Voor wie dit leest...en schulden heeft Afdrukken E-mail
zondag 04 januari 2009

Op 18 november 2008 heeft het NEN, het Nederlands normalisatie instituut, officieel de schuldhulpverleningsnorm gepubliceerd. Voor alle partijen die hebben meegewerkt aan deze norm was de noodzaak van het beschrijven van een norm duidelijk; De uitvoering kenmerkt zich op dit moment door  niet-eenduidige definities, wisselende uitvoeringstermijnen en methodieken, onduidelijke voorstelvereisten en schuldhulptrajecten, kortom: een lijst te lang om te benoemen. Daarnaast is op dit moment in “schuldhulpverleningsland” nog altijd de  problematiek aan de hand van malafide bureaus en organisaties die, met een groeiende schuldenproblematiek, voor zichzelf commerciële kansen zien in de schuldhulpverlening. Met voor schuldenaren oncontroleerbare toezeggingen over hulpverlening zijn zij in staat op onwettige wijze geld te onttrekken van schuldenaren in kwetsbare posities en omstandigheden.

Aanpak

De normcommissie is in februari 2007 aan de slag gegaan met een door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid geïnstigeerd project voor beschrijving van een voor uitvoerende partijen (schuldhulpverleners en schuldeisers) bruikbare manier van schuldhulpverlening. De aanpak daarbij was niet een “meeste stemmen gelden”-methodiek, maar een aanpak van beschrijving volgens consensus, dat wil zeggen volgens een breed gedragen overeenstemming.  Deze aanpak had voor- en nadelen. Voordeel van deze aanpak was dat (vrijwel) iedereen binnen de uitvoer van zijn werkzaamheden (uiteindelijk) zal voldoen aan wat als een algemeen aanvaarde norm van juiste schuldhulpverlening wordt gezien, immers, het is een breed gedragen norm. Nadeel van deze methodiek was dat de norm dusdanig ruim kan zijn omschreven dat alleen wanneer een schuldhulpverlener zijn werk heel erg slecht doet hij of zij niet aan de norm voldoet.
Daarmee kwam tevens een risico van deze methodiek aan de dag: als voor deelnemende partijen zou blijken dat zij niet (zullen) kunnen voldoen aan wat als een ruime norm van schuldhulpverlening is omschreven dan zal de acceptatiegraad van de norm door deze partijen (hoe breed gedragen ook op basis van de objectieve inhoud van de norm) erg laag zijn. Als voorbeeld hiervan kan de jaarlijkse hercontrole dienen: Als het, vanwege allerlei uitvoeringsproblemen of obstakels, onmogelijk is om dit uit te voeren dan zal de acceptatie van deze norm mogelijkerwijs niet groot zijn. Niettegenstaande het feit dat deze norm binnen bijvoorbeeld de WSNP een zeer algemeen geaccepteerde norm is met een nog hogere frequentie dan een jaar, namelijk een halfjaar! Objectief beschouwd kan niemand echt tégen deze, feitelijk ruime, norm zijn, op basis van praktische uitvoerbaarheid daarentegen wel. Het risico is dus dat een tegenargument tegen deze norm in dit geval een buiten de norm liggende overweging betreft die bovendien doorslaggevend kan meespelen in de acceptatie van de hele norm.
 

Gevolg

Als gevolg van bovenstaand mechanisme, namelijk dat overwegingen die buiten de norm liggen wel bepalend (kunnen) zijn voor de algemene acceptatie daarvan, is het te voorzien dat het noodzakelijk zal blijken te zijn een dwingender setting, dan de nu omschreven vrijblijvender variant, te genereren. Dit zou dan die onderdelen van de norm betreffen waarvan, naar objectief te onderbouwen criteria, de waarden als vaststaand beschouwd kunnen worden. Bijkomend risico van de thans gekozen opzet is dat diverse satellietdiscussies, die zelfstandig bepalend zijn voor de uítkomst van de werkzaamheden maar niet voor de uítvoering van de werkzaamheden, de uiteindelijke acceptatie van de norm dicteren. Dat kan van degenen die de aanzet gaven tot de normwerkzaamheden niet de bedoeling zijn geweest.

 

Tenslotte

Voor u die schulden heeft betekent bovenstaande dat het niet te verwachten is dat op korte, of zelfs afzienbare, termijn een situatie zal ontstaan waarbij het voor u mogelijk zal zijn een willekeurige schuldhulpverlener aan te spreken, zij het gemeentelijk of privaat, waarbij u met een norm-papier in de hand zult kunnen toetsen of deze schuldhulpverlener u wel adequaat helpt. En dat was wel de bedoeling.


I.P. Van Rossen
Over de auteur:

Directeur van Modus Vivendi Wettelijk Traject B.V.

Sinds 1995 actief binnen schuldhulpverlening in minnelijk en wettelijk traject.

 
Advertisement
Template creation and website implementation by One-Company Interactieve Communicatie, Industrieweg 18, 4051 BW Ochten, Nederland. Telefoon: 0344-641040