Als je begrijpt wat ik bedoel Afdrukken E-mail
zondag 17 juli 2011

Met deze uitdrukking verwierf Olivier B. Bommel faam. De ietwat naïeve ‘heer van stand,’ die zich telkens van alles liet aanpraten en werd ‘gered’ door de enigszins betweterige kat, Tom Poes. 
Marten Toonder verklaarde ooit over Bommel als beer: 'De beer is een soort tussenvorm tussen geest en materie. Hij is een beetje onhandig, omdat de overbrugging tussen die twee zo ontzettend moeilijk is. Net zoals de mens probeert de beer het Hoge te bereiken, maar dat wordt bemoeilijkt door zijn eigen plompheid.
Overigens, de B staat nergens voor en zou slechts een statusverhogende werking hebben.

Feitelijk komt het in elke beroepssector voor dat specifieke beroepsterminologie door buitenstaanders foutief wordt gebruikt of in een onjuiste context wordt geplaatst. Onopgemerkt worden combinaties, delen en afgeleiden van woorden samengeklonterd tot een tot de verbeelding sprekend ‘universeel woord’ dat zonder aarzelen door ‘zender’ en ‘ontvanger’ wordt uitgewisseld wanneer zij het over een specifiek onderwerp hebben. In de schuldhulpverlening en insolventiepraktijk is dit ook aan de hand.

Voor de hulpverlening strekkende tot het regelen van schulden in der minne gebruikt men zo nu en dan het woord ‘schuldhulpsanering.’ Het bedrag dat een schuldenaar in de wettelijke schuldsaneringsregeling maandelijks hoogstens mag behouden, wordt vaak het ‘vrij te maken bedrag’ of ‘leefgeld’ genoemd.
Met ‘WSMP’ wordt Wsnp bedoeld. In ongeveer driekwart van de gevallen spreken schuldenaren van ‘inboedelrekening’ wanneer zij het hebben over de bankrekening welke in het kader van de Wsnp wordt  geopend, waarop maandelijks al hetgeen boven het vrij te laten bedrag (vtlb) dient te worden afgedragen.
Feitelijk leiden voornoemde voorbeelden in de praktijk niet of nauwelijks tot misverstanden. Althans, al snel is men in staat één en ander in een juiste context te plaatsen waardoor men uiteindelijk begrijpt wat er bedoeld wordt. Het wordt pas een probleem wanneer de ‘ontvanger’ onbedoeld of automatisch verbanden legt met procedures en/of consequenties welke de ‘zender’ nadrukkelijk niet beoogt of probeert uit te leggen.

Wanneer iemand stelt onder bewind te staan of een bewindvoerder te hebben, kan dat reden zijn om door te vragen. In de eerstgenoemde situatie kan sprake zijn van beschermingsbewind als bedoeld in titel 19 van Burgerlijk Wetboek 1 of van bewind als bedoeld in titel III van de Faillissementswet. Indien er sprake is van beschermingsbewind dient er bijvoorbeeld rekening te worden gehouden met het feit dat niet de persoon [lees: rechthebbende] onder bewind staat maar diens goederen welke hem toebehoren of zullen toebehoren.

Wanneer iemand stelt een curator te hebben of failliet te zijn, kan het ook voorkomen dat er feitelijk sprake is van toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De schuldenaar waant zich vaak ‘failliet’ wanneer hij door de rechter, die ook faillissementen uitspreekt, op grond van de Faillissementswet wordt toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Dit kan verwarrend zijn voor de schuldenaar. Zo ook voor diens directe omgeving of eventuele maatschappelijke begeleiding. De situatie kan gecompliceerd worden wanneer de kantonrechter een bewind heeft ingesteld over de goederen van de schuldenaar die door de Rechtbank is toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, een mentor toegewezen heeft gekregen ten behoeve van het Begeleid Wonen Project en een jobcoach in het kader van de arbeidsreïntegratie.

Met name in correspondentie afkomstig van cliënten, instanties of hulpverleners kunnen uiterst ‘vindingrijke’ doch niet bestaande woordconstructies worden teruggelezen. Hetgeen de schrijver feitelijk met zijn brief beoogt of duidelijk wil maken, blijkt in veel gevallen pas nadat de brief in zijn geheel (soms bij herhaling) is doorgelezen. Het is dan ook soms wat teleurstellend te moeten constateren dat het sommige professionele hulpverleners ook niet altijd helder is wat er van andere hulp- en dienstverlenende derden verwacht mag worden en waar zij voor staan. Dat leidt weer tot miscommunicatie of dwaling.
Van dienst- en hulpverleners mag worden verondersteld dat zij de verschillen en nuances weten te benoemen en uit te leggen aan derden [lees: cliënten, rechthebbenden, sanieten (schuldenaren in de wettelijke schuldsaneringsregeling) of gefailleerden] wanneer professionals uit verschillende werkvelden moeten ‘samenwerken.’

Het vergt telkenmale  behendigheid, creativiteit en inzicht van advocaten, juristen en bewindvoerders om snel duidelijk de situatie helder te krijgen, teneinde zich te kunnen behoeden voor een juridische omissie, afgang of onnodige obstructie van de proces-economie. Immers, het maakt wel degelijk uit of er sprake is van een besluit, beschikking, vonnis of arrest. En of het vatbaar is voor bezwaar, (hoger) beroep of verzet. De gevolgen in geval van een onjuiste aanname zijn desastreus en kunnen onbedoeld leiden tot schade of stagnatie.


V.T. Raats
Over de auteur:
Sinds 2002 actief als Bewindvoerder WSNP/Curator bij Modus Vivendi Wettelijk Traject B.V.
 
Advertisement
Template creation and website implementation by One-Company Interactieve Communicatie, Industrieweg 18, 4051 BW Ochten, Nederland. Telefoon: 0344-641040