Interview mr.dr. G.H. Lankhorst - Beleidsadviseur Directie Rechtsbestel Ministerie van Justitie Afdrukken E-mail
zondag 08 februari 2009


“Zoek de oplossing ook bij jezelf”


Ook het dossier “Schuldsanering” heeft bij het ministerie van Justitie een verantwoordelijke. In formele zin is dat vanzelfsprekend de minister van Justitie, in feitelijke zin is er een afdeling en ambtenaar die “dossiereigenaar” of, in vaktaal, beleidsadviseur is op dit onderwerp. Dat is voor schuldsanering, en de WSNP in het bijzonder, de heer mr. dr. G.H. Lankhorst; beleidsadviseur Rechtsbijstand, Schuldsanering en Conflictbemiddeling, en geen onbekende voor iedereen die uitvoerend te maken heeft met schuldenproblematiek. Omdat de wetswijziging per 1 januari 2008 van titel III van de faillissementswet (beter bekend als de WSNP) nu ruim een jaar functioneert, was er aanleiding om  de heer Lankhorst te vragen naar de ervaringen van het ministerie van Justitie met de aanpassingen van deze wet. Zoals wij van hem kennen, doet hij op bedachtzame wijze en zorgvuldig zijn woorden kiezend zijn verhaal:

"Conflictbemiddeling en schuldsanering

Conflictbemiddeling, wat ook in mijn portefeuille zit, wordt niet vaak gehanteerd in combinatie met schuldsanering. Toch heeft schuldsanering een belangrijk verband met conflictbemiddeling, al was het maar dat Justitie voor beide al jaren uitdraagt dat de buitengerechtelijke oplossing de voorkeur heeft. Pas als dat aantoonbaar niet lukt en het zelf oplossen van het probleem of conflict niet lukt, is het advies de rechter in te schakelen of een andere externe partij. Bij de WSNP is het eigenlijk voor het eerst dat dit zo duidelijk ook in wetgeving is neergelegd: “Eerst buitengerechtelijk, dan gerechtelijk”. In die zin is de WSNP wel een voorbeeld geweest. En dat heeft toch ook al zijn uitstraling naar andere gebieden, zoals bij echtscheiding. Van scheidende mensen wordt nu verwacht dat zij toch eerst met een echtscheidingsplan komen waarin allerlei zaken zoals de omgang met de kinderen besproken zijn voordat men naar de rechter holt. Zelf nadenken over het probleem èn mogelijke oplossingen en het dan “panklaar” aanleveren bij de rechter. Dit vindt plaats in de overtuiging dat het goed is dat je zelf ook voorwerk verricht en over je eigen geschil nadenkt en daarbij de eerste stap zelf zet in de voorbereiding van de oplossing. Pas als dat niet lukt ga je naar de rechter met documenten waaruit blijkt dat je van jouw kant het nodige aan voorbereiding hebt verricht.

WSNP en beleid

Wij zien dat dit beoogde beleidsmatige doel binnen echtscheidingen ook inderdaad zo uitwerkt. Helaas zagen wij bij de WSNP dat het niet zo uitwerkte en dat het aantal schuldsaneringsregelingen een voortdurend stijgende lijn vertoonde. In die zin zag je dat wat je achter je Haagse toetsenbord bedenkt soms anders uitwerkt, namelijk dat de schuldeisers de WSNP een prima regeling vonden! Streng toezicht, strenge bewindvoerder, strenge rechter, weinig kosten! Doordat die trend zich niet meteen openbaarde maar langzaamaan van vijf- à zesduizend per jaar groeide naar het beoogde aantal van 12.000 per jaar, werd pas vrij laat duidelijk dat de WSNP maar bleef doorgroeien en dat van de beoogde buitengerechtelijke oplossing weinig terecht kwam. Er was wel zorg of deze aantallen zouden doorgroeien naar bijvoorbeeld 20.000 of nog meer. Het beviel kennelijk de crediteuren wel dat de bewindvoerder de benen uit zijn lijf liep en zij rustig achterover leunend de revenuen verzamelden. Het algemene gevoel was toch wel dat iets prudenter gebruik van de WSNP gewenst was en dat het, ook financieel, houdbaar moest blijven en vooral ook maatschappelijk bèhoudbaar moest blijven. Als het teveel uit de hand zou lopen, zou dat kunnen leiden tot de constatering dat het helemaal anders of afgeschaft zou moeten en dat is niet wat Justitie wilde. De wetswijziging per 1 januari 2008 zal dan ook, zo is mijn inschatting, waarschijnlijk hebben bijgedragen aan behoud van de WSNP op langere termijn. En dat dit behoud belangrijk is, wordt door de recente kredietcrisis alleen maar onderstreept.

Verloop WSNP

Op dit moment is de verwachting dat de WSNP niet erg snel weer boven de 12.000 vonnissen per jaar zal komen. Toch is de val naar de 9000 vonnissen in 2008 sterker dan wij bij Justitie vermoed hadden. Vooral omdat vanuit Recofa al was aangegeven dat de strengere criteria voor toelating in de praktijk eigenlijk al ruim een jaar voor de inwerkingtreding werden aangehouden. Het is niet uit te sluiten dat de veranderde NVVK-methode in het minnelijke traject, met een stabilisatietraject, die zo rond diezelfde periode of iets daarvoor was begonnen, van invloed is op het aantal uitgesproken vonnissen. Op enig moment is moeilijk te achterhalen wat nu precies wat veroorzaakt. Recofa geeft overigens zelf aan dat zij op dit moment eenvoudigweg veel minder verzoekschriften krijgt ingediend, waardoor de vraag of zij strenger aan de poort zijn of niet eigenlijk helemaal niet opspeelt! We houden er daarom toch ook wel rekening mee dat een plotselinge stijging in het aantal WSNP-vonnissen of aanvragen kan plaatsvinden. Ons bereiken namelijk al signalen dat via een aanvraag van het eigen faillissement mensen pogen de WSNP binnen te komen. Dat is een, wellicht ietwat oneigenlijke, maar wel degelijk door de wet geboden mogelijkheid om versneld in de WSNP te komen, waar dan kennelijk behoefte aan is. Wat ik maar probeer te zeggen, is dat rondom de periode van de introductie van de aanpassing van de WSNP veel andere processen eveneens aan de gang waren, die allemaal in elkaar grijpen voor wat betreft hun effect op de toestroom en daarmee de precieze bijdrage in de nu geconstateerde verandering moeilijk te interpreteren maakt.

Ketenproces

De schuldsanering is heel sterk een ketenproces waarin veel partijen elkaar ontmoeten. De advocaten en rechters aan de ene kant en de sociale wereld en hulpverleners aan de andere kant. Hierin speelt dat zij elkaars taal niet altijd even goed spreken in wat toch al een zeer complex ketenproces is. Ik denk dat als er ergens in die keten iets gebeurt wat niet zou moeten gebeuren, dat snel op een andere plek in die keten problemen geeft. Het toverwoord van de overheid in zulke situaties is altijd “samenwerking en communicatie” en dat is natuurlijk ook zo. Ik voel toch, en dat zeg ik op persoonlijke titel, dat er veel gewonnen zou zijn als iedereen voor zich in zijn eigen stukje van de keten een optimale verantwoordelijkheid zou nemen; en dat is net iets anders dan alles gooien op de mantra van de samenwerking wat toch een diffuse invulling is. Vergelijk het met het sneeuwvrij maken van de stoep in de winter. Het enige waar je op moet letten zijn de randen met de buurman waar niet nog wat sneeuw moet blijven liggen; zulk soort “schakelpunten” pak je dan gezamenlijk aan. Als ik een voorbeeld zou moeten geven waarin dat op dit moment niet aan de hand is, dan vind ik dat in het minnelijk traject toch ook wel veel beleidsinformatie ontbreekt. De WSNP is wat dat betreft met de inmiddels vierde monitor getalsmatig redelijk inzichtelijk. Dat zulke informatie in het minnelijk traject ontbreekt, is een complicerende factor voor het maken van landelijk beleid daarvoor. Er zijn ook goede nieuwe ontwikkelingen: De huidige staatssecretaris mevrouw Klijnsma, die kersvers in het zadel zit als opvolger van de nieuwe burgemeester van Rotterdam Aboutaleb, is op dit moment ook echt bezig een wettelijk kader te vinden voor schuldhulpverlening. De startnotitie hierover gaat, “as we speak”, naar de Tweede Kamer (zie ook bijlagen 1 & 2).

Multidisciplinair

In vergelijking tot het verleden is nu op departementaal niveau gelukkig veel overleg tussen de vele factoren in het complexe gebied van de schuldsanering. Naast Sociale Zaken, als coördinator, Justitie, Economische Zaken, Binnenlandse Zaken en Financiën is inmiddels, en daar is Justitie erg blij mee, ook Onderwijs aangeschoven bij het interdepartementaal overleg. Wij vinden dat het belangrijk is dat de WSNP niet alleen maar dweilen is met de kraan open, maar dat er ook gericht op preventie en het voorkomen van slechte financieel gedrag gewerkt wordt aan voorkoming van de noodzaak van de WSNP. Dat maakt het wat makkelijker om te dweilen als het - ondanks alle andere onderhoudswerkzaamheden - toch ergens blijft lekken.

Meerderjarigenbewind

Wat op dit moment opvalt in de statistieken, is de enorme stijging van het aantal beschermingsbewinden boek 1. Om het cynisch te zeggen: “Dat is momenteel booming business”. De verklaring hiervoor lijkt op dit moment voor een deel te vinden te zijn in de toegevoegde waarde die het “saneringsrijp”, om maar een lelijk woord te gebruiken, maken van schuldenaren heeft voor de WSNP. Het aantal uitgesproken vonnissen van 20.000 per jaar is momenteel meer dan de WSNP ooit geweest is. Dat er ook bewindvoerders WSNP zijn die zich deze richting uit ontwikkelen brengt wellicht een hoop, noodzakelijke, expertise en kwaliteitsimpulsen in dit deel van de bewindvoeringen. Het zal de nu al bestaande begripsverwarring tussen deze twee bewinden helaas niet verminderen, maar het is toch een verrijking voor het Justitiestelsel als geheel. Met de momentele reductie in het aantal vonnissen WSNP zorgt het bovendien dat zij behouden blijven voor Justitie en er niet massaal de brui aan geven.

Europa

Nationale wetgevers staan voor wat betreft het onderwerp schuldsanering redelijk op zichzelf. Er is weliswaar binnen de Europese Unie in Brussel en de Raad van Europa in Straatsburg een overleg op bepaalde terreinen die verband houdt met schuldenproblematiek. Het overleg hierover is nog niet geïnstitutionaliseerd en vindt alleen maar plaats als het thema op de agenda staat. Dat is enerzijds jammer, anderzijds is het voor wat betreft dit onderwerp ook een kwestie van tijd en prioriteiten die op dit moment nog beperkt zijn. Natuurlijk zou je het liefst uitgebreid willen kijken hoe over de Nederlandse grenzen heen collega wetmakers en beleidsmakers bepaalde problemen aanpakken, maar daar is niet altijd de mogelijkheid voor. Als het dan gebeurt, zoals ik een keer mocht doen door het voorzitterschap op dit onderwerp bij een zitting van de Raad van Europa, dan moet ik zeggen dat die zitting bijzonder leerzaam was en dat ik daar heel veel andere ideeën opdeed over schuldenproblematiek. Je moet tenslotte toch oppassen niet in je eigen koker opgesloten te blijven. Het gevaar bestaat dat je toch ingepakt blijft in je nationale stelsel en gedachtegang. Daarnaast heb je ook nog eens in Nederland het Nederlands recht gestudeerd; dat brengt een bepaalde denkwijze met zich mee waarbij het wel eens goed is daar uit te stappen en te horen hoe het ook anders kan. Dat leert je dat andere landen voor dezelfde problematiek vergelijkbare resultaten verkrijgen via een heel andere weg. Bovendien ervaar je dat dingen die voor ons vanzelfsprekend zijn, mensen in het buitenland van hun stoel kunnen doen rollen. Een dergelijk typisch voorbeeld is bijvoorbeeld de postblokkade. Sommige landen vinden dat een bijna onaanvaardbare inbreuk op iemands privacy. Daar kan weer tegenover staan dat de duur van drie jaar van de regeling zoals die in Nederland geldt, toch tot de kortste in zijn soort behoort. Dat vond men dan toch weer het andere uiterste: “Hoe kunnen jullie nu na gemiddeld drie jaar en soms zelfs na één jaar een schone lei geven, terwijl dat in bijvoorbeeld in Oostenrijk zeven jaar moet duren?”. Dat was voor hen weer onbegrijpelijk. Binnen zo’n Europees overleg kom je dan toch tot de constatering dat op nationaal niveau het verschil speelt tussen kort en streng (lees: Nederland) of lang en soepel (lees: Oostenrijk). Toch kijkt men in zijn algemeenheid positief aan tegen de manier waarop Nederland de schuldenproblematiek probeert aan te pakken. Vooral met het brede palet van ministeries die ieder voor zich zijn steentje bijdragen aan de aanpak van de problematiek trekt positieve aandacht. Of het nu het ministerie van Financiën is met de Wfd, Justitie met de WSNP, Sociale Zaken met de grote aandacht voor het minnelijk traject of Onderwijs met de preventieve aanpak; het is eerder aan de hand dat wij toch ook onder de aandacht moeten brengen dat er uitvoerend ook echt wel obstakels zijn.

Een uniforme Europese regeling?

Op korte termijn zie ik geen uniforme Europese schuldsaneringsregeling ontstaan. De verschillen zijn zo divers, of er zijn zelfs nog helemaal geen nationale voorzieningen daarvoor, dat harmonisatie op dit vlak vooralsnog niet aan de hand is. Wat je wel ziet is dat, doordat het op de agenda van de Raad van Europa in Straatsburg is gekomen, wat een soort “denktank”-voorloper is van Brussel, dat er wel aan gewerkt wordt of zal worden. Dat zal echter een zeer lang proces zijn. Daarbij baseer ik mij onder andere op mijn eigen ervaring van elf jaar geleden toen ik in Brussel voor het eerst overleg had over de richtlijn consumentenkrediet; deze richtlijn is uiteindelijk pas een half jaar geleden vastgesteld! De verschillen tussen Noord- en Zuid-Europa, tussen vrije handel en protectionisme (die met de huidige kredietcrisis wellicht toch gelijk hebben gekregen) blijken toch zeer moeizaam tot definitieve vaststellingen te kunnen leiden.

Tenslotte

Als ik een advies zou moeten geven voor mensen met schulden dan denk ik vooral hieraan: “Zoek de oplossing toch ook vooral bij jezelf”. Dat bedoel ik niet in de zin van dat de overheid niet behulpzaam zou moeten zijn, maar dat het begin van een oplossing bij jezelf ligt. Schakel een bonafide schuldhulpverlener in. Kijk niet teveel naar anderen die meer te besteden hebben of meer goederen hebben. Kijk toch vooral naar verbetering van je eigen situatie voor het perspectief op een schuldenvrije toekomst. Het is misschien verleidelijk alles en iedereen de schuld te geven, maar het ontneemt jou het zicht op een schuldenvrije toekomst!"

I.P. Van Rossen
Over de auteur:

Directeur van Modus Vivendi Wettelijk Traject B.V.

Sinds 1995 actief binnen schuldhulpverlening in minnelijk en wettelijk traject.

 
Advertisement
Template creation and website implementation by One-Company Interactieve Communicatie, Industrieweg 18, 4051 BW Ochten, Nederland. Telefoon: 0344-641040