Wie de naam van Dostojevski noemt, noemt in één adem ook zijn eeuwige strijd met schulden. Vanzelfsprekend is dát niet hetgeen waarom hij behoort tot de groten van de wereldliteratuur; zijn snelle, bijna koortsachtige verwoording van de gedachtenkronkels die omgaan in de menselijke geest en dan bij voorkeur in de grote menselijke thema's en motieven van wraak, wroeging, afgunst, schuld en boete zijn daaraan het meest debet. Zijn kundigheid om de consequenties van menselijk handelen op de lange termijn te voorzien (1) maakte hem een psycho-ananlyticus avant-la-lettre van de menselijke natuur. Veel van zijn persoonlijke ervaringen, van de meegemaakte schijn-executie, tot de epilepsie-aanvallen, verwerkte hij in zijn boeken en correspondenties (2, voorwoord van de vertaalster). Op dezelfde wijze, en meer, is ook de altijd meelopende schuldenlast en het voortdurende gebrek aan geld onlosmakelijk met zijn leven en schrijven verbonden gebleven. Geen boek van Dostojevski, of zelfs boekbespreking van hem, die de lezer niet meetrekt in een, voor degene die het niet heeft meegemaakt obscure, wereld van armoede en schulden. Zijn hele werk schildert een ecotoop van pandjeshouders, leningen, zekerheden, deurwaarders, beslagleggingen en schuldbekentenissen. In zijn eerste boek “Arme mensen” (6) waarin een briefwisseling plaatsvindt tussen een verre achterneef en -nicht die in dezelfde straat wonen is de armoede waarin de twee leven bijna fysiek voelbaar, de troosteloze regen en naargeestige levenssfeer blijven hangen op het gedachtenvlies, zelfs op zonnige zomeravonden. Drie decennia van intellectuele ontwikkeling daarna is op dit thema dezelfde sfeer bijna onveranderd blijven hangen tot aan één van zijn laatste novelles “De zachtmoedige” (1876) (4) toe. De voelbare stress voortkomend uit het gebrek aan geld en overdaad aan schulden hadden, ook gezien de defamerende sancties in die tijd zoals de schuldenaarsgevangenis, zonder twijfel een effect op Dostojevski's manier van schrijven en leven. Zijn pennenvruchten moeten ook aan de juristen en bestuurders van die tijd bekend zijn geweest. Of Molengraaff, de “vader” van de huidige faillissementswet (waarvan het voorontwerp stamt uit 1887, zes jaar na het overlijden van Dostojevski!) één van zijn boeken heeft gelezen valt niet uit te sluiten (nog meer zo bezien vanuit het predikantschap van Molengraaff's vader en de daaruit mogelijk voortvloeiende bekendheid met sociale thema's). Kwijtschelding was in die periode, evident (óf, in modern Nederlands: dûh), een brug te ver. Maar wat nu als de WSNP zou hebben bestaan in de tijd van Dostojevski? Hoe zou dat zijn schrijven hebben beïnvloed? Verzoeken om geld Vanaf zijn vroegste pubertijd, waarin hij geld vroeg aan zijn vader voor kleding, tot zijn laatste correspondentie, waarin hij aan zijn uitgever een voorschot vroeg op het boek waar hij mee bezig was, is het niets dan (gebrek aan) geld wat de klok slaat. Dit had overigens niet te maken met een verspilzieke manier van leven maar eerder met zijn te grote hart, té grote verantwoordelijksheidsgevoel en een, voortdurend de kop opstekende, gokverslaving (Voor wat die verslaving betreft bevond hij zich overigens in goed gezelschap van zijn, in Nederland wereldberoemde, tijdgenoot Eduard Douwes Dekker, oftewel Multatuli. Ook deze had een “onfeilbaar” roulette-systeem ontwikkeld en liep tegen dezelfde zwaarmoedige liquiditeits-beperkingen op bij toepassen van het systeem). Tot 1864, het jaar van overlijden van zijn broer, had Dostojevski een voortdurend geldgebrek. Ná 1864 had hij aan schulden geen gebrek. (5). Dostojevski beschouwde het namelijk als zijn morele plicht de schulden van zijn broer af te betalen en liet, kort na het overlijden van zijn broer, alle crediteuren langs komen en tekende voor hen, zonder verdere toetsing van de grondslag van de vordering, een schuldbekentenis. Dat daarbij veel dubieuze debiteuren zouden zitten nam hij kennelijk voor lief (5). Dát, toegevoegd aan het gegeven dat hij zich ook verplicht voelde de achtergebleven gezinsleden van zijn broer, inclusief maitresse, van onderdak en onderhoud te voorzien brachten hem, tot aan het eind van zijn leven, in een financieel deplorabele situatie. Diverse malen werd de druk van crediteuren zo groot dat emigreren naar Duitsland, Zwitserland of Italië de enig overgebleven optie bleef. Een streng financieel regime van zijn tweede echtgenote was nodig om enigszins tot een leefbare situatie te komen. Zijn escapades naar de roulettetafel werden door haar schijnbaar getolereerd; de berooide staat waar deze bezoeken steevast op uitliepen zetten hem in ieder geval tot sommige van zijn mooiste schrijvens (“...Geld, of liever gezegd het gebrek aan geld, heeft Dostojevski gemaakt tot de schrijver die hij is geworden....”(5)) De omgang met schulden De sfeer in de boeken van Dostojevski en dan vooral in “Misdaad en Straf” (1866) (Voor de ouderen onder ons beter bekend als “Schuld en Boete”.Tot de vertalingen uit het Russisch werd de titel van het boek namelijk vertaalt uit het Duits en daarmee steevast als “Schuld en Boete”. Met de vertaling uit het oorspronkelijke Russisch viel daarmee, helaas, een mooie semantische semi-ambiguïteit weg) zijn er één van voortdurende worsteling. Worsteling om te overleven, worsteling om te voldoen aan morele en financiële verplichtingen, worsteling met het geweten. Gezien de grote frequentie van de woorden geld en schuld lijkt dit onderwerp bijkans de olie en brandstof te zijn geweest die hem voortdreven in het schrijven van zijn boeken. Hoewel in die tijd het onderhandelen voor een kwijtschelding ook reeds bestond (niet in de laatste plaats met de toen ook reeds bestaande opkopers van “bad debts” (zie bijvoorbeeld “Misdaad en Straf”, de afkoop door Marfa Petrovna) blijkt het nastreven van kwijtschelding voor Dostojevski geen algemene aanpak te zijn geweest. Met andere woorden: eerder de toezegging van betaling dan het onderhandelen over een kwijtschelding. De huidige WSNP, met haar toetsing op de inspanning in plaats van het resultaat, zou voor Dostojevski persoonlijk een zegen zijn geweest, maar voor de wereldliteratuur een groot gemis. Het doorleven van de vraag: “waarom?” heeft de Dostojevski tot wereldliteratuur gemaakt (7). Alleen Dostojevski kan de vraag beantwoorden of hij het anders had gewild. 1. Susan van Mierlo.”Fjodor Dostojevski”, Biografie (Kunst en Cultuur), 2009. www.infonu.nl 2. F.M. Dostojevski, “Misdaad en straf”, 1866 3. F.M. Dostojevski, “Arme mensen”,1846 4. F.M. Dostojevski, “De zachtmoedige”, 1876 5. Robbert-Jan Henkes. “Overigens is armoede geen schande; De winst- en verliesrekening van Dostojevski”, Filosofie Magazine, 2000 (9). 6. Fjodor Dostojevski, Wikipedia.org (2003). 7. Margo Dijkgraaf. “Dostojevski laat de engel én de demon van de ziel zien”, Interview met György Konrád over “Misdaad en Straf”, NRC Handelsblad, mei 2001. In boekvorm verschenen als onderdeel van: Margot Dijkgraaf en Martijn Meijer, “Het beslissende boek. Nederlandse en Vlaamse schrijvers over het boek dat hun leven veranderde”, Uitgeverij Prometheus, 2002
|