ook de Belastingdienst  verrekent en compenseert nu al veel te vaak. Ik houd deze centrale rol van de centrale overheid principieel voor onjuist. 
De schuldhulpverlening zal zich blijven vernieuwen. Dat schuldhulpverlening een gemeentelijke taak zal blijven acht ik, dat moge blijken uit het voorgaande, een aflopende zaak. De vrijwilligheid, ongelijkheid, groeiend aantal crediteuren. Het concept is uitgewerkt, de houdbaarheidsdatum is verstreken. Dat zie je ook in ons omringende landen. Ook al is dat niet van vandaag op morgen, de lobby is immers sterk, maar het zal gebeuren. Het minnelijk traject heeft gewoon geen toekomst, de trend is duidelijk.
In mijn toekomstscenario  zie ik deze twee, incasso en schuldhulpverlening, samensmelten als één beroepsgroep waar partijen samenkomen van niet al te grote omvang, ter voorkoming van de facto monopolies. Dit is inclusief eventueel publieke organisaties, incasso-organisaties en private partijen. Ik zie een centrale rol voor bewindvoerders nieuwe stijl (niet voor deurwaarders  die hun hele hebben en houwen hebben verkocht aan hun opdrachtgevers) maar  de strenge doch rechtvaardige publieke ambtenaar die ook uit zijn beroep gezet kan worden als hij zich niet houdt aan de regels, dat hoort er dan ook bij.
En dat allemaal gebaseerd op het model van terugbetaling, “repayment”, misschien zelfs wel een model van “volledige terugbetaling, tenzij..” of andere aangepaste methodieken met bijzondere regels voor alimentatie of bepaalde grote kredieten met langere aflostermijnen. De termijn van 36 maanden is in dat verband natuurlijk geen heilige termijn. In ons omringende landen zie je ook variatie van 3 jaar, tot 5 jaar of soms langer. Vanzelfsprekend moet in de wet blijven staan dat het niet eindeloos mag zijn; het zicht op een “fresh start” moet blijven bestaan en de WSNP garandeert dat zicht ook. Maar voor de beter gesitueerden mag het wat mij betreft, ter behoud van hun gerechtvaardigde belang, soms ook wat langer zijn. Door de kredietcrisis ziet de hulpverlening  niet meer alleen  bijstandsmoeders of sociale gevallen. Je moet daarin met je tijd meegaan.

Afsluitend
Als je mij vraagt wat is een praktische tip of advies die ik heb voor de individuele schuldenaar die in een onoplosbare schuldensituatie zit dan is op basis van mijn eigen ervaring mijn advies erg beperkt. Daarvoor ben ik toch teveel Calvinist. Ik heb weliswaar een hypotheek, maar dat is het dan toch wel. Toch zou ik mensen met schulden vooral op het hart willen drukken: “Probeer je eigen verantwoordelijkheid voorop te stellen. Neem niet te makkelijk de slachtofferrol aan. Geef niet te snel alles uit handen”. Uit alle onderzoeken blijkt dat als je schulden hebt, je niet alleen door crediteuren onheus bejegend kan worden, maar dat je ook in de handen van hulpverleners kan vallen. Dat werd vroeger van de bijstandswet ook wel gezegd: vrouwen ontvluchtten het onderdrukkend huwelijk na de echtscheiding en dan kwamen ze terecht in het nog veel ergere systeem van de ambtenaar of de sociale dienst. “Houd ondanks al je problemen toch je zelfredzaamheid in stand. Begin bij jezelf, loop niet weg van je problemen. Geef niet de schuld te makkelijk aan de crediteur of aan de hulpverlening. Dat voorkomt dat je van  de regen in de drup komt”.


I.P. Van Rossen
Over de auteur:

Directeur van Modus Vivendi Wettelijk Traject B.V.

Sinds 1995 actief binnen schuldhulpverlening in minnelijk en wettelijk traject.

 
Advertisement
Template creation and website implementation by One-Company Interactieve Communicatie, Industrieweg 18, 4051 BW Ochten, Nederland. Telefoon: 0344-641040