| Wat de toekomst brenge moge |
|
|
| maandag 28 januari 2008 | |
( 1 )
Of het zou helpen om een glazen bol te gebruiken teneinde meer zicht op de toekomst van de schuldhulpverlening in Nederland te krijgen, waag ik te betwijfelen. Beter is het met beide benen op de grond aan de hand van wat er nu bekend is, te komen tot het doortrekken van reeds ingezette ontwikkelingen naar de toekomst.
1. Het beroep op schuldhulpverlening zal in 2008 en daarna verder toenemen. Conjunctureel tekent zich internationaal en daarmee verbonden ook nationaal een recessie af, die zich onder meer zal vertalen in (verdere) daling van huizenprijzen en toenemende werkeloosheid in de lagere regionen van de arbeidsmarkt, waar ook schuldentechnisch toch al de zwaarste klappen plegen te vallen. Het wordt steeds moeilijker om geld te lenen door internationale ontwikkelingen gerelateerd aan de subprime-crisis en daarmee gepaard gaande stijging van de rente op consumptief krediet. Banken worden kieskeuriger in de keuze van de personen, aan wie zij geld lenen. Daarnaast is er in Nederland een zelfstandige ontwikkeling, die zich al heeft afgetekend in de stringentere Gedragscode van de Vereniging van Financieringsondernemingen Nederland, Deze ontwikkeling zal in 2008 op zeer korte termijn worden aangescherpt doordat de Autoriteit Financiële Markten zich daarover zal uitspreken. Zie hiervoor ook mijn artikel “Jan Modaal kan minder poffen”. Hoewel het toe te juichen is, dat minder snel geld wordt geleend, levert dit op korte termijn problemen op door beperking van herfinancieringsmogelijkheden. Sociaal krediet wordt belangrijker voor lagere inkomens.
2. In het minnelijk traject zal de organisatie van de schuldhulp verder professionaliseren niet alleen door de invoering van de NEN-certificering, maar ook omdat de wens bestaat om te komen tot effectiviteitsmeting door de centrale overheid als financier waaronder monitoring, benchmarking en beste practices. Schuldhulpverleningsinstellingen die er met de pet naar gooien, lange wachttijden hebben en daarnaast ook nog eens een lange doorlooptijd, zullen krachtig worden geprikkeld hierin verbetering te brengen. Schuldhulpverleners worden steeds beter opgeleid. Het is te verwachten, dat ook in het minnelijk traject eisen voor permanente beroepsopleiding worden ingevoerd zoals dat met ingang voor dit jaar ook voor bewindvoerders is gaan gelden. Niet alleen door kwaliteitsverbetering van de hulpverlening zal het slagingspercentage in het minnelijk traject toenemen, maar ook wordt het wettelijk traject voor crediteuren onaantrekkelijk(er) gemaakt, omdat Vadertje Staat ophoudt schuldeisers te financieren door de kosten van de WSNP te betalen. De kosten van de WSNP zullen net als bij andere insolventievormen als faillissement en surséance voor rekening van het collectief van de schuldeisers worden gebracht. Hulpverlening zal voor de debiteur minder vrijblijvend zijn. Er is een toenemende roep om “bemoeizorg”, verplichte budgettering en “kijken achter de voordeur” in de vorm van huisbezoek (2), waarbij de debiteur die afhaakt door sancties wordt getroffen bijvoorbeeld in de uitkeringssfeer.
3. Met de wetswijziging van 1 januari 2008 zal er –anders dan wij wel hebben gevreesd- in de praktijk vermoedelijk weinig veranderen in de toelating tot de WSNP (3) . Het WSNP-traject wordt procedureel aangescherpt. Rechtbanken zullen kieskeuriger kunnen worden in de selectie van bewindvoerders, doordat de vraag naar hen afneemt. Het aantal organisaties dat zich met WSNP-bewindvoering bezig houdt, zal dalen. Jurisprudentie zal tot ontwikkeling komen over de gedwongen medewerking van weigerachtige crediteuren inclusief kostenveroordeling van de weigering (artikel 287a Fw), toepassing van het moratorium in het minnelijk traject (artikel 288a Fw) en voorlopige voorzieningen bij verzoek toelating WSNP.
(Ook) voor de korte termijn blijven er vele onduidelijkheden. Het is zaak daarmee zo goed mogelijk om te gaan en deze ten benutte ten voordele van effectieve en efficiënte schuldhulpverlening. Voorlichting zowel over preventie van schulden als over repressieve hulpverlening blijft zeer nuttig, ook om wanhoopsdaden in de vorm van familiedrama’s zoveel mogelijk te voorkomen, zoals zich in Hengelo (Gld) hebben voorgedaan en verdwijningen van debiteuren naar verre landen zoals in het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk recent in de pers kwam. Zeker is dat de komende jaren voor debiteuren, crediteuren en schulpverleners dynamisch zullen zijn op zoek naar nieuw evenwicht, waarbij de positie van de debiteur met bijstand van de hulpverlening is versterkt ten opzichte van de weigerachtige crediteur, die niet meer kan volstaan met een categorisch njet op ieder aanbod in het minnelijk traject en daarvoor zelfs financieel zal kunnen worden afgestraft met een kostenveroordeling en een aanzienlijk lager uitkeringspercentage in het wettelijk traject dan in het minnelijk traject.
Mr. H.D.L.M. Schruer, advocaat te Rotterdam.
(1) Wat de toekomst brenge moge. Begin van een gedicht van Jacqueline van de Waals, ook bekend als gezang 293 Liedboek der Kerken, bij het IKON verkrijgbaar als ringtone voor EURO 0,35! (2) Zie bijvoorbeeld de op 19 oktober 2007 door de staatssecretaris van SZW Aboutaleb en de Minister van Financiën Bos aan de Tweede Kamer aangeboden uitvoerige brief met betrekking tot voorkomen van "overkreditering en schulden. (3) Zie hiervoor ook de nieuwe Recofa-richtlijnen
| |



Stichting Modus Vivendi (lid NVVK sinds 2007)