Interview met de heer B.C. de Nie, senior adviseur Consumenten, Nederlandse Vereniging van Banken Afdrukken E-mail
dinsdag 24 juni 2008

  
“..òf de 36-maanden-termijn moet verlengd worden òf kredieten moeten buiten de schuldsanering blijven.”


“Banken nemen een centrale positie in onze samenleving in” aldus de website van de Nederlandse Vereniging van Banken, “Gezien de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de sector bij het voorkomen van overkreditering, is de schuldenthematiek een belangrijke prioriteit”. Enkele citaten waarmee de NvB haar visitekaartje afgeeft dat ook het oplossen van betalingsproblemen haar aandacht heeft. Concreet geeft de NvB hieraan invulling door haar verbintenis met en actieve bijdrage aan de normcommissie schuldhulpverlening van het NEN. De heer B.C. de Nie zit, namens de Nederlandse Vereniging van Banken, in de normcommissie en is geen vreemde in het land van de schuldhulpverlening en schuldenproblematiek. Diverse initiatieven, zoals bijvoorbeeld CentiQ en het LIS (Landelijke Informatiesysteem Schulden), heeft hij in zijn portfolio; belangrijke initiatieven die ieder voor zich moeten bijdragen aan het voorkomen en oplossen van schuldenproblematiek. Aan de heer de Nie, als vertegenwoordiger van de grootste groep consumenten-crediteuren in Nederland, zijn daarmee een aantal vragen te stellen die leven in “debiteurenland”:

 

Normcommissie Schuldhulpverlening

 

- Op 14 februari 2007 is de normcommissie schuldhulpverlening van start gegaan. Ongetwijfeld zal de keuze voor Valentijnsdag ook een zekere symbolische waarde hebben gehad. Was het inderdaad noodzakelijk te laten blijken dat, ondanks meningsverschillen, de sfeer amicaal was of heeft er veel water onder de brug moeten stromen voor de totstandkoming van deze normcommissie?

 

Dat viel wel mee. Iedereen was overtuigd van de toegevoegde waarde van normering. De aanloopproblemen waren meer van praktische aard zoals wie doen er mee en hoe wordt het gefinancierd.

 

- Wat was voor de NVB de belangrijkste reden om mee te doen met het opstellen van een schuldhulpverleningsnorm?

 

Banken zijn veel betrokken bij schuldsaneringen en werden geconfronteerd met zeer uiteenlopende handelwijzen van schuldhulpverleners. Om dat te stroomlijnen en een zekere houvast te hebben over wat banken kunnen verwachten, is aan de normering deelgenomen.

 

- De werkzaamheden van de normcommissie zijn nu vrijgegeven voor de openbare kritiekronde. Heeft de NVB het gevoel dat alle lopende discussies ook inderdaad behandeld zijn of heeft u het gevoel dat er nog een aantal “onafgemaakte“ discussies zijn?

 

Een belangrijke nog lopende discussie is de duur van het minnelijke traject. Kredieten hebben doorgaans een looptijd van 6 tot 7 jaar en zijn niet bedoeld om in 36 maanden terugbetaald te worden. Dat betekent dat banken hoge afschrijvingen hebben op hun vorderingen. Dus of de termijn moet verlengd worden of kredieten moeten buiten de schuldsanering blijven.

 

- In een recent interview met de heer Spekman, Kamerlid voor de PvdA, blijkt een zekere scepsis te bestaan ten aanzien van “over-normering”  in Nederland. Ziet u dat risico ook voor schuldhulpverlening ontstaan of bent u eerder de mening toegedaan dat het huidig voorstel nog teveel zaken ongenormeerd heeft gelaten?

 

In feite zijn de reeds toegepaste ‘best practices’ vastgelegd. Dus er zal nog van alles genormeerd kunnen worden maar dat lijkt niet nodig.

 

- In hetzelfde interview geeft de heer Spekman aan dat schuldhulpverlening wat hem betreft niet per se een door een beroepsgroep uitgevoerde activiteit is. Hij ziet haar vooral als de praktische neerslag van opvattingen over schulden en armoede. Bekeken vanuit de NVB, heeft u diezelfde opvatting of is de benadering van het NVB toch vooral een praktische: “ hoe meer gekwalificeerde beroepsbeoefenaren des te eenduidiger en hoogstaander het werkproces van oplossing van het probleem is”?

 

De beroepsgroep kan heel breed zijn: medewerkers van sociale diensten, kredietbanken, Leger des Heils en ook gespecialiseerde schuldhulpverleningsbureaus. Waar het om gaat is dat schuldeisers nu weten dat zij van doen hebben met iemand die aan bepaalde vereisten voldoet. Waar die dan bij aangesloten is is minder interessant.

 

- De NVB heeft via haar leden, wellicht niet in relatieve zin, maar dan toch wel in absolute zin, veel mensen met problematische schulden langs zien trekken. Is het uw indruk dat bij het bestaan van schuldenproblematiek altijd ook andere problemen een rol speelden die oorzaak zijn van de schulden (zoals verslaving, gedragsproblemen etc.) of ziet u schuldenproblematiek toch overwegend als een zelfstandig ontstaan probleem als gevolg van slechte financiële keuzes? En is daarmee de aanpak van de problematiek ook eenduidiger? Namelijk, voornamelijk financieel-administratief?

 

Voor zover wij zien ontstaan schulden vooral vanuit psychosociale omstandigheden en langdurig op een minimuminkomen moeten leven. Daarnaast hebben jongeren vaak onvoldoende gevoel met financiën om er verantwoord mee om te gaan. Ik denk dat de financieel-administratieve aanpak noodzakelijk is om rust te creëren om de echte oorzaken aan te kunnen pakken.

 

- Heeft het feit dat binnen de werkgroepen van de normcommissie zoveel uitwisseling van standpunten heeft plaatsgevonden ook geholpen elkaars standpunten beter op hun waarde te kunnen inschatten?

 

Ja, ik denk dat de discussies enorm hebben bijgedragen aan begrip voor elkaars positie. Wat dat betreft is het jammer dat dat maar in kleine kring is gebeurd.

 

- De normcommissie heeft als doelstelling de werkzaamheden te normeren. Het zegt op zich nog niet alles over bepaalde principiële standpunten zoals de “36 maandennorm” , de leeftijdsdiversificatie (jonge 21-jarige t.o.v. 70-jarige AOW’er), de variabele mogelijkheid van afspraken/rekenmodellen, etc. Met het bestaan van de nieuwe artikelen binnen de WSNP (art 287 lid 4, 287a, 287b) is er een laagdrempelig juridisch toetscriterium ontstaan die ook wat meer ruimte voor individualisering van betalingsvoorstellen mogelijk zou maken, immers: onredelijke voorstellen geven beide partijen de mogelijkheid het (alsnog) binnen een WSNP-toetsing te laten plaatsvinden. Bent u daar een voorstander van, of bent u beducht voor een te grote variatie in betalingsvoorstellen met de daarmee samenhangende problemen/onduidelijkheid?

 

Wij zien dat het overgrote deel van de regelingen betrekking heeft op mensen met een uitkering. Voor die categorie, circa 80%, zou je een standaardregeling kunnen maken waar schuldeisers zondermeer mee akkoord zouden kunnen gaan. Dat scheelt veel tijd en kosten en verhoogt de snelheid. De overige 20% zou dan meer maatwerk kunnen zijn. Bij jongeren om vooral recidive te voorkomen en bij anderen omdat er dan veelal sprake is van meer inkomen en dus meer en liefst alle schuld wordt terugbetaald.

 

- De praktijk zal moeten gaan bewijzen wat de status van een gecertificeerde schuldhulpverlener(sorganisatie) zal zijn. Hoe zal in de toekomst omgegaan worden met niet gecertificeerde schuldhulpverleners? Zullen er niet toch uitzonderingsinstanties gaan ontstaan?

 

Ik vermoed dat banken bij voorkeur met gecertificeerden zullen werken. Maar dan moet wel recht worden gedaan aan de bijzondere positie van kredieten zoals eerder aangegeven.

 

LIS (Landelijk Informatiesysteem Schulden)

 

- De normcommissie is gerelateerd aan het oplossen van een probleem. Daarnaast wordt er ook gewerkt aan voorkoming van het probleem: op 22 april 2008 is de overeenkomst voor oprichting van het LIS ondertekend. Doelstelling van het LIS is, door het centraal registreren van de belangrijkste betalingsachterstanden, het voorkómen dat mensen in de financiële problemen komen. Deelnemers aan het LIS en het BKR kunnen dit inzien. In de oprichtingsovereenkomst refereren de deelnemende partijen aan de zorgvuldige uitwerking van privacy en beheersaspecten. Wat zijn precies de privacy-afwegingen geweest die ter tafel zijn gekomen?

 

Een aantal zaken is heel belangrijk: wat ga je registreren, waarom registreer je dat, kan je het doel ook op een andere wijze bereiken, op welke wijze mag je gebruik maken van die gegevens, registreer je de juiste persoon. Al deze zaken zijn uitgebreid besproken en met specialisten afgestemd. Er is ook uitgebreid contact met het College Bescherming Persoonsgegevens. Ook de betrokkenheid van het BKR waarborgt de hoogste normen op privacyterrein.

 

- Wat is de verwachting van het NVB ten aanzien van de maatschappelijke impact die activering van een dergelijk registratiesysteem zal hebben? Houdt dit soort registraties mensen nog wel bezig?

 

Ik denk het wel. Het heeft natuurlijk een zeker Big Brother-imago, maar dat is onvermijdelijk. Je zou kunnen zeggen dat de registratie nodig is omdat klanten niet altijd de waarheid vertellen over hun financiële positie maar banken wel weer worden aangewezen als de boosdoeners als een klant in de problemen komt.

 

- Blijkens de tot op heden bekend zijnde publicaties zal het LIS gevoed worden met informatie van woningcorporaties, energiebedrijven, sociale diensten en betalingsachterstanden bij het Leger des Heils. Het is niet duidelijk of aanvullend ook andere partijen hun vordering daarin zullen opvoeren. De belastingdienst, het IBG en zorgverzekeraars doen op dit moment niet mee. Ondergraaft dit niet in belangrijke mate de beoogde toetsingsverbetering?

 

Ja, op zich is de toetsing beperkter. Studieschulden zijn op zich al interessant, ook als er geen achterstanden op zijn, zodat banken beter de betaalcapaciteit van klanten kunnen bepalen. Van belang blijft de toets of met de verkregen kennis problematische schulden voorkomen of beperkt kunnen worden.

 

- Wellicht dat studieschulden op termijn zullen worden opgenomen in dit systeem. Komen kredietverstrekkers daarmee niet erg veel te weten van hun klanten en zou het dan wellicht niet eigenlijk zo moeten zijn dat als kredietverstrekkers vinden dat zij deze gegevens nodig hebben dat zij wellicht, bij gebreke daarvan, meer prudentie moeten betrachten bij het verstrekken daarvan?

 

Als de gegevens ingezien kunnen worden zullen banken haast wel moeten omdat zij verplicht zijn na te gaan of de klant het krediet wel kan betalen. De druk vanuit de maatschappij en politiek om problematische schulden te voorkomen is groot dus daar zal er ook maar eens over nagedacht moeten worden. De eigen verantwoordelijkheid van de consument wordt steeds meer teruggedrongen en dat is niet wenselijk.

 

- Is het wel mogelijk om, met zoveel diversiteit in de organisaties die toegang krijgen tot het LIS en daarmee tot het GBA, afdoende toezicht te houden op wie dadelijk dagelijks inzage heeft in het GBA?

 

Er zijn strakke protocollen opgesteld over wie wanneer toegang heeft tot het LIS. De ervaring bij het BKR leert dat daar goed mee omgegaan wordt.

 

- Is er daarnaast afdoende toezicht te houden op het gebruik van de verkregen GBA-gegevens?

 

Ja, ook dat is geprotocolleerd. GBA-gegevens mogen uitsluitend worden gebruikt om bestaande gegevens te toetsen voordat opname in het LIS plaatsvindt.

 

- Onduidelijk is op dit moment of in dit systeem betwiste vorderingen ook worden opgenomen. De daarnaast bestaande hedendaagse praktijk van grootschalige opkoop van vorderingen door derde partijen garandeert niet altijd een zorgvuldige vaststelling van hoogte van vorderingen. Het kan dus zijn dat iemand in het LIS terecht komt zonder een vordering te hebben openstaan. Hoe zal iemand zich kunnen verweren tegen opname in dit systeem?

 

Alleen onbetwiste vorderingen mogen worden opgenomen. Er komt een klachtenregeling die klanten inzage biedt in de over hen geregistreerde gegevens en hoe onjuiste gegevens gecorrigeerd kunnen worden.

 

- Opname in het BKR is een voorwaarde voor het verkrijgen van een lening en/of hypotheek. Is er ook voor het LIS een dergelijk beslismoment waarop iemand voor zichzelf kan bepalen al dan niet opgenomen te (willen) worden in het register?

 

Nee, iemand die schulden heeft bij een deelnemer aan LIS wordt opgenomen. Het is wel aan de deelnemers dat van te voren te regelen met hun klanten.

 

- Staatssecretaris Bijleveld-Schouten heeft in haar brief van 22 november 2007 een duidelijke restrictie gelegd voor het LIS ten aanzien van het gebruik van de informatie voor het invorderen van schulden. Is dat een handhaafbare restrictie?

 

Ja. Het zal niet de schuldeiser zijn die toegang krijgt tot het GBA maar de uitvoerende instantie van LIS. Het gaat dus uitsluitend om het verkrijgen van een juiste registratie.

 

WSNP

 

- De laatste publicatie van het bureau WSNP laat een zeer substantiële daling zien van het aantal uitgesproken vonnissen, namelijk tot 35% minder dan dezelfde periode vorig jaar. Verklaringen zijn daarvoor op dit moment niet eenduidig. Eén van de verklaringen die gegeven worden is dat het minnelijk traject op dit moment haar grote "bloei" meemaakt doordat de crediteuren meer geneigd zijn akkoord te gaan met betalingsvoorstellen als gevolg van de nieuwe WSNP. Krijgt u signalen dat uw leden inderdaad op dit moment (substantieel) meer geneigd zijn akkoord te gaan met voorstellen en op die manier het minnelijk traject wensen te versterken?

 

Ik heb daarover geen signalen ontvangen maar omdat het aantal problematische schuldgevallen niet lijkt af te nemen zou het een goede verklaring kunnen zijn.

 

- Zijn er nog vragen waarvan u vindt dat die gesteld hadden moeten worden en wat zou u daarop geantwoord hebben?

 

Nee


I.P. Van Rossen
Over de auteur:

Directeur van Modus Vivendi Wettelijk Traject B.V.

Sinds 1995 actief binnen schuldhulpverlening in minnelijk en wettelijk traject.

 
Advertisement
Template creation and website implementation by One-Company Interactieve Communicatie, Industrieweg 18, 4051 BW Ochten, Nederland. Telefoon: 0344-641040