Samenwerking als bouwsteen De omvang en complexiteit van de schuldenproblematiek laat de afgelopen jaren een schrikbarend hoge groei zien. Op velerlei fronten blijkt er behoefte te zijn aan meer capaciteit, meer kennis, meer kundigheid en meer organisatie en logistiek. Daarnaast ontwikkelen zich inzichten in de wijze van schuldpreventie en schuldhulp die duidelijk maken dat samenwerking op de diverse niveau's van de uitvoering de meeste kans op succes geven. In de toeleiding naar schuldhulpverlening en de uitvoering en nazorg daarvan hebben schuldenaren ondersteuning nodig die is toegesneden op de mate van voortgang van het hulpproces: bij aanvang preventieve zorg, in de uitvoering schuldbemiddeling, in de duurzame afwikkeling de juiste nazorg. Voor elk van die onderdelen is daarop ontwikkelde kennis en ervaring nodig. Het begeleiden van schuldenaren in de eerste fase van het schuldhulpverleningstraject, waarbij de eerste fase juist vaak is toegesneden op preventie vereist een andere expertise, maar ook opleidingsniveau, als de fase waarin de schuldregeling plaatsvindt en waarin veel financieel-technische, juridische en wetgevingstechnische kennis is vereist. Daarnaast zal de eindfase van de schuldhulp een zwaarder accent op nazorg leggen waarin de kennis en ervaring van de schuldregelaar minder intensief gebruik vereist en andere vaardigheden van begeleiding juist meer intensief noodzakelijk zijn. Binnen het besef van het bovenstaande verloop van een schuldhulpproces zijn sinds enige tijd diverse partijen met elkaar in overleg die, ieder met hun eigen expertise, maar ook missie, binnen de schuldhulpverlening gezocht hebben naar “common ground” in de kijk op de schuldhulpverlening. Zij hebben gezocht hoe de uiteenlopende uitvoering voor alle partijen een versterkend, maar ook aanvullend, effect op elkaar kon bewerkstelligen. In het door de ChristenUnie, op instigatie van de eveneens aanwezige mevrouw Cynthia Ortega, samen met Crown Ministeries georganiseerde seminar “Schulden te lijf” dat gehouden werd in de Groen van Prinsteren Zaal in het parlementsgebouw te 's-Gravenhage kwamen zij op vrijdag 5 februari 2010 bij elkaar om hun gezamenlijke ideeën te presenteren over een methodiek voor het verrichten van schuldhulp met een accent op de prevèntie van schuldenproblematiek. Met name de rol die de kerk, als sociaal instituut, daarin kan spelen is daarbij naar voren gebracht. Het seminar, onder dagvoorzitterschap van Wim Althuis van de Evangelische Alliantie, bestond uit een zevental voordrachten van personen die, vanuit hun vertegenwoordigde organisaties, hun beeld schetsten van de schuldhulpverlening en de wijze waarop de gezamenlijke visie daarop tot verbetering leidt. Het seminar werd begonnen met een voordracht van Saron. Deze zorginstelling werkt volgens de methodiek van het driefasenmodel, wat zich laat beschrijven als een driedeling van het zorgproces in een preventieve fase, curatieve fase en nazorgfase. Door middel van de uitwisseling van expertise tussen de uitvoerders van drie fasen kan de kwaliteit van het gehele proces geborgd worden. Noodzakelijkheid daarbij is het opleidingsniveau in elk van deze fasen. De voordracht van SCS richtte zich op het aktiveren van de samenwerking tussen gemeentelijke overheid en locale kerken. Door middel van het organiseren van start-bijeenkomsten, waarbij deze twee partijen aanwezig zijn, tracht zij de locale samenwerking “op te starten” met als doelstelling vooral het vinden van elkaar op basis van het 3-fasenmodel. Mevrouw Jet Creemers, in haar hoedanigheid van voorzitter van Stichting Verantwoord, gaf een inspirerende kijk op de (te belangrijke) plaats van geld in onze samenleving. "Waar wil jij zijn over drie jaar?" is een belangrijker vraag om te beantwoorden. Modus Vivendi gaf een tweetal voordrachten over enerzijds de praktische kant van de schuldhulpverlening en de benodigde randvoorwaarden en anderzijds het plaatsen van de schuldhulpverlening zoals wij die nu kennen in een historisch perspectief. Het verbod op schuldbemiddeling heeft niet altijd bestaan en is ook niet altijd nodig geweest. Zij pleitten, zoals inmiddels veel partijen in de praktijk van de schuldhulpverlening, voor een vernieuwde en vernieuwende kijk op de schuldenproblematiek. BosConsulting diaconaal advies gaf vanuit de diaconale praktijk haar visie op de huidige interactie tussen gemeenten en kerken en concludeerde, als understatement, dat er zeer veel ruimte voor verbetering is. Als laatste spreker was er wethouder Kok uit Lelystad. Reeds vele jaren is hij, naast zijn bestuurswerkzaamheden, actief binnen IDO (Stichting Interkerkelijk Diaconaal Overleg). Over kerkelijke grenzen heen verleent zij op een succesvolle manier praktische hulp op velerlei terrein aan mensen met schuldenproblemen. Aan het slot van de voordrachten die, ieder voor zich vanuit hun werkzaamheid de noodzaak en behoefte aan preventieve zorg benadrukten, was de gezamenlijke conclusie “voorkomen is beter dan genezen”. Om dit voornemen kracht bij te zetten ondertekenden aan het slot van dit seminar de aanwezige partijen de oprichtingsovereenkomst van het Nationaal Platform Schuldpreventie en Schuldhulp (NCPS) waarmee zij hun intentie tot concrete aanpak gestalte gaven. De ambitie van het platform is om een landelijk werkend buddy-systeem gestalte te geven. Doelstelling daarvan is om daar waar personen geconfronteerd worden met schuldenproblematiek een (goed getrainde) buddy te geven die op enig moment in het hele traject van de schuldproblematiek support kunnen geven waar dat nodig is en waar de professional niet altijd nodig is of kan zijn.

|