Interview met Jet Creemers Afdrukken E-mail
donderdag 23 juli 2009

“ In de kern blijft het schuldenprobleem niets anders dan een negatieve balans van het bedrijf huishouden; naar die gedachte moeten wij weer terug!”


Wie schuldhulpverlening zegt, zegt Jet Creemers. Jarenlang heeft zij bij gemeenten in Nederland het onderwerp schuldhulpverlening op de agenda gebracht èn gehouden. Jarenlang ook wist zij, met grote vasthoudendheid, mensen te mobiliseren en enthousiasmeren om oplossingen te zoeken voor de schuldenproblematiek in Nederland. Een dergelijke naam en en faam bouw je niet zomaar op; daar moet iemand achter zitten met een visie en een missie. Wij vroegen haar hoe het zo gekomen is:..


Jeugd

Ook vroeger bestonden er mensen die financiële problemen hadden. Ik herinner mij van toen ik nog jong was dat mijn vader, die kerkmeester was in een Rooms-Katholieke Kerk in Limburg, soms betalingsregelingen trof voor de bankpacht van vijf of acht cent. Ook toen waren er mensen die dat niet konden betalen, hoe gering ook die bedragen. Wat ik mij herinner is dat mijn vader dan een staanplaats aanbood zodat de kosten naar beneden gingen. Ik was destijds als jong meisje bij die gesprekken aanwezig en maakte, gezeten op mijn vaders knie, heel veel mee van die problematiek. Weliswaar had ik geen idee waar het over ging, maar ik herinner mij dat wel nog - hoewel mogelijk door de tijd wat geromantiseerd -   in fotografisch detail. Ook herinner ik mij dat die problematiek op een heel sociale manier in die gemeenschap speelde. Het toont in ieder geval dat schulden, in welke verschijningsvorm dan ook, een probleem zijn die bij mensen horen en die zich ook altijd zullen blijven voordoen.


Studie

Na mijn middelbare schooltijd in Maastricht kreeg ik van mijn ouders de mogelijkheid om door te studeren, wat op zich al heel bijzonder was aangezien dat in die tijd bijzonder kostbaar was. Ik heb mij daardoor ook altijd verplicht gevoeld jegens mijn familie om daarin het beste na te streven. Mijn vader vond dat ik Landbouw-Huishoudkunde moest studeren. Ik kon mij daar destijds geen toekomst bij voorstellen. Behalve boeren kende ons dorp de dokter , de nonnen en de onderwijzers en de pastoor en dat was het wel aan mogelijke beroepen. De nonnen van de kostschool adviseerden nog wel om mij naar de Delft te sturen, maar mijn vader sprak de wens uit: “Ik wil dat ze gelukkig wordt en niet vervreemd,...”, wat ik, zeker geplaatst in die tijd, een bijzondere verwoording vond, “...dus moet ze eerst iets van het huishouden leren”. Zelf had je in die tijd nog niet veel mee te beslissen, maar mijn vader plaatste dat in de context van ons dorp en die dacht: “als zij dat niet doet dan raakt zij totaal vervreemdt van het dorp en verliest zij de aansluiting met waar zij vandaan komt.”. Mijn vader dacht vanuit een samenhang en vanuit de noodzaak binnen die samenhang te blijven passen en zo ging ik dus huishoudkunde doen. Na voltooiing daarvan heb ik nog gymnastiek gedaan, en ook nog sociale pedagogie en andragogie en tenslotte nog onderwijskunde. Daarnaast heb ik ook nog een blauwe maandag promotie-onderzoek gedaan bij Pim Fortuyn en dat weliswaar niet afgemaakt, maar daarin wel een heel boeiende en dynamische tijd gehad. Ik had toen al, en dat is nooit weggegaan, een voortdurende honger om te weten, om door te groeien en te ontwikkelen. Ik was nieuwsgierig naar mensen en naar wat hen bewoog.


Huishoudkunde uitgedacht

In de periode na mijn opleidingstijd heb ik heel veel ervaring opgedaan op velerlei terrein. Dat was in een periode dat het niet gewoon was dat de vrouw werkte; ik ben bijvoorbeeld nog eervol ontslagen “wegens huwelijk” als directeur van een onderwijsinstelling, op grond van de onderwijswet. Niettemin heb ik in die periode heel veel kansen gehad om ervaringen op te doen, wat ik ook altijd met beide handen aanpakte en waarvoor ik mij tot het uiterste inspande.  Zo kwam ik jong in Kameroen terecht om een opleidingsschool van Landbouw Huishoudleraressen op te zetten. Ik bracht ook veel tijd door in allerlei commissies, zoals bijvoorbeeld de “Commissie Bezinning Christelijke Vakbeweging” van het CNV. In dit werk en in deze commissies had ik  rondom het thema maatschappelijk verantwoord ondernemen een vanzelfsprekende aandacht voor de zwakkeren of sociaal-economisch bedreigden in de samenleving en alles wat daar, vanuit mijn achtergrond, mee samenhing.
Begin jaren tachtig werd ik directeur van de ‘huishoudelijke en consumentenvoorlichting’. Toen stond het huishouden als micro bedrijf weer centraal in mijn werk. Daar, najaar 1983,  begon de schuldhulpverlening.  In de begintijd  konden wij garanderen aan gemeenten die met schuldhulpverlening wilden beginnen,  dat onze bemoeienis in 65% van de huishoudens effectief zou scoren. Deze wetenschap kwam voort uit het huishoudkundig denken; dat ziet het huishouden als een klein bedrijf. Als wij het over staathuishoudkunde hebben dan denken wij daar allemaal hele grote en nobele gedachten bij. Als wij het hebben over het micro-systeem huishoudkunde dan kunnen wij ons daar ineens helemaal niets meer bij voorstellen. Wij vinden dan eigenlijk dat iedereen dat vanuit de wieg moet kunnen? Dat kan dus niet! En al zeker niet als je in een situatie zit waarin alles helemaal niet zo vanzelfsprekend is en je na moet denken over voeding, kleding, werk, opleiding en financiën. Als daar bovenop dan ook nog eens financiële problemen ontstaan dan krijg je een huishouden dat in een crisis-situatie verkeert. Hoewel in relationele zin dat dan nog steeds een prima huishouden kan zijn, bestaat er wel het risico dat als je het financiële probleem verkeerd aanpakt er allerlei andere problemen ontstaan. In de kern blijft het schuldenprobleem niets anders dan een negatieve balans van het bedrijf huishouden. Naar die gedachte moeten wij weer terug! Die basisgedachte is verloederd; het is echt afgedreven. In die zin ben ik het ook niet eens met de gedachte dat het oplossen van schuldenproblemen een licht-administratieve bezigheid zou zijn van het opstellen van een lijstje met betalingsvoorstellen! Zo eenvoudig is het niet! De schuldhulpverlener is crisisadviseur, niets meer en niets minder. Er is geen bedrijf dat in crisis zit wat een dergelijk probleem zo zou bagatelliseren. Zonder verandering ligt herhaling in het verschiet. Breng het probleem terug naar wat het is: een management-probleem in het bedrijf huishouden.


De plaats van geld

Als mensen in schuldenproblemen zitten voelen zij dat voor zichzelf vaak als een enorm falen en tekortkomen omdat je dat “niet eens hebt gekund”. Het voelt alsof ze, bij wijze van spreken, niet hebben kunnen rekenen. Naast de vraag over hoe er met geld is omgegaan moet je jezelf natuurlijk ook de vraag stellen welke plaats je geeft aan geld in je leven en ook in de samenleving; Geld is de godheid waar het leven van heel veel mensen omheen draait. Geld zelf heeft eigenlijk helemaal geen waarde. Er zit geen zilver of goud meer in! Het is bedrukt papier en metalen munten. Geld heeft feitelijk alleen symboolwaarde en wel in de mate waarin wij het status geven. Daarmee is het wel een ruilmiddel, met de nadruk op middel. Straks bestaat geld in fysieke vorm zelfs niet meer en zijn het alleen nog maar getallen op een computer. Ik zie het als mijn taak om de manier waarop er over geld wordt gedacht en de plaats die geld krijgt, te beïnvloeden. Ik noem dat preventie.


Verandering

Verandering is niet altijd slecht. Alles wat stilstaat gaat rotten. Het moet bewegen, het moet vooruit, het moet stromen. Weerstand tegen verandering zit op de een of andere manier altijd een beetje in de genen van mensen. En al zeker in instituties!  Ook in de schuldhulpverlenings-instituten!  Ik ben daarom ook blij dat gemeenten weer de regie-functie hebben in deze sector, omdat je van gemeenten het inzicht in het belang van echte vernieuwing ten behoeve van de hulp aan hun burgers mag veronderstellen.
Idealiter moet  schuldhulpverlening ook weer overbodig worden. Ik hoop dat ik dat nog mag meemaken. Dan is er echt bijgedragen aan welzijn van mensen. In mijn huidige nieuwe werk, waarin ik bij mensen het bewustzijn over de plaats van geld en financiële problemen probeer te veranderen, zie ik ook dat mensen dat snappen en omarmen. Ik zie die opvatting toenemen in kracht en momentum. Het duurt eventjes, maar het wordt wel gedragen. Begin aan de voorkant, durf te veranderen! Schuldhulpverlening als een kuur zal dan wellicht wel blijven bestaan, maar dan wel op de plek waar het hoort. Op het moment dat je de kuur nodig hebt, moet die er zijn, maar dan ook niet meer dan dat. Maak er geen levenslange afhankelijkheid van en realiseer je dat het een kúur is. Naar analogie van de gezondheidszorg gaat het erom de problemen te voorkómen. Binnen de gezondheidszorg wordt ook niet alleen gepraat over ziekte, het gaat ook over hoe je gezond kan zijn en wat gezondheid is. Binnen de schuldhulpverlening is de integraliteit van belang, maar kijk ook op welk moment je de kúren nodig hebt. De specialist, lees de schuldhulpverlener, kan erbij helpen te bepalen wanneer welke kuur nodig is. Op dit moment sluit de integrale schuldhulpverlening nog niet aan op die gedachte, ik zeg dat overigens zonder verwijt en alleen maar constaterend. Er wordt daar hard gewerkt!


Integrale schuldhulpverlening

Wat ik nu zie is dat het hele hulpverleningssysteem probleem-gefocust is. Daarop krijgt iemand aandacht.  Wij moeten af van het focussen op het probleem. Het hebben van problemen is natuurlijk vervelend en je moet vanzelfsprekend van die problemen af omdat je dan gelukkiger bent en je kunt er van leren, maar... de problémen zijn niet hetgeen waar het om draait. Léven en je toekomst, is hetgeen waar het om draait.
De integrale benadering van de schuldhulpverlening vind ik heel belangrijk. Ophouden met hokjes - denken.  Kijk naar de toekomst en pak de hobbels aan die mensen tegenkomen bij hun maatschappelijk functioneren en de toekomstige kwaliteit van hun leven. De integrale oplossing kan betrekking hebben op het spreken van de taal, het kunnen lezen of rekenen, kortom heel basaal. Ook schuldenproblematiek is binnen die gedachte niets anders dan een hobbel die geslecht moet worden om het leven zelf te kunnen “beleven”. “Besef het, zie het onder ogen, repareer het naar vermogen en leer ervan”. Het is duidelijk dat deze gedachte haaks staat op de massa-productie die op dit moment geleverd wordt binnen de schuldhulpverlening. De huidige aanpak heeft, op dezelfde manier als vroeger, teveel weg van sanering in plaats van schuldhulpverlening.


Een branchevereniging in de schuldhulp

Het bestaan van een branchevereniging zoals de NVVK is een positief feit binnen de schuldhulpverlening in Nederland. Ik vind het wel jammer dat er eigenlijk maar één vereniging is omdat de kans op verkokering daardoor levensgroot aanwezig is. Bij alles waar er maar één van is bestaat altijd het risico van vasthouden aan de ontwikkelde, gevestigde belangen.
Zelf werk ik binnen de stichting Verantwoord gericht op jongeren en preventie en de curatieve schuldhulp doen wij niet. Daarin werken we met andere goede partijen  samen. Een beroepsorganisatie voor schuldhulpverleners spreekt mij wel aan, overigens.


Het prille begin

Zoals gezegd werd ik in 1982 direkteur van de “Huishoudelijke en Consumenten voorlichting”, een voorlichtingszusje van de consumentenbond en van het NIBUD. Alledrie de organisaties kwamen oorspronkelijk voort uit de huishoudkunde,  waarbij het NIBUD zich vooral richtte op financiën en “Huishoudelijke en Consumenten voorlichting” opereerde op een veel breder vlak zoals voeding, huishouden, wonen, kleding, tuin&planten en dergelijke. Eén van de onderwerpen waarover Huishoudelijke en Consumenten voorlichting informeerde was het omgaan met geld. Toevalligerwijs kreeg ik in het jaar van mijn aanstelling een vraag van de gemeente Noordwijkerhout van het toenmalig hoofd Sociale Zaken die aangaf dat zij aanliepen tegen een groot probleem van schuldenproblematiek en het feit dat sommige schuldenaren uit hun huis moesten worden gezet. Normaal konden die mensen dan verblijven in de zomerhuisjes, maar vanwege de zomer die eraan kwam waren die huisjes veel lucratiever om te verhuren aan vakantiegangers. Of wij konden helpen via die cursussen? Het was voor mij duidelijk dat het geven van een cursus in zo'n geval niet gaat werken, daar moet je iets anders gaan doen: en zo ontstond individuele schuldhulpverlening. In september van datzelfde jaar kwamen Heerhugowaard en Purmerend erbij en nog weer een jaar later een veertiental andere gemeenten. In de beginjaren was ik vele avonden te gast bij raadsvergaderingen in gemeenten in het hele land. Schuldhulpverlening werd geboren!  


De start
De noodzaak voor aanpak van de problematiek bleef niet ongemerkt. Ik weet nog dat Mw. Nel Ginjaar, toenmalig Staatssecretaris,  tijdens een overleg met allerlei ministers (van  Landbouw, van Economische Zaken en van toenmalig VWS (schuldenproblematiek was nog geen onderdeel van de portefeuille Sociale Zaken in die tijd), zei dat ik voor mijzelf moest gaan beginnen; 17 augustus 1983 was  de dag.  Het waren  nog ongehoorde gedachten, huishoudelijke schulden oplossen en “privatisering”.  Mijn eerste gedachte op Mw. Ginjaar’s suggestie was: “Mens, je praat vanaf een andere planeet, hoe kan dat nou? Mensen met schulden! Dat kunnen die mensen toch nooit betalen! Hoe stel je je dat voor?”. Maar Mw. Ginjaar gaf ook een antwoord:”Jij moet eens gaan kijken wie er belang heeft om mensen uit de schulden te halen. Het subsidie tijdperk is voorbij! diezelfde gemeente kan de hulp inkopen, maar dan wel als een dienst, een product.”.
Ik was vertwijfeld! Maar toch, drie weken later begon het eerste project in Noordwijkerhout; in 1984 werd het een volwaardige dienst: de  “Stichting Consument en Huishouding”.  De tijdgeest veranderde. De eerste BV volgde 12 juli 1989, nu precies twintig jaar geleden. Twintig jaar nog maar!!!


De aanpak
Met deze stichting, die later overging in PLANpraktijk BV, bracht ik voortdurend bij gemeenten onder de aandacht dat zij een zorgplicht hadden jegens hun burgers. Als gevolg van de schulden zakten mensen door hun bestaansbasis heen en zij spraken de gemeenten dan op hun zorgplicht aan. Ik bood de gemeenten aan om dat stukje van hun zorgplicht te gaan invullen. Je moet je voorstellen dat die zorgplicht bij gemeenten helemaal niet zo duidelijk verankerd lag. Daar kwam nog bij dat in die tijd het idee bestond dat wat wij deden juist het leuke deel van het sociale werk was. De kredietbanken zagen dat de schuldhulp veelal een deel van hun gemeentelijke subsidie kreeg. De weerstanden waren niet van de lucht.  De privatiserings-gedachte heeft zich in die periode ook alsmaar verder ontwikkeld. Het vergrootte ook de herkenbaarheid van het  werk. Echter niet zonder groeistuipen en –pijnen.


Motivatie
Op een bepaalde manier identificeer je je sterk met je organisatie en je bedrijf en zijn de keuzes die je maakt niet alleen bepaald door zakelijke ( commerciële) overwegingen. Eerder het tegendeel. Je bent er eenvoudigweg zozeer van overtuigd dat de samenleving nódig heeft dat deze vorm van schuldhulpverlening bestaat en beschikbaar is en dat het heel ernstig is als het er niet komt. Dan gaat het je echt niet alleen om geld verdienen, het is je overtuiging, je drijfveer van bestaan,  dat het er moet komen. Het gevoel van pionier zijn is dan heel sterk. Daar haal je ook je energie vandaan. Het bepaalt de reden waarom je je werk doet en wat zin geeft aan je bestaan.
Er zijn ook innerlijke vragen: “Hoe kan het nou dat mensen dat niet begrijpen? Ik wil alleen maar vooruit helpen!”. Ik zou daardoor ook niet geschikt zijn voor de politiek; ik wil teveel rechtuit en dat kan niet in de politiek. Ik ben daarvoor ook te vasthoudendheid aan wat ik een juist idee vindt. In uitvoerende zin heb ik het wel altijd kunnen loslaten. Bij cliënten was en is altijd mijn motto: “Het is jouw leven, en ik loop een eindje met je mee op”. Ik ga niet bepalen voor een ander individu wat zijn keuzes zouden moeten zijn. Dat ie ieders’ eigen recht. Dat moet je als hulpverlener loslaten. Soms kun je dan ook niet helpen.


Loslaten

Loslaten is niet makkelijk. Tóch moet je loslaten. Bij de verkoop van PLANpraktijk had ik dat gevoel helemaal niet. In emotionele zin was ik echt klaar met het bedrijf. Toen de kopers vroegen buiten bemoeienis van PLANpraktijk te blijven,was dat een cadeau. Daarvoor had ik het verkocht! En het kostte ook geen moeite. Ik had intussen, in zakelijke zin, al weer een aantal andere “kinderen” op de wereld gezet, die op dat moment meer mijn “zorg” nodig hadden. Het kind “PLANpraktijk” moest voor mij echt de deur uit. Daarmee viel natuurlijk ook een stuk gevoel van verantwoordelijkheid voor mij weg voor de medewerkers, mijn grootste zorg tot dan toe.  Daarbij wil ik wel zeggen dat de kwaliteit en kundigheid van de medewerkers bij wie ik het bedrijf  achterliet mij ook wel een gerust gevoel gaven.


Incasso

Na de verkoop van PLANpraktijk heb ik mij met allerlei activiteiten beziggehouden en kreeg ik op enig moment het aanbod van de Nederlandse Vereniging van Incasso-ondernemingen (NVI) om voorzitter van hun vereniging te worden. De eerste schok was bij sommigen: “Ga je nu naar de andere kant?” Het antwoord daarop was eenvoudig, namelijk: “Nee”. Want goede en adequate, snelle incasso  is hèt meest probate middel om mensen ervan te weerhouden om alsmaar verder af te glijden. Als jij er steeds aan herinnerd wordt dat je achterstanden hebt dan ben je wat minder geneigd toe te geven aan de wens om bijvoorbeeld die nieuwe ringtone te kopen. Als mensen maanden niets horen is de verleidelijkheid om iets te kopen veel groter. Ik heb voor mijzelf dan ook de missie dat ik wil dat de incasso-kwaliteit heel goed is. Dat het snel en adequaat gebeurt. Daaronder zie ik ook de manier waarop met betalingsvoorstellen wordt omgegaan als het duidelijk is dat iemand wel wil, maar niet kan.
Op dit moment is er natuurlijk nog heel, heel veel te doen. Er zijn bijvoorbeeld meer dan 700 incassobedrijven en er zijn er pas 30 lid. Dat zijn weliswaar wel de grootsten, waardoor ongeveer 60-70 % van de markt aangesloten is  bij de NVI en gecertificeerd zich aan kwaliteitseisen houdt.
Maar er zit bij de overige incasso nog veel kaf tussen het koren. Daarnaast valt er nog veel te doen in de afstemming tussen incasso-bedrijven en de deurwaarders en incasso-advocaten. Het is eenvoudigweg een markt waar ontzettend veel geld in omgaat en waarin dus ook veel maatschappelijk kapitaal en dus problematiek zit. Met de huidige financiële crisis snapt iedereen wat beter dat het niet betalen van rekeningen ook een onvermijdelijk neergang betekent van het economisch verkeer. Er moet betaald worden wat is afgenomen, in iedere economie. Door dit toegenomen besef  is het imago van de incasso-bedrijven aan het verbeteren en is de balans voor wat betreft de aandacht bij bijvoorbeeld de consumenten-programma's wat meer in evenwicht.
Slechte incasso veroorzaakt natuurlijk ook veel sociale schade. Ik ben daarom onder andere bezig  om bij het ministerie ons certificeringstraject de status van een vergunning te geven. Dan loop je overigens ook al weer snel aan tegen allerlei andere beperkingen en problemen vanwege bijvoorbeeld de terugtrekkende overheid die zo min mogelijk regelgeving wil. Dat is dus nog niet zo heel eenvoudig om voor elkaar te krijgen, maar wij zijn nog in gesprek. Ik hoop daarin nog wel een aantal belangrijke stappen mee te maken als voorzitter van het NVI. De recente voordracht voor een volgende periode als voorzitter NVI bemoedigt me door te gaan op de ingeslagen weg.


Stichting Verantwoord

Voortvloeiend uit mijn NVI werkzaamheden ben ik, op eigenlijk heel natuurlijke wijze, in contact gekomen met Experian dat wereld marktleider is in het verzamelen van data over gedrag van mensen. Zij zijn lid van de Nederlandse Vereniging van Handelsinformatiebureaus (NVH) en hebben in die hoedanigheid raakvlakken met de incassowereld. De voorzitter van deze vereniging is de heer van Herk van Experian en ik ontmoette hem een aantal keren “in de wandelgangen”. Experian heeft in andere vestigingslanden altijd een maatschappelijke divisie waarin zij op concrete wijze invulling geeft aan maatschappelijke initiatieven die zich richten op educatie rondom het thema geld. De klik met mijn interesses en achtergrond was snel gemaakt. Toen zij vroegen of ik mij wilde inzetten voor die activiteit bij hen, heb ik meteen ja heb gezegd. Uit dat contact is toen “Stichting Verantwoord” voortgekomen, een zelfstandige stichting die zich richt op preventie van schulden en dan in het bijzonder bij jongeren. Voor mij was het een “herintreding” in het veld.  Het toont een duidelijk toegevoegde waarde naast de al bestaande initiatieven op dit gebied. En wij merken ook dat het verhaal aanslaat: “Jij hebt problemen, maar hoe en waar wil jij in het leven staan over drie vier jaar?”. Natuurlijk zijn er allerlei geledingen die over zo'n zienswijze zeggen dat dat ongewoon is, en dat je dat niet kan doen of dat het teveel moeite kost. Als zij dan reageren door zich ertegen te verzetten dan vind ik dat te kortzichtig. Onze kijk daarop is in toenemende mate basis aan het krijgen en gaat ook niet meer weg. Als wij het niet doen, is er morgen iemand anders die dat idee weer oppakt en er verder mee gaat. Het zijn antwoorden op ontwikkelingen in de samenleving en er zijn heel veel mensen die ook al op die manier denken. Het probleem is er en dit is één oplossing.


Tenslotte

Als ik denk aan iemand met schulden dan is de eerste gedachte die mij op komt: “Goed dat je er bent om hulp te zoeken. je hebt een probleem en ziet dat zelf. Het begin van een leer- en groeiproces. Je moet het probleem nog oplossen, maar je hebt het leven nog, dus je hebt ook de kàns om dat te doen!” Je bent een vat vol talenten, en wat ga je daar mee doen?” Je hebt ook problemen, en die moet je oplossen, en dat moet je ook ècht, maar met je rug tegen de muur kun je alleen nog maar vooruit. Maak afspraken met jezelf en hou je er ook aan. De hulpverlener is getuige en houdt je aan de afspraken met jezelf, maar jíj moet het doen. En als je het op bepaalde momenten niet alleen kunt dan zorgen we als samenleving voor een bruggetje; We nemen het niet van je over, maar we  zorgen  wel dat je verder kunt. Je bent mens, en je mag fouten maken. Zie het onder ogen, probeer het goed te maken, leer ervan en zorg dat het niet meer gebeurt.

I.P. Van Rossen
Over de auteur:

Directeur van Modus Vivendi Wettelijk Traject B.V.

Sinds 1995 actief binnen schuldhulpverlening in minnelijk en wettelijk traject.

 
Advertisement
Template creation and website implementation by One-Company Interactieve Communicatie, Industrieweg 18, 4051 BW Ochten, Nederland. Telefoon: 0344-641040