WSNP en curatele Afdrukken E-mail
zondag 03 januari 2010

Invulling van een klein feiten-hiaat

Introductie

Sommige meerderjarigen zijn, als gevolg van een handicap of stoornis, niet in staat hun eigen belangen te beschermen. Het Nederlandse recht kent hiervoor een drietal maatregelen: curatele, meerderjarigenbewind en mentorschap. Curatele is hierbij de zwaarste maatregel. Beschermingsbewind en mentorschap zijn minder zware en meer specifieke, dat wil zeggen op  de oorzakelijkheid gerichte, maatregelen; zij zijn daarmee ook meer proportioneel in hun inperking van de bevoegdheden van de betreffende meerderjarigen. Mentorschap richt zich specifiek op belangen van niet-vermogensrechtelijke aard. Bewindvoerderschap richt zich op belangen van vermogensrechtelijke aard. Curatele kan zich richten op beide en heeft daarnaast op familierechtelijk en vermogensrechtelijk gebied uitgebreidere gevolgen.
Er bestaan drie gronden waarop een meerderjarige onder curatele kan worden gesteld (art. 1:378 BW):

  • Wegens een geestelijke stoornis
  • Wegens verkwisting
  • Wegens gewoonte van drankmisbruik

Uitspraken op grond van verkwisting of drankmisbruik komen weinig voor (1). Recente gegevens zijn echter niet voorhanden. Dit ondanks een verplichting van de overheid om voor beleid vereiste data bij te houden (art. 31 Convention on the rights of persons with disabilities)(2). Het is niet van belang ontbloot te weten of het aantal curateles die zijn uitgesproken op basis van verkwisting of drankmisbruik ook relevant vaker voorkomen in combinatie met een van toepassing verklaarde schuldsaneringsregeling (WSNP) dan de curateles die zijn uitgesproken op basis van een geestelijke stoornis. Niet alleen zou het de congruentie van het (financiële) gedrag met de gevolgen bevestigen, ook zal het voor zowel de bewindvoerder WSNP als voor de curator een belangrijk gegeven zijn in de (geanticipeerde) uitoefening van hun taken.

Hoewel exacte cijfers ten aanzien van het aantal uitgesproken curatele vonnissen ontbreken is in de afgelopen jaren wel de waarneming te maken van een stijging in de samenloop van WSNP en  beschérmingsbewind (3). Deze samenloop doet zich zowel voor in de vorm van een beschermingsbewind tijdens welke de rechtbank een WSNP van toepassing verklaart, als tijdens een WSNP waarbij de rechtbank (sector kanton) een beschermingsbewind uitspreekt. De ene vorm van bewind vloeit dus niet noodzakelijkerwijs voort uit de andere. De doelstelling van het beschermingsbewind, namelijk het tijdelijk of duurzaam beschermen van de vermogenrechtelijke belangen van de onderbewindgestelde, verklaard de overwegende aandacht  voor deze maatregel in de WSNP.

Dit artikel wil zich richten op de maatregel van de curatele en dan in het bijzonder op deze maatregel zoals die voorkomt in de WSNP. Daarnaast wil het artikel trachten inzicht te verschaffen in de hoeveelheid werkzaamheden die een curatele dossier vergt tijdens de WSNP in vergelijking tot de werkzaamheden in reguliere niet-curatele dossiers.

Materiaal & methode

De vonnissen van ondercuratelestellingen vinden plaats in de staatscourant. Tot 30 juni 2009 betrof dit publicaties in de uitgegeven papieren versie van de staatscourant. Sinds 1 juli 2009 vinden deze plaats via www.officielebekendmakingen.nl. De vonnissen op deze website zijn gedurende (ca.) 3 maanden op te vragen, nadien verdwijnen deze vonnissen van de publcatielijst. Alleen middels een bevraging van het curatele-register op www.rechtspraak.nl zijn de uitgesproken vonnissen dan nog te verifiëren.
In de database van vonnissen WSNP, surseances en faillissementen die in de periode van 2003 tot 2009 zijn uitgesproken is een selectie gemaakt van de WSNP vonnissen (n=88190). Deze gegevens zijn vervolgens gebruikt voor het vergelijken met curatele vonnissen zoals die zijn gepubliceerd in de staatscourant sinds 2003 en zoals die zijn op te vragen via het curatele register. Hieruit is lijst van  dossiers waarin zowel sprake is (geweest) van WSNP als curatele. Deze groep is vervolgens bekeken op een aantal datum kenmerken.
Daarnaast is getracht een inzicht te krijgen in de dossierbelasting voor een bewindvoerder WSNP in geval er sprake is van een ondercuratelestelling. Hiervoor heeft er bij één bewindvoerdersorganisatie (Modus Vivendi Wettelijk Traject BV) een lichting plaatsgevonden van de dossiers waarbij sprake was van een curatele Aangezien er geen algemeen geaccepteerde standaard is voor het meten van de dossierbelasting is gekozen voor een verifieerbaar meeteenheid in de vorm van het aantal gevoerde correspondenties. Dit betrof zowel correspondenties met saniet, crediteuren, rechtbank en overigen partijen. Uit een totaal van 4000 WSNP dossiers zijn de daarin voorkomende curatele dossiers onderzocht op een algemeen kenmerk van hoeveelheden correspondenties. De lage incidentie van het aantal curateles maakte de grootte van de onderzoeksgroep beperkt. Het ontbreken van dossiers van andere WSNP bewindvoerdersorganisaties maakt de interpretatie van de resultaten op haar best bruikbaar voor relatieve vergelijkingen met niet-curatele WSNP-dossiers.


Resultaten

Afwikkeling curateles
In totaal is bij 312 dossiers van de schuldsaneringsregeling van 2003 tot 2009, voorzover het curateleregister aangeeft, sprake (geweest) van ondercuratelestelling. Hiervan zijn op 31 december 2009 nog 120 schuldsaneringen lopende dossiers. Van de afgewikkelde dossiers is de wijze van beëindiging weergegeven in Tabel I

Wijze van Afwikkeling
 
 Aantal
 Afwijzing definitieve schuldsanering 1
 Met uitdeling en met schone lei 108
 Zonder uitdeling en met schone lei 41
 Omdat alle vorderingen zijn voldaan 4
 Door goedkeuring akkoord 1
 Met uitdeling en zonder schone lei 11
 Zonder uitdeling en zonder schone lei 4
 Tussentijdse beëindiging schuldsanering 22
 Nog lopend 120
















Tabel I: Overzicht van de wijze van afwikkeling van de WSNP tijdens een gelijktijdige ondercuratelestelling (n=312)


Toepassing ondercuratelestelling
In tabel II is aangegeven op welk moment, relatief ten opzichte van de WSNP, sprake is (geweest) van een ondercuratelestelling.


Tijdsmoment ondercuratelestelling t.o.v. WSNP
 
 
Aantal uitspraken curatele vóór ingangsdatum WSNP  108
Aantal uitspraken curatele tijdens WSNP
 
 116
Aantal uitspraken curatele ná einde WSNP
 
 51
Onbepaald (i.v.m. ontbreken ingangsdatum)
 
 37
(waarvan) Aantal ex-ondernemers  22














Tabel II: Overzicht uitspraak ondercuratelestelling ten opzichte van ingangsmoment WSNP


Verdeling curateles over aantal organisaties
De hoeveelheid curateles per bewindvoerdersorganisatie overschreed het maximum van 16 niet. In figuur 1 is een frequentieverdeling gegeven van het aantal curateles per bewindvoerdersorganisatie (n=301; ontbrekende bewindvoerdersgegevens n=11).


Aantal curateles per wsnp organisatie

Aantal correspondenties per curatele
In de dossiers van één bewindvoerdersorganisatie is, vergelijkenderwijs, gekeken naar het absolute aantal gevoerde correspondenties per dossier voor zowel ondercuratelestellingen als niet-ondercuratelestellingen. Dat leverde de vergelijkende Tabel III tussen deze twee groepen.


Type WSNP-dossierAantal overall poststukken per WSNP-dossieraantal saniet-correspondenties 
Ondercuratelestelling (n=9)114,22 42,78 
Niet-ondercuratelestelling (n=4292)96,95 35,57 





Tabel III: Aantal gevoerde correspondenties binnen een WSNP-regeling. Overall aantal poststukken duidt op de correspondenties met zowel saniet, crediteuren en rechtbank. Aantal correspondenties met saniet duidt op de correspondenties tussen saniet (of diens vertegenwoordiger) en bewindvoerder.

Discussie

In de check van de curateles werd aangelopen tegen het probleem dat het openbaar raadpleegbare curateleregister niet altijd een positieve hit gaf op een eerder in de staatscourant wél gepubliceerde curatele. Dit relativeert de betrouwbaarheid van het openbaar raadpleegbare register. Het is geen onderdeel van dit artikel de juistheid en volledigheid van het openbare curateleregister te testen. De  hoeveelheid ontbrekende data (ca. 20% (!))  geeft wel aanleiding haar betrouwbaarheid, en daarmee haar bruikbaarheid, nader te onderzoeken.
Uit de wijze van afwikkeling blijkt dat personen die onder curatele gesteld zijn iets vaker tot een positieve afwikkeling van de WSNP komen namelijk ca. 80,2% van de afgewikkelde WSNP-dossiers. Toch is ook een curatele geen garantie voor een positieve afwikkeling. In één op de vijf gevallen komt de rechtbank toch nog tot de constatering dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming. Echter, en dit is niet onbelangrijk, het betrof daarbij, op vijf ondercuratelestellingen na, allen uitgesproken curateles vlak voor of ná beëindigingsdatum WSNP. Het ligt in de rede te veronderstellen dat in die zaken de rechtbank niet op de hoogte was van de curatelestellingen. Mogelijkerwijs dat de rechtbank dan, op grond van toerekenbaarheid, tot een ander oordeel was gekomen en navenant vaker sprake zou zijn geweest van een schone lei.
Er is getracht een relatief inzicht te verkrijgen in de hoeveelheid werk die een curatele in de WSNP met zich meebrengt in vergelijking met niet-curatele WSNP's. Aangezien dit bij slechts één organisatie is bekeken is dit slechts een relatief vergelijk. Toch is het opvallend dat de hoeveelheid werkzaamheden, zoals weergegeven in het aantal postbehandelingen, bij curateles hoger ligt dan bij niet-curateles. Een mogelijke verklaring hiervoor ligt in het feit dat uitleg en toelichting van toepassing van de WSNP uitgebreider plaatsvindt. Wellicht dat van een gelijkwaardiger toename van werkzaamheden eveneens sprake is in geval van een beschermingsbewind. Als een vuistregel is te verwoorden dat een enkele zaak in geval van curatele ongeveer de hoeveelheid werk geeft die anders voor een dubbele zaak zou zijn te besteden.

Conclusie

  • Onder curatelestellingen komen slechts gering voor in de WSNP. De curatelestellingen die voorkomen kenmerken zich in het overwegende aantal van de dossiers wel door een toepassingsgrond die ligt in verkwisting of drankmisbruik. Deze toepassingsgronden komen slechts gering voor als toepassingsgrond voor ondercuratelestellingen.
  • Curateles die van kracht zijn ten tijde van of voorafgaand aan de WSNP worden in overwegende mate positief afgesloten.
  • Schuldsaneringen waarin tevens sprake is van een ondercuratelestelling vergen meer inspanningen van de bewindvoerder dan dossiers waarin daarvan geen sprake is.

1. E.M. Naborn, “Beschermingsbewind, een vergelijking met de curatele”. WODC, 1989. blz. 23 e.v.
2. Convention on the rights of persons with disabilities. UN (2006)
3. K. Blankman, “Het hedendaagse personen- en familierecht”. 2008; Hoofdstuk 13; blz. 504 e.v.; “Bescherming van minderjarigen”


I.P. Van Rossen
Over de auteur:

Directeur van Modus Vivendi Wettelijk Traject B.V.

Sinds 1995 actief binnen schuldhulpverlening in minnelijk en wettelijk traject.

 
Advertisement
Template creation and website implementation by One-Company Interactieve Communicatie, Industrieweg 18, 4051 BW Ochten, Nederland. Telefoon: 0344-641040