Inleiding Het jaar 2010 heeft met het verstrijken van de eerste twee maanden haar eerste schreden gezet. Beschouwd op alleen de eerste twee maanden van 2010 lijken het aantal uitgesproken faillissementen en de toepassingen WSNP gelijke trends te hebben gevolgd, namelijk die van een daling ten opzichte van hun successievelijke voorgaande kalendermaanden. Beschouwd vanuit een drie-maands gemiddelde of zelfs zes-maandsgemiddelde lijken zich voor de respectievelijke entiteiten echter verschillende trends te ontwikkelen. De faillissementen Na het losbarsten van de kredietcrisis in oktober-november 2008 was de algemene verwachting dat het aantal faillissementen aanzienlijk zou stijgen. Deze verwachting is ook uitgekomen; in 2009 steeg het aantal uitgesproken faillissementen van 6734 in 2008 naar 10561 in 2009. Niettegenstaande deze enorme toename was er niettemin in het derde en vierde kwartaal 2009 een kentering te bespeuren in het aantal uitgesproken faillissementen per maand. (Zie figuur 1)
 (bron: http://www.rechtspraak.nl/)
De WSNP Op 1 januari 2008 is de grondige revisie van de WSNP van kracht geworden. Beoogd effect van deze wetswijziging was het verlichten van de werklast van rechterlijke macht en bewindvoerders. Daarnaast beoogde de wetswijziging een beheersing van de toenemende instroom te bewerkstelligen (Memorie van Toelichting, Kamerstuknr. 29942, nr. 3, pag. 5). Dat dit tot een afvlakking of zelfs reductie van het aantal van toepassing verklaarde WSNP-regelingen zou leiden was om die laatste reden te verwachten. Dat dit zou leiden tot een reductie naar 9209 WSNP-vonnissen in 2008 in tegenstelling tot de 15137 vonnissen in 2007 was een niet voorziene grootte van de verandering. In de loop van 2009 bleek die trend bekeken over het hele jaar consistent te zijn met het jaar daarvoor tot een totaal aantal van 8946 vonnissen over geheel 2009. In de loop van 2009 bleek zich wel een trendbreuk voor te doen bekeken over het 3- en 6-maandsgemiddelde. Deze trendbreuk die optrad vanaf het derde kwartaal 2009 toont een lichte stijging van ca. 700 vonnissen per maand naar ca. 800 vonnissen per maand.

bron: http://www.rechtspraak.nl/
De verwachting Hoewel het maken van een inschatting van het aantal toekomstige faillissementen en WSNP-zaken een hachelijk zaak is, kan het naast elkaar leggen van deze twee entiteiten in de faillissementswet wel een indicatie geven van hun verloop ten opzichte van elkaar. In figuur 3 is, op basis van het 6 maandsgemiddelde, het verloop van de twee entiteiten zichtbaar gemaakt. De ontwikkeling van het aantal faillissementen richting een lager aantal dan kort na de kredietcrisis in relatie tot de “vlakke” periode van het aantal WSNP-vonnissen in de periode juni 2008 tot juni 2009 en de daarna zichtbare graduele verandering naar hogere aantallen tonen de gang naar een meer “natuurlijke” positie van overwegende aantallen WSNP ten opzichte van een (ten tijde van introductie van de WSNP beoogd) minder aantal faillissementen.

bron: http://www.rechtspraak.nl/
Discussie Na een ingrijpende gebeurtenis als een krediet-crisis gaan veel veronderstelde wetmatigheden op economisch gebied niet altijd (meer) op. Wanneer dan ook nog vrijwel gelijkertijd een ingrijpende wetgevingsinspanning wordt afgerond met de daadwerkelijke in werking treding van deze uitgebreide wetsaanpassing, dan is duidelijk dat het gedurende enige tijd zal rommelen in de kwantitatieve uitvoering van de faillissementswet. Nu dat de kruitdampen zijn opgetrokken en de (nog vage) contouren van de toepassing van de faillissementswet scherpere vormen begint aan te nemen zijn ook voorzichtige prognoses te maken. Bij de introductie van de nieuwe WSNP was één van de bedoelingen dat de instroom van het aantal nieuwe WSNP zaken zich zou betrekken op personen die "er ook klaar voor zijn" een WSNP te ondergaan. Met de nu licht stijgende aantallen WSNP kan wellicht de voorzichtige constatering gemaakt worden dat in de toeleiding naar de WSNP, waarvoor (de kwaliteit van) het minnelijk traject verantwoordelijk wordt geacht te zijn, zij ook daadwerkelijk in staat is meer personen te prepareren voor dit zware traject. De meer natuurlijke verhouding tussen het aantal WSNP zaken en het aantal faillissementen (dat overwegend meer WSNP zaken dan faillissementszaken veronderstelt en dus in ieder geval een ratio zou moeten hebben die groter is dan 1!) lijkt om die reden zich langzaam aan te dienen. Conclusie Het aantal faillissementen heeft, na het record aantal faillissementen van 1033 vonnissen in juni 2009 (gemiddeld 923/maand, 2e kwartaal 2009)), een licht dalende trend ingezet sinds augustus 2009. De WSNP daarentegen vertoont, na het laagste aantal WSNP-vonnissen van 565 in mei 2009, vanaf die maand weer een licht stijgende trend. Dit aantal van 565 toepassingen WSNP was het laagste aantal uitgesproken WSNP-vonnissen sinds (in ieder geval) 5 jaar. Op basis van het verloop van het 3-maandsgemiddelde- en 6-maandsgemiddelde is het aannemelijk te veronderstellen dat de daling van het aantal faillissementen verder zal doorzetten en dat het aantal toepassingen WSNP verder zal stijgen. Een totaal aantal vonnissen WSNP over geheel 2010 van 9000 à 10000 is daarbij geen onaannemelijke prognose.
|