Interview met mr. A.B.H.M. van Thiel Afdrukken E-mail
maandag 28 januari 2008

  

'De WSNP is niet nodig'


Interview naar aanleiding van het terugtreden van mr. A.B.H.M. Van Thiel als faillissementsrechter in Rotterdam


Per 1 februari neemt mr. A.B.H.M. Van Thiel afscheid van de Rechtbank Rotterdam als zittend Insolventierechter. Sinds zijn aanstelling in de loop van 1991 kwam zijn naam voor in duizenden faillissementen. Vele Rotterdammers zijn bekend met de publicaties in de krant van de daarmee verbonden faillissementsadvertenties in de lokale kranten en dagbladen; in economisch goede tijden weinig, in economisch minder goede tijden soms zeer veel.
Een rechter die gedurende zo'n lange tijd uitvoering heeft gegeven aan de fallissementswet heeft bij zijn afscheid iets te vertellen, reden waarom wij hem benaderden voor een interview aan welk verzoek mr. Van Thiel, bereidwillig als van hem bekend, zijn medewerking toezegde:

 

“In 1996 was de grootte van de insolventie-afdeling van de Rechtbank Rotterdam ongeveer anderhalve rechter en ongeveer tweeënhalve griffier, Nu zijn er 5 rechters en 25 griffiers. Dit heeft hoofdzakelijk te maken met invoering van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen.  Destijds was er sprake van een ernstige onderbezetting, hetgeen, eerlijkheidshalve, niet altijd mijn gezondheid ten goede is gekomen. De bezetting is pas sinds het aantreden van de huidige team-voorzitter op een peil gekomen dat het daglicht kan verdragen. Daarvoor is de werkdruk extreem hoog geweest. Niettemin deed ik het toch altijd met veel plezier. In het oude gerechtsgebouw aan de Noordsingel zat de griffie destijds achter de kantine van de advocaten waardoor de curatoren vaak mijn kantoor binnenliepen en er zodoende veel rechtstreeks contact was.

  

Hoe tegen de Rechterlijke Macht wordt aangekeken

Er bestaat een rapport van het Ministerie van Justitie getiteld:”Van rechterlijke macht naar rechterlijke organisatie“. Alleen al uit de titel blijkt dat sommigen op het Ministerie niet schijnen te beseffen dat de Rechterlijke Macht een tegenkoppeling behoort te zijn tegen de Uitvoerende Macht en tegen de Wetgevende Macht. Het lijkt erop dat sommigen de Rechterlijke Macht willen degraderen tot een organisatie. “C'est pire qu'un crime, c'est une faute”. Montesquieu draait zich in zijn graf om!
Het beeld van de Rechterlijke Macht, dat via televisie interviews met leden, dat wil zeggen ambtenaren, van de Raad voor de Rechtspraak wordt geschetst, suggereert dat de Raad voor Rechtspraak de Rechterlijke Macht vertegenwoordigt; dit is een vals beeld. Op deze manier lopen we het risico dat het besef, dat onafhankelijke rechtspraak nodig is, verloren gaat.

 

De hele WSNP is niet nodig

De politieke doelstelling om natuurlijke personen eenmalig de gelegenheid te geven van hun schulden te worden verlost is een goed initiatief. Helaas is de manier waaròp, namelijk de WSNP, een super-bureaucratische verwezenlijking geworden. Bij introductie van de WSNP bestond bij mij grote ongerustheid over de bureaucratie, werklast en de onregelmatigheden in de wettekst. Ook de introductie van niet-advocaat bewindvoerders heb ik destijds ontvangen met gemengde gevoelens. De noodzaak voor niet-advocaat bewindvoerders was er wel door het grote tekort aan advocaten om dit onderdeel van de faillissementswet uit te voeren. Daarnaast was er het voordeel dat niet-advocaat bewindvoerders werken voor een lager tarief. Het moet gezegd dat het allemaal goed heeft uitgepakt. Een aantal kantoren is heel duidelijk boven komen drijven met goede mensen. Zij kenmerken zich door het resultaat-gericht werken naar de schone lei. Wellicht dat zij soms iets teveel voorbij gaan aan het gegeven dat schuldenaren, medemensen, vaak personen zijn die niet altijd vooraan stonden toen de talenten werden uitgedeeld. Het weigeren van een schone lei of een toelating voel ook ik als rechter wel degelijk. Ik zit hoog en droog en zo'n medemens dat voor je staat moet ik de schone lei weigeren, dat is moeilijk. Ik begrijp best de theorieën van Dalrymple over eigen verantwoordelijkheid en dergelijke, maar het heeft iets goeds in zich om een eenmalig pardon te geven, en pas daarna de volle strengheid van de wet over iemand uit te storten. Natuurlijk, die schone lei moet wel verdiend zijn, maar zelfs daar kijk ik, en dat is een persoonlijk gevoel, toch nog steeds met een groot hart naar. Vanzelfsprekend zal niet iedereen mij daarom prijzen zult u begrijpen.


Overdetaillering

De WSNP kenmerkt zich door een hang veel waterdicht te willen regelen. Deze beschrijving tot in de kleinste puntjes geeft bijkans de zekerheid van falen. De in de detaillering vervatte mening dat de rechter nog slechts als “la bouche de la loi” zou functioneren is gebleken een onhoudbare gedachte te zijn. De wetgever is niet zo slim dat alles wat kan gebeuren ook is te voorzien en bovendien is vast te leggen in regels. Gelukkig heeft de WSNP wel een bijzonder kenmerk en dat is het geringe recidief.
Mijn voorkeur is de wetgeving vast te leggen in systematische wetten zoals de originele faillissementswet. “Pseudo”-wetgeving is ingeslopen middels het instrument van het RECOFA-overleg. Het RECOFA is het overleg van Rechter-Commissarissen in faillissementen dat oorspronkelijk is geïnstalleerd om meningen uit te wisselen en op zeer uitschietende punten de Minister of de Kamer te informeren. Gaandeweg heeft het zich ontwikkeld tot een verzameling Rechters die detail-regels opstelt terwijl de affiniteit met het onderwerp gebukt gaat onder een kortstondig verblijf binnen het insolventie-recht. Rechters moeten geen regels willen maken! “Pseudo”-wetgeving moet zoveel mogelijk worden vermeden.


Faillissements wet is een hoeksteen van economische orde

Mijn ervaring, kennis en interesse ligt het meest bij faillissementen en surseances, daar heb ik dan ook het meeste affiniteit mee. Ik verwacht dat deze affiniteit tot de economie als kenmerk van de insolventie-afdeling Rotterdam zal blijven bestaan. Mijn taken binnen faillissementen heb ik gezien binnen de economisch gedreven noodzaak om ongezonde ondernemingen te liquideren. In de maatschappij met een ondernemingsgewijze productie is een faillissementswet nodig om de zieke ondernemingen te beëindigen. Een ziek bedrijf moet niet worden gepamperd, dat moet worden beëindigd. Ongezonde bedrijven zijn ziek omdat zij voor een te lage prijs, namelijk onder hun kostprijs, verkopen; zij zijn “prijs-verzieker”. De gezonde bedrijven die daar tegen moeten concurreren zullen minder investeren en minder personeel aannemen zolang de “prijs-verzieker” de branche beheerst. De concurrentie van zieke bedrijven trekt gezonde bedrijven mee in de malaise en in plaats van méér werkgelegenheid, wat het pamperen van zieke bedrijven beoogt, krijg je mìnder werkgelegenheid. Het zou een mooie zaak zijn als deze redenering ooit nog een keer landt in Den Haag.
Hoewel surseances als doelstelling functioneel kunnen zijn, is het toch een feit dat surseances bijna altijd mislukken. Mijns inziens het meest door het feit dat de factor arbeid niet mag worden gesaneerd om politieke redenen. Consequentie daarvan is dat surseance moet worden afgeschaft. Ysselwerf destijds is een succesvolle surseance geweest vanuit het oogpunt dat het op stapel staande schip afgebouwd heeft kunnen worden. De algemene neergang in de scheepsbouw heeft echter toch ook daar zijn tol geëist.

 

Nieuwe Insolventiewet

Als u mij vraagt hoe ik tegen de ontwikkeling van de faillissementswet aankijk dan zeg ik dat ik de oorspronkelijke faillissementswet zoals die door Molengraaff in 1893 is opgesteld een volslagen briljante wet acht. Ik ben bescheiden genoeg om te erkennen dat ìk de door hem geleverde  prestatie niet kan evenaren. Met de nu door de commissie Kortmann voorgestelde insolventiewet ben ik in die zin minder gelukkig. De tegenpunten zijn gemeld en bekend in de vakpers. Toch is er weinig discussie en blijft het voorstel haar eigen momentum volgen. Er zijn vele bezwaren tegen het voorontwerp insolventiewet. Enkele daarvan zijn:
● De oprekking van het begrip boedelschulden,
● het onmogelijk maken van doorstart,
● de instelling van een insolventieraad, die de positie van de Rechter-Commissaris zal ondermijnen, pseudo-wetgeving zal produceren en zal verworden tot een raad van zelfrijzend bakmeel op kosten van de crediteuren.

 

Vereenvoudiging en grote lijnen

Ik denk dat de schuldsaneringswetgeving eenvoudiger moet. Oprekken van de oorspronkelijke faillissementswet met een aantal aanvullende akkoord-bepalingen en afschaffen van bepaalde voorrechten, zoals ook in een aantal ons omringende landen is gebeurd, zou al voldoende zijn voor verwezenlijking van eenzelfde schuldenvrije toekomst voor natuurlijke personen als die de politiek beoogde.
De aanzet tot vereenvoudiging zie ik nog niet snel zijn beslag krijgen. Rechters spreken niet altijd met één mond, en als zij dan al spreken met één mond dan spreken zij te weinig richting vereenvoudiging. Vereenvoudiging zal dus ook niet moeten komen vanuit de Rechterlijke Macht, maar vanuit het maatschappelijk veld. Ook de aanpassing in de WSNP per 1 januari 2008 zie ik niet invulling geven aan een streven naar vereenvoudiging.
Ik heb destijds bij Recofa bepleit de Rotterdamse faillissements-regeling voor het Vrij Te Laten Bedrag (VTLB) landelijk in te voeren in schuldsaneringsregelingen. Het is simpel, helder en doeltreffend: Het VTLB is het bedrag van de in casu geldende bijstandsnorm plus 50% van hetgeen daarboven wordt verkregen uit inkomen, uit arbeid of uit onderneming. Het meerdere komt de boedel toe. In schuldsanering kan worden bezien of het percentage van 50% lager kan, bijvoorbeeld 30%. Het salaris van de bewindvoerder komt ten laste van saniet.
Dat voorstel heeft het niet gehaald. In plaats daarvan is een commissie van 7 rechters benoemd die drie jaar hebben vergaderd en een rapport van 40 pagina's dik hebben geproduceerd. De kwetsbaarheden en risico's van dergelijke regelingen zijn eigenlijk zelfverklarend vanuit hun complexiteit.

 

Overpeinzingen

In mijn toekomst-scenario's over de WSNP ben ik wel eens pessimistisch geweest. Het destijds door mij verwachte insolventie-toerisme heeft gelukkig nooit zijn beslag gekregen. Misschien omdat het in landen als Italië, vanwaar uit ik het meeste “toerisme” verwachtte, toch op een andere manier geregeld wordt of omdat de escape via de Nederlandse WSNP gewoon nooit bekend is geworden. Over hoe de nieuwe WSNP zich zal gaan ontwikkelen zal ik daarom geen uitspraken doen.

Ik heb een toename van de mondigheid van de Nederlandse burger geconstateerd. Naast de positieve kanten daarvan is toch ook de schaduwzijde frequenter  naar voren gekomen. Dat klachtrecht op sommige momenten teveel eenrichtingsverkeer is geworden is daarvan nog een van de minste  schaduwzijden. Bedreigingen van bewindvoerder, of erger, zijn mij met zekere regelmaat bekend geworden. Helaas zijn bedreigingen naar rechter-commissarissen inmiddels ook bekend. Ik ben niet zo bang aangelegd, ook al is een kogel altijd sneller dan ik. Ik heb moeite met burgers die misbruik maken van klachtrecht zonder dat er een sanctie is op het misbruik daarvan; het kost heel veel tijd. Het is wel typisch iets van de laatste jaren.

In het algemeen vind ik het een geruststellende gedachte dat van mijn uitspraken hoger beroep mogelijk is. Dat neemt niet weg dat ik mijn best doe mijn uitspraken zo goed mogelijk te maken. In schuldsanering heeft het moeten inschakelen van een advocaat, door de uitermate korte termijn van beroep, weleens onredelijk uitgewerkt. Of het verlengen van die termijn een verbetering geeft waag ik echter te betwijfelen. Uitstellen tot de laatste dag is een neiging die voorkomt bij personen die het nakomen van verplichtingen uit de WSNP niet aankunnen.


I.P. Van Rossen
Over de auteur:

Directeur van Modus Vivendi Wettelijk Traject B.V.

Sinds 1995 actief binnen schuldhulpverlening in minnelijk en wettelijk traject.

 
Advertisement
Template creation and website implementation by One-Company Interactieve Communicatie, Industrieweg 18, 4051 BW Ochten, Nederland. Telefoon: 0344-641040