Interview met een schuldenaar Afdrukken E-mail
zondag 14 februari 2010

“....je bent blij dat je voorbij je trots bent gegaan toen je in de problemen zat...”


Inleiding
Diverse interviews zijn de afgelopen twee jaar in deze nieuwsbrief verschenen, Aan de hand van deze serie interviews is met bekende en minder bekende Nederlanders een beeld gegeven van de visie op schuldenproblematiek in Nederland. Allen hebben zij  beroepshalve en uitvoerend te maken met schuldenproblematiek en de manier waarop je daar mee kan omgaan. In managementtaal zouden zij stake-holders heten: politici, rechters, juristen, bestuurders en managers. Zij maken de keuzes en nemen de beslissingen die uitvoerend uitwerken naar de mensen die schulden "ondergaan". De interviews zijn bedoeld om een lezenswaardig inzicht te geven in de overwegingen die voor deze professionals meespelen in hun werk. De laatste "professional" in deze serie interviews is de ervaringsdeskundig: de schuldenaar die het allemaal van nabij meemaakt:
Het gesprek is met een echtpaar met opgeruimd karakter die duidelijk sàmen met elkaar een zware periode hebben gedeeld en meegemaakt. Ze vullen elkaar aan in het verwoorden van wat een enerverende tijd is en is geweest. Op dit moment zitten zij nog in de financiële afhandeling van een “saneringsperiode”, toch hebben ze de bereidheid hun verhaal te delen, afwisselend vullen zij elkaar aan:

“Op enig moment kom je in een bepaalde situatie terecht waarin je rekeningen niet meer kunt betalen. In ons geval begon het met de koop van een huis waarin we een slaapkamer voor mijn zoon aan het verbouwen waren wat eigenlijk veel te veel kostte. Je merkt dat je een bepaalde rekening niet kan betalen en die je schuif je dan een maandje door. Je gaat nog wel door met het kopen van bepaalde spullen die je eigenlijk niet direct nodig hebt maar die je wel graag nu wilt hebben, dus ook dat koop je nog; je vergeet die rekening even of je denkt ik maak wel een regeling met iemand en zo kom je van kwaad tot erger. Het kwam uiteindelijk zover dat we het huis verplicht moesten verkopen via een executie-verkoop en dan kom je uiteindelijk terecht waar we nu zitten: in een huurhuis en dan wel nog met een oude schuld.

Winter
En toch realiseerden wij ons pas echt dat het mis ging toen wij in deze woning geen gas, water en licht meer hadden. Het was midden in de winter een jaar of vijf, zes geleden; alles was afgesloten. Wat ik mij vooral herinner is dat je zo schuldig voelt naar je kind toe. Je realiseert je goed dat je daar zelf schuld aan bent, dat je moet erkennen: “ik ben hier niet goed bezig”. Pas toen we werden afgesloten zijn we naar maatschappelijk werk gegaan en die heeft toen voor ons een regeling gekregen dat we weer werden aangesloten en dat wij maandelijks een bedrag konden afbetalen. Ondanks dat wij het niet bespraken met ons toen vijfjarige zoontje, merkten we wel dat hij, ondanks zijn jonge leeftijd, feilloos aanvoelt dat er wat loos is. We konden voor hem gelukkig ook veel dingen gewoon laten doorgaan zoals dingen voor school, verjaardag of zomerkamp. Dit kon vooral doordat onze ouders een hoop dingen hebben betaald. Het vertellen aan familie of ouders doe je trouwens ook niet vanaf het eerste begin. Pas een halfjaar na de afsluiting in de winter spraken wij erover en dan nog meer noodgedwongen omdat wij nu ook uit onze woning dreigden gezet te worden. Als wij alleen met z'n tweeën waren geweest dan hadden wij absoluut op straat gestaan. Omdat er nu ook een kind was zag de woningbouwvereniging van de ontruiming af. Inmiddels waren wij wel bij een bewindvoerder terechtgekomen die tot op de dag van vandaag ons budget beheert. Dit gaf ook voor de verhuurder meer zekerheid dat zij inderdaad hun geld voortaan zouden krijgen.

De oorzaak
Je voelt ook een boosheid, maar dan vooral naar jezelf toe dat je het zover hebt laten komen en dat je niet beter hebt nagedacht over de inkomsten en uitgaven. Natuurlijk dacht je ook, toen je het huis kocht :  “Als de bank zegt dat het kan, dan doen we het”. Dat vind ik zelf de grootste fout die wij gemaakt hebben. Inmiddels is dat acht of negen jaar geleden dat wij het huis kochten, maar dat dat mis ging hebben wij nu nog dagelijks mee te maken. Toen wij het kochten waren wij nog heel optimistisch het te kunnen verbouwen naar onze wensen, maar dat liep dus toch uiteindelijk anders.
Zonder een bewindvoerder merk je toch dat het maken van keuzes over wie je als eerste moet betalen erg moeilijk is. Je betaalde aan degene die het hardst riep zodat die dan in ieder geval zijn “bakkus” hield. Op een bepaald moment weet je echt niet meer hoe je het moet doen allemaal... De keuzes die je dan maakt zijn dan niet altijd huur, energie en ziektekosten als eerste.  En toch, heel eigenwijs, loopt, naast die keuzes, ook de neiging nog even dit te kopen of dat. Eigenlijk hadden wij een gat in de hand. Ik denk dat als we met de verkoop van het huis daarna anders hadden geleefd, dan was het beslist anders gegaan. Daarnaast werk je je eigen, op z'n Hollands gezegd, het leplazarus en het helpt gewoonweg niet. Ik zat op een gegeven moment van 's morgens half zeven tot 's-middags kwart over vijf aan het werk. Dat zijn dagen hoor.. en dat ieder dag. Toen mijn baas op een bepaald moment was bijgesprongen betaalde je terug door over te werken.

Het voornemen
Uiteindelijk kom je dan bij een bewindvoerder terecht, dan gaat je geld daar allemaal heen en krijg je zoveel per week. Met de bewindvoerder bespraken wij destijds dat wij gedurende drie jaar aan de schulden zouden afbetalen en dat wij er dan vanaf zouden zijn. Wij zijn inmiddels wel over die termijn van drie jaar heen en weten eigenlijk niet wat de stand van zaken is. Wij doen in ieder geval geen gekke dingen meer. Op het moment nu zeggen we wel: “We vinden het wel best zoals dat gaat”, we hebben rust, maar je wilt toch die duidelijkheid hebben over de stand van zaken. 

De uitvoering
Het geld ging, als gezegd, voortaan naar de bewindvoerder. Bij hun ligt voortaan de druk en dat je die druk kwijt bent, dat is een verademing. Je krijgt zoveel euro om daarmee een week door te komen en dat is in het begin heel lastig geweest. Wij kregen ongeveer € 90,00 per week, maar daar moesten wij ook de reiskosten van betalen naar het werk. Iedere week kwamen we daaraan te kort, èn de boodschappen, èn de reiskosten. Toen hebben we de situatie uitgelegd, want de benzine prijzen stegen enorm. Toen heeft hij er € 30,00 bij gedaan. Toen er werk dichter bij huis kwam is het weekgeld gelukkig wel hetzelfde gebleven zodat het nu een beetje ruimer is. Het is wel een prettig gevoel dat wij alle rekeningen gewoon kunnen doorsturen. Je mist wel vaak een goed overzicht van je situatie. Wij zitten nu drie jaar bij de bewindvoerder maar weten eigenlijk niet wat de stand van zaken is. Je krijgt weliswaar ieder kwartaal een overzicht maar dat geeft alleen een overzicht van inkomsten en uitgaven en geen overzicht van je schuldensituatie. Na drie jaar ontstaat aan de ene kant de behoefte het weer zelf te gaan doen, maar aan de andere kant heb je ook wel een gevoel van: “Alle rekeningen worden betaald, we hebben te eten, we hebben te drinken,...het is wel goed”. Je bent toch ook bang dat je weer de fout in gaat. Er zijn cursussen voor het weer financieel weer op eigen benen staan, maar het belachelijke is dat je pas zo'n cursus kan volgen als je er uit bent! Dat zouden ze nu natuurlijk al moeten beginnen, toch?

Zelf
Toen wij destijds bij maatschappelijk werk vandaan kwamen kregen wij een kasboekje mee waarin wij moesten noteren hoeveel wij kregen en waaraan wij dat uitgaven. Door omstandigheden is het de afgelopen twee jaar daar niet meer van gekomen. Ik heb toen ook via het NIBUD zo'n agenda aangeschaft. Daar stonden ook hele goeie tips in met veel voorbeelden die soms heel vanzelfsprekend waren en andere momenten juist helemaal niet zo vanzelfsprekend en meer een : “ooohhh?”-reactie gaven. Toen wij er net in gingen kregen wij maar zoveel per week maar werd je gaandeweg een ster in het omgaan met geld. Op een gegeven moment ken je precies de winkels en producten die het goedkoopst zijn, tot op een dubbeltje nauwkeurig. Maar, nu moet ik wel zeggen dat wij heel veel steun hebben gehad aan onze beide ouders. Deze gaven iedere maand weer iets extra's. Dat was wel pas vanaf dat zij het wisten. Toen wij het vertelden was iedereen in tranen. Vanaf toen is het ook heel anders gegaan. Toen betaalden zij bijvoorbeeld de benzine van de auto als wij naar hen toegingen en gaven ze iedere maand vijftig euro, ...niet in geld maar in boodschappen! Dan gingen we met ze naar de Liddl, want daar betaal in principe het minst voor je boodschappen, en dan kochten wij voor vijftig euro boodschappen. Zo ging het geld ook niet op aan andere dingen en hadden we spullen die we ook echt nodig hebben. Zo werd de familie ook steeds saamhoriger. Eerst zag je op tegen verjaardagen en dergelijke, want je moest immers een cadeautje geven en ging je smoezen verzinnen waarom je niet kwam, en zo kwamen nu vaker bij elkaar over de vloer. Gelukkig kregen wij ook wel eens kleren van mijn broer en zus. Die hebben ook alle twee twee kinderen die ouder zijn dan onze zoon. Die hebben volgens mij ook wel een keer nattigheid gevoeld op één of andere manier. Die kwamen met een verjaardag van “Joh, ik heb nog wat bij..” en die kwamen met twee vuilniszakken met kleding voor onze zoon. Kleding kopen hoefden wij daardoor ook bijna niet. De kleding was ook niet versleten, maar ze waren er gewoon uitgegroeid. Vonden wij helemaal niet erg.

Gemeente of maatschappelijk werk?
Als je in zo'n situatie terechtkomt weet je eigenlijk niet naar wie je toe moet gaan. Kijk, ons huwelijk loopt op zo'n moment ook niet echt geweldig. Je zoekt dan ook een instantie of organisatie die je kunt vertrouwen . In onze situatie ga je uiteindelijk naar maatschappelijk werk of willekeurig iemand die jou wil helpen. Aan de gemeente dachten wij eigenlijk niet... Wij denken ook nu nog steeds niet echt aan de gemeente maar juist aan maatschappelijk werk. Je hebt de gedachte dat zij vertrouwelijk omgaan met je situatie. Bovendien weten die misschien nog wel potjes voor bepaalde situaties wat de gemeente juist voor zich wil houden omdat hoe minder mensen het weten hoe minder het gebruikt wordt! Na afloop van een gesprek met maatschappelijk werk heb je gewoon het gevoel: “Ik ben weer een stapje verder”. Je voelt je ook teveel een nummer bij de gemeente; bij maatschappelijk werk ben je een méns.

Je gaat gekke dingen doen

De echtgenoot vertelt: “Als je niet allebei kunt werken zoals in onze situatie dan zoek je soms toch wegen om wat extra's te hebben; dan ga je andere dingen doen... Ik werkte destijds in de verkoop en dan kom je toch wel, op een heel gemakkelijke manier, in de verleiding. Als een klant vroeg hoeveel iets kostte en dan bijvoorbeeld aangaf dat hij geen bon hoefde..., ja, dan is een paar euro toch snel in je zak gestoken. En dan kon je zo komen van een paar boutjes naar een stukje gereedschap. Je voelde wel dat het van kwaad tot erger ging, maar het was ook een welkome aanvulling! Totdat ze kwamen vragen naar bepaalde onderdelen en vroegen of jij wist waar die gebleven waren? “Hoezo? Is die weg dan...?”. Ondertussen wist je precies wat er mee gebeurt was, die had je kort daarvoor verkocht! Eigenlijk wordt je crimineel! Nu doe ik dat niet meer.., ik heb een paar jaar geleden een ommekeer in mijn leven meegemaakt en zo wil ik ook niet meer leven. Wij hebben Jezus Christus leren kennen als onze redder en zaligmaker; als wij Jezus niet als onze redder hadden aangenomen hadden we nu nog dieper in de ellende hadden gezeten . Destijds rechtvaardigde ik mijn gedrag voor mijzelf met de redenering:  “Wij hebben het moeilijk, hij heeft veel geld”, nu komt het zelfs niet meer in mij op. Na die ommekeer is er ook voor ons gevoel een last van onze schouders gevallen en merken wij ook echt dat het beter gaat. Ik heb mij nog wel een paar keer voor een rechter moeten verantwoorden voor allerlei zaken die niet door de beugel konden en waarbij de rechter keer op keer “gezien uw situatie” gelukkig genade voor recht heeft laten gelden.

De voedselbank en schaamte
Op een gegeven moment hoorden wij ook van de voedselbank. Wij waren zo te trots om daar naartoe te gaan. Het was ongeveer een jaar nadat wij bij onze bewindvoerder kwamen. Dat was voor ons zo'n grote stap!  De eerste keer zijn wij daar geweest om papieren in te vullen en te vertellen hoeveel dat we hadden per week en welke bewindvoerder je zat, dat soort dingen. Onze zoon ging toen ook mee. De eerste indruk die wij hadden was heel raar; het kwam over als een soort rommelmarkt. We nemen wel ons petje af voor hoe die mensen daar bezig zijn. Het is allemaal vrijwilligerswerk, ze krijgen er dus geen stuiver voor, maar ze zijn wel constant bezig en in de weer en het controleren. Het programma van “geen cent te makke” vonden wij ook grandioos om naar te kijken, vooral ook omdat wij daar zoveel van onszelf in herkenden. We hoorden op dat moment ook van een buurvrouw tegenover ons. Daar kwam de voedselbank namelijk op een gegeven ook. En als ze dan met een voedselpakketje aan de deur staan, ook al staat er dan niet “Voedselbank” op de vrachtwagen, ze komen toch bij allemaal met dezelfde pakketten en dan weet toch iedereen wat er aan de hand is. Je denkt het allemaal voor de buren weg te houden, maar er bekruipt je toch het gevoel dat de buren ergens wel een vermoeden hebben of iets dergelijks. Die hebben hier op een gegeven moment natuurlijk ook mensen aan deur gezien met briefjes ondertekenen en dergelijke. Een jaar of twee geleden kwam een buurvrouwtje van een aantal deuren verderop met kerst een pakket bij ons brengen met allerlei lekkere dingen, dure koffie en zo... kennelijk omdat zij toch wist dat wij dat konden gebruiken. Dat was zo grandioos! Dat je het van elkaar weet betekent overigens niet dat je daarover ervaringen gaat uitwisselen naar elkaar. Daarvoor doet iedereen dingen toch op z'n eigen manier. Destijds waren er flink wat die bij de voedselbank zaten, nu niet meer. Als gevolg van het feit dat we, door het werk dat dichter bij huis is, wat meer ruimte hebben zitten we nu niet meer bij de voedselbank.

De toekomst
Op dit moment ben ik eigenlijk niet meer bezig met mijn schulden. Ik leef naar het budget dat ik heb en de bewindvoerder die moet maar kijken hoe het met de schulden zit. Kinderbijslag dat krijgen we, maar alleen voor Brian! Dat houdt hij heel strikt gescheiden. Zeg nooit nooit, maar ik denk niet dat dit ons ooit nog een keer zal gebeuren. Ik geloof dat met de achtergrond die we nu hebben dat die probleemberg die wij destijds alsmaar groter zagen groeien, dat die berg weg is. Alle dingen zijn inmiddels wel zo'n beetje opgelost. Wij zullen nu ook eerder, als het misgaat, de hulp van een vriendin of familielid inschakelen voor de zekerheid. Dat zijn ook mensen die kennen ons verleden, die hebben ons tot nu toe ook enorm geholpen en hebben de bereidheid om, als het niet gaat, te helpen. Inmiddels kennen wij genoeg mensen waarbij wij rustig durven aan te kloppen en te vragen joh, help ons eens even met dit of dat en die ook hun mondje houden! Ergens heb je op een gegeven moment wel het gevoel, het mag ook wel eens afgelopen zijn met de bewindvoering! Tuurlijk zie je op tegen het feit dat je het zelf weer moet gaan doen. Want het is toch wel makkelijk dat je even overleg kan hebben met je bewindvoerder over bijzondere uitgaven. Dan let je toch beter op bij wat je uitgeeft. Al met al denk ik dat het in Nederland toch wel goed geregeld is met schuldenproblematiek. En als ik nu zie dat ik afgelopen zomer gewoon een zwemabonnement heb kunnen kopen voor onze zoon, dan ben je blij dat je voorbij je trots bent gegaan toen je in de problemen zat en nu weer “gewoon” als gezin bezig kan zijn.


I.P. Van Rossen
Over de auteur:

Directeur van Modus Vivendi Wettelijk Traject B.V.

Sinds 1995 actief binnen schuldhulpverlening in minnelijk en wettelijk traject.

 
Advertisement
Template creation and website implementation by One-Company Interactieve Communicatie, Industrieweg 18, 4051 BW Ochten, Nederland. Telefoon: 0344-641040