In gespannen afwachtingdoor: Ingrid von Burg, Raad voor Rechtsbijstand De wetswijziging WSNP is een feit: vanaf 1 januari gelden er nieuwe regels ten aanzien van de wet schuldsanering. De beroepsgroep wacht gespannen op de eerste ervaringen met de nieuwe middelen in de WSNP ter versterking van het minnelijk traject. In dit artikel zet ik deze nieuwe middelen nog even kort uiteen, alsmede enkele andere ontwikkelingen.
De dwangregeling (artikel 287a Fw)Artikel 287a heeft betrekking op de dwangregeling. Dit artikel stond al in de ontwerptekst die op 14 december 2004 is aangeboden aan de Tweede Kamer en is redelijk onbeschadigd door de parlementaire behandeling gekomen. Enige toevoeging, naar aanleiding van het amendement van Weekers en Noorman-Den Uyl van 16 oktober 2006, is de mogelijkheid voor de schuldenaar, om het verzoek tot toepassing van de WSNP in te trekken als het verzoek tot oplegging van de dwangregeling geweigerd wordt. Het verzoek voor het opleggen van een dwangregeling moet tezamen met het verzoek om toepassing van de WSNP ingediend worden. Hierbij moeten de volgende bijlagen aangeleverd worden (1) : - een overzicht van schuldeisers die geweigerd hebben met hun naw-gegevens; - de reden van weigering; - gevoerde correspondentie met de weigerachtige schuldeiser; - een overzicht van de mogelijkheden tot nakoming van het aanbod door de schuldenaar. Het verzoek moet compleet zijn, anders wordt het niet in behandeling genomen. De schuldenaar moet tevens zoveel kopieën van de stukken aanleveren als er verweerders zijn. Helaas is er op het moment van schrijven van dit artikel nog geen jurisprudentie (2) over de dwangregeling en we zullen dus nog gespannen op praktijkervaring moeten wachten. De wetgever beoogt met dit artikel te bereiken dat meer akkoorden gesloten kunnen worden en de instroom in de WSNP afneemt. De aankomende maanden zullen we de ontwikkelingen op de voet kunnen volgen. Het moratorium (artikel 287b Fw)Het moratorium stond niet in het oorspronkelijke voorstel dat naar de Kamer is gegaan. Via een amendement (uiteindelijke versie 34H van 25 oktober 2006, ingediend door Noorman-den Uyl en Huizinga-Heringa) is artikel 287b Fw toegevoegd aan de wettekst. Tevens werd via een amendement van Weekers cs (definitieve versie 21) mogelijk dat ook het college van Burgemeester & Wethouders een dergelijke aanvraag kan doen, als dit in het belang is van de schuldenaar of diens familieleden. Doel van dit middel is de schuldhulpverlener voldoende tijd te geven een deugdelijk minnelijk traject te starten of vervolgen, zonder hierbij gehinderd te worden door specifieke schuldeisers die hun rechten willen uitoefenen tijdens het minnelijk traject. De aanvraag vindt plaats via een verzoekschrift, dat tegelijkertijd met het verzoekschrift tot toepassing van de WSNP (artikel 284 Fw) wordt ingediend en kan eigenlijk op elk moment worden aangevraagd wanneer er sprake is van een bedreigende situatie. De wet definieert de volgende situaties: - woningontruiming; - beëindiging van de levering van gas, elektra of water; - beëindiging of ontbinding van de zorgverzekering. Dit moratorium geldt in principe voor 1 specifieke schuldeiser. Het is mogelijk dat verschillende moratoria tegelijk worden aangevraagd, maar het is ook mogelijk dat de aanvraag van verschillende moratoria op verschillende tijdstippen gebeurd. Het verzoek voor het opleggen van een moratorium moet tezamen met het verzoek om toepassing van de WSNP ingediend worden. Hierbij moeten de volgende bijlagen aangeleverd worden (3) : - een onderbouwing van de bedreigende situatie; - een opgave van de na(a)m(en) en (het) adres(sen) van de schuldeisers op wie het verzoek betrekking heeft; - schriftelijke bewijsstukken die de noodzaak van de voorlopige voorziening aantonen - Een zo volledig mogelijk ingevulde 285-verklaring. Met betrekking tot het moratorium zijn er al twee uitspraken (4). De rechtbank Maastricht (5) was, voor zover op dit moment bij mij bekend, de eerste die een verzoek om een moratorium moest afwijzen. Dit was niet op inhoudelijke gronden, maar procedureel. Verzoeker had alleen een verzoek op grond van artikel 287b ingediend. Omdat een 284-verzoek niet was bijgevoegd, moest de rechtbank tot afwijzing overgaan. Helaas bleek uit het vonnis niet of een schuldhulpverlener de aanvraag had begeleid. Interessant om te weten is in hoeverre schuldhulpverlenende instanties op de hoogte zijn van de regels omtrent de verschillende middelen en voorbereid zijn op de aanvragen. De rechtbank Leeuwarden heeft het eerste moratorium uitgesproken (6). De inhoud van het vonnis is mij op dit moment niet bekend, maar naar het schijnt heeft de rechtbank zowel de schuldenaar als de schuldeiser het hemd van het lijf gevraagd alvorens tot een beslissing te komen. Met betrekking tot het moratorium zijn de eerste praktijkervaringen dus binnen. Andere uitspraken zullen ongetwijfeld volgen. De voorlopige voorziening (artikel 287 lid 4 Fw)De bepaling met betrekking tot een voorlopige voorziening stond al in het oorspronkelijke wetsvoorstel en is niet geraakt door amendementen. Het vervangt min of meer de voorlopige voorziening. Een verzoek tot een voorlopige voorziening kan worden gedaan als het minnelijk traject (bijna) afgerond is. Het stadium waarin de schuldhulpverlener het verzoek tot toepassing van de WSNP nog moet doen of net gedaan heeft, maar een schuldeiser toch nog een executievonnis wil halen met betrekking tot woningontruiming, afsluiting van nutsvoorzieningen of beëindiging van de zorgverzekering. Ook deze voorlopige voorziening werkt voor één specifieke schuldeiser. Bij het verzoek voor een voorlopige voorziening moeten de volgende bijlagen aangeleverd worden: - een beschrijving van de spoedeisendheid; - een beschrijving van het belang van de verzoeker; - schriftelijke bewijsstukken die de noodzaak van de voorlopige voorziening aantonen. Met betrekking tot de voorlopige voorziening is nog geen jurisprudentie bekend ten tijde van het schrijven van dit artikel. Tot zo ver
Tot zo ver een korte weergave van de nieuwe middelen in het wettelijk traject. Ik neem de vrijheid om vanaf deze plaats ook een directe oproep aan u te doen: alle jurisprudentie met betrekking tot deze nieuwe middelen is welkom! Mocht u dus in uw praktijk uitspraken tegenkomen; ik houd me aanbevolen! Ik (maar ik spreek hier vast niet alleen namens mijzelf) ben erg geïnteresseerd in de praktijkervaringen en hoop u in de toekomst meer te kunnen berichten over jurisprudentie en trends op dit gebied. Nog meer ontwikkelingenNaast deze wijzigingen, zijn er nog enkele andere zaken die een versterkende invloed kunnen uitoefenen op het minnelijk traject: de certificering van de schuldhulpverlening en de wijziging in de vergoedingensystematiek in schuldsaneringszaken. Beide trajecten zijn vorig jaar ingezet en komen dit jaar tot verdere bloei. Certificering schuldhulpverleningBegin vorig jaar is onder leiding van de NEN een normcommissie ingericht, alsmede twee werkgroepen (proces en persoon), waarin allerlei belanghebbenden zitting hebben en die moeten leiden tot een norm voor certificering van schuldhulpverlenende instanties en de schuldhulpverlener. Als het inderdaad tot een norm komt, kan dit een belangrijke impuls geven voor het minnelijk traject. Immers: gecertificeerde instanties en schuldhulpverleners leveren meer kwaliteit en meer kwaliteit leidt tot meer medewerking van schuldeisers in het minnelijk traject, is de gedachte. De voorstellen van beide werkgroepen worden dit jaar openbaar gemaakt en dan volgt een consultatieronde. Daarna kunnen we enige duidelijkheid krijgen omtrent de inwerkingtreding van deze certificering. Nieuwe vergoedingensystematiekDe Raad voor Rechtsbijstand ‘s-Hertogenbosch is zich vorig jaar op verzoek van het Ministerie van Justitie gaan richten op een nieuwe vergoedingensystematiek voor schuldsaneringszaken. De Raad heeft een voorstel gemaakt en hierbij verschillende belanghebbenden verzocht dit voorstel te bekijken en hierop te reageren. Onder andere op basis hiervan is het voorstel aangepast en ingediend bij het ministerie. Eind vorig jaar kreeg het concept groen licht van Justitie. Naar alle waarschijnlijkheid zal de nieuwe vergoedingenstructuur per 1 juli van dit jaar effectief worden. Hoe dit precies werkt wordt uitvoerig besproken in de nieuwsbrief van maart 2008. Het minnelijk traject versterkt?Alle genoemde ontwikkelingen kunnen een positieve uitwerking hebben op de succesgraad van het minnelijk traject. Allemaal mooie ontwikkelingen dus. We zullen de effecten grotendeels dit jaar kunnen aanschouwen. Ik zit voorlopig op het puntje van mijn stoel te wachten op de praktijkervaringen…. U? Ingrid von Burg (Raad voor Rechtsbijstand) Tradartes (Opleidingen, onderzoek & consultancy op het gebied van insolventies en schuldsaneringen) (1) Richtlijnen voor schuldsanering, artikel 3 (2) Voor zover schrijver bekend (3) Richtlijnen voor schuldsanering, artikel 4 (4) Voor zover schrijver bekend op het moment van schrijven (5) Uitspraak van 8 januari 2008 met nummer FT RK 08-2. (6) Door het hoge vers-van-de-pers gehalte van deze uitspraak beschik ik nog niet over details van deze zaak.
|