In november 2010 rapporteerde het Bureau Krediet Registratie (BKR) nog dat het percentage Nederlanders met een betalingsprobleem sinds juli 2009 ondanks de verslechterde economische omstandigheden gelijk was gebleven. Het BKR rekende uit dat van de 11,8 miljoen mensen met een krediet, op dat moment 6,6 procent (ruim 600.000 mensen) moeite had met het voldoen aan betalingsafspraken. In januari 2005 bedroeg het percentage consumenten met betalingsproblemen nog 5,4 procent. Het BKR stelde zich destijds op het standpunt dat consumenten zich meer bewust was geworden van de mogelijke risico's bij het afsluiten van kredieten. Deze bewustwording zou de kans op afbetaling van de afgenomen producten en diensten vergroten. Bovendien zou de stabilisatie tot stand zijn gekomen doordat consumenten de hand nog op de knip hielden. Deze maand rapporteerde BKR dat het aantal consumenten dat moeite heeft om aan zijn betalingsafspraken te voldoen, eind juni met 7,2 procent is toegenomen. Dit betekent een toename van nog eens ruim 55.000 mensen in iets meer dan een half jaar. Onlangs maakte het CBS bekend dat in 2010 de koopkracht van de Nederlandse bevolking met 0,5 procent was afgenomen.Vanaf 1985 onderzoekt het CBS jaarlijks de daadwerkelijk ondervonden koopkrachtveranderingen. Alleen in 2005 daalde de koopkracht ook, toen met 0,3 procent. In 2010 vond feitelijk de grootste koopkrachtdaling sinds 1985 plaats. Hoewel voornoemde cijfers een nog immer magere economie suggereren, blijkt er een forse toename te zijn in onder meer aankopen via internet en duurzaam voedsel. Uit onderzoek van Gfk en Blauw Reseach in opdracht van Thuiswinkel.org is gebleken dat in 2010 online consumentenbestedingen zijn toegenomen met 11 procent naar ruim 8,2 miljard euro. Gemiddeld gaven consumenten in 2010 online bijna 890 euro uit. Dit is een toename van 4 procent ten opzichte van 2009. Deze toename is vooral toe te schrijven aan de stijging van het aantal bestellingen. De gemiddelde waarde van de bestelling is lager, en vooral het aantal bestelde producten is sterk toegenomen (+16 procent t.o.v. 2009). Per consument steeg het aantal bestellingen met 20 procent naar 7,4 bestellingen per persoon. De onderzoekers stelden vast dat onder meer gewenning, gemak, flexibiliteit en snelheid met betrekking tot de verzending de redenen waren van de forse toename van online consumentenbestedingen. Onlangs gaf het Platform Verduurzaming Voedsel aan dat de totale consumentenbestedingen aan duurzaam voedsel in Nederland in 2010 1.337 miljoen euro bedroegen tegen 1.033,6 miljoen euro in 2009 (een toename van 29,4 procent). Zo is er ondanks de economische recessie sprake van een forse toename in consumentenbestedingen in duurzame vis, schaal- en schelpdieren. Britse en Nederlandse consumenten kopen in toenemende mate duurzame vis, schaal- en schelpdierproducten, kennelijk ook in financieel moeilijke tijden. Onafhankelijk onderzoek laat een groei zien van 50 procent in consumentenbestedingen aan duurzame vis, schaal- en schelpdieren in Nederland. De economische situatie in Nederland is nog zorgwekkend te noemen. Echter, in vergelijking met de Griekse- en Portugese economieën gaat het in Nederland voorspoedig. Hoewel Nederland is gedaald van een tweede plaats in 2009 naar een zevende plaats in 2010 in de Top 10 van Europese betalingstermijnen, is in ons land sprake van een betere betalingsmoraal. Inmiddels is er een nieuwe European Payment Index 2011 waaruit blijkt dat Nederland redelijk scoort. Een schrale troost.
European Payment Index 2010 & 2009
European Payment Index 2010 & 2009 Land | European Payment Index score | Gemiddelde betaaltermijn (in dagen) | Payment loss % (afschrijvings-percentage) | | 2010 | 2009 | 2010 | 2009 | 2010 | 2009 | Finland | 126 | 125 | 27 | 28 | 2,0 | 1,0 | Zweden | 130 | 129 | 35 | 35 | 2,1 | 1,6 | Noorwegen | 134 | 134 | 29 | 33 | 2,5 | 2,0 | Denemarken | 137 | 136 | 37 | 37 | 2,5 | 2,0 | IJsland | 138 | 137 | 34 | 34 | 2,8 | 2,6 | Zwitserland | 145 | 145 | 42 | 46 | 2,3 | 2,3 | Ierland | 147 | 146 | 65 | 62 | 2,3 | 2,0 | Frankrijk | 150 | 150 | 59 | 63 | 2,2 | 2,1 | Nederland | 153 | 153 | 42 | 42 | 2,5 | 2,5 | Duitsland | 153 | 153 | 35 | 49 | 2,6 | 2,1 | Oostenrijk | 153 | 153 | 38 | 35 | 2,0 | 2,0 | Estland | 154 | 152 | 36 | 36 | 3,3 | 2,9 | VK | 155 | 155 | 50 | 52 | 2,4 | 2,4 | België | 156 | 156 | 52 | 52 | 2,5 | 2,5 | Letland | 157 | 156 | 42 | 42 | 3,5 | 3,3 | Slowakije | 162 | 160 | 43 | 39 | 3,5 | 3,0 | Italië | 163 | 162 | 96 | 88 | 2,6 | 2,5 | Polen | 163 | 163 | 35 | 39 | 3,0 | 3,0 | Litouwen | 164 | 162 | 54 | 47 | 3,6 | 3,3 | Spanje | 167 | 166 | 98 | 98 | 2,5 | 2,4 | Hongarije | 165 | 165 | 40 | 45 | 2,7 | 2,7 | Tsjechië | 173 | 172 | 45 | 49 | 3,1 | 3,0 | Griekenland | 180 | 180 | 120 | 105 | 3,0 | 3,0 | Portugal | 185 | 184 | 88 | 87 | 2,8 | 2,7 |
Bron: Intrum Justitia 2010 & 2009
EPI 2011: http://www.publishrelease.com/wp-content/uploads/2011/05/European-Payment-Index-2011.pdf
|