LIS (Landelijk Informatiesysteem Schulden) Afdrukken E-mail
donderdag 29 mei 2008

Hoe een systeem tot stand komt

 

Op 22 april 2008 nam staatssecretaris Aboutaleb namens het kabinet de overeenkomst in ontvangst voor de oprichting van een landelijk informatiesysteem voor betalingsachterstanden. Het kabinet was duidelijk verheugd over dit initiatief (1) vanuit de markt aangezien het kabinet het LIS ziet als een belangrijke stap in de richting van het bestrijden en voorkomen van problematische schulden. Aan de oprichting van het LIS, zoals dit informatiesysteem in de toekomst zal gaan heten, was een lange periode van vooroverleg en onderzoek voorafgegaan:

In een schrijven aan de Tweede Kamer op 10 november 2005 (2) door toenmalig minister van Financiën Zalm maakte deze duidelijk dat overkreditering als één van de oorzaken kon worden gezien voor het ontstaan van problematische schulden. Zalm somt daarbij een drietal maatregelen op die zijns inziens tot voorkoming van overkreditering zullen moet leiden: verlaging van de maximale kredietvergoeding, verplichting BKR-toets ook onder € 1000,00 en uitbreiding schuldenregistratie.

Zalm refereert aan de initiatiefnemers DSB, Leger des Heils en de gemeente Tilburg waarbij zich op dat moment eveneens de NVB/VFN, Aedes, Energiened, Thuiswinkel.org en de NVVK hebben aangesloten. Inderdaad leidt het overleg tussen deze partijen op 10 mei 2006 tot ondertekening van “de Intentieverklaring schuldenregistratie” (3) waarin zij zich committeren te onderzoeken wat de noodzakelijke infrastructuur is en dat zij aan totstandbrenging van het systeem zullen bijdragen in geval van haalbaarheid daarvan.

Het initiatief was in eerste instantie vooral gericht op het uitbreiden van de bestaande BKR-registratie met registratie van schulden uit huur en energie en schulden aan sociale diensten. Successievelijk breidde deze lijst zich ook uit met schulden aan GKB's en schulden bij het Leger des Heils inzake eigen bijdragen.

Nadat het enige tijd stil bleef rond dit initiatief kwam de huidige minister van Financiën Bos met een brief op 2 maart 2007  (4) waarin hij een kort verslag deed van het verloop van dit initiatief tot dan toe. Blijkens deze brief was één van de praktische problemen waartegen aangelopen werd de mogelijkheid van een unieke identificatie. Deze was alleen mogelijk via het BSN (Burger Service Nummer) waarbij tevens de mogelijkheid van toegang tot en toetsing aan het GBA is vereist, een toegang die de meeste van de initiatiefnemers momenteel niet hebben. Minister Bos zegde toe de ondersteuning voor ontsluiting hiervan, waar nodig, te zullen bieden. In zijn brief prognosticeerde de Minister eind 2008 als mogelijke inwerkingtredingsmoment van het LIS. Tevens gaf de minister aan dat in dit stadium intensieve gesprekken plaatsvonden met het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP). Wegens te voorziene automatiseringshobbels meldde de minister dat IBG, CJIB en de Belastingdienst niet (op korte termijn) mee zouden doen in dit systeem.

Dat het probleem van de overkreditering als een serieus probleem wordt gezien blijkt uit diverse onderzoeken op dit gebied. De AFM concludeerde in januari 2007 (5) dat de toenmalige wijze van toetsing van iemands kredietwaardigheid onvoldoende rekening houdt met iemands vaste lasten en betalingsachterstanden en dat hierdoor de kans op overkreditering onverantwoord toenam. In september 2007 verscheen een onderzoek uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Financiën (6) met als doelstelling het onderzoeken van de effectiviteit van het bestrijden van overkreditering. De conclusies van dit onderzoek met betrekking tot de oorzaak van overkreditering weerspraken de noodzaak van het opzetten van het LIS met haar constatering dat overkreditering, naast overbestéding, veelal werd veroorzaakt door factoren die ten tijde van het aangaan van de krediettransactie onbekend waren (zoals werkeloosheid, echtscheiding). Wel concludeerde zij nogmaals de bij marktpartijen geconstateerde behoefte aan meer concrete gegevens voor berekening van het (financieel) draagvlak van klanten.

Niettegenstaande de uitkomsten van dit onderzoek schreef staatssecretaris Bijleveld-Schouten op 22 november 2007 (7) het voornemen te hebben te komen tot een voorstel van wijziging van de Wet GBA waarover zij overleg zou gaan voeren met het CBP. Tevens gaf de staatssecretaris aan dat de doelomschrijving van de aanpassing zodanig zou zijn dat gebruik slechts voor de schuldenregistratie en kredietregistratie mogelijk zou zijn en voor geen ander doel, zoals bijvoorbeeld het kunnen innen van schulden.

Met deze brief kon de intentieverklaring van 10 mei 2006 beschouwd worden als zijnde rijp voor een omzetting naar de overeenkomst zoals die op 22 april 2008 (8) wereldkundig is gemaakt. In de loop van 2009 hopen de initiatiefnemers het systeem operationeel te hebben.

 

Voordelen LIS

Doelstelling van het LIS is het voorkómen van overkreditering. Het kunnen raadplegen van iemands betalingsachterstanden, naast de reeds bestaande BKR-toets, verbetert de kwaliteit van kredietwaardigheidstoetsen en geeft de mogelijkheid van het verbeteren van de toewijzingskwaliteit van huurwoningen. De kans op overkreditering wordt daarmee kleiner.

 

Nadelen LIS

Gebruik van het LIS zal een zware wissel trekken op de administratieve inspanningen van de aangesloten organisaties. Kwaliteit van de raadpleging van het LIS zal namelijk samenvallen met de volledigheid en de actualiteit van de gegevens; indien de gegevens niet actueel zijn (op dagbasis), zal de beoogde verbetering van de kredietwaardigheidstoets achterwege blijven. Alle geleverde inspanningen zullen daarmee teniet gaan. Het zal daarom van alle deelnemers aan het LIS (en hun leden) een kwalitatief zeer hoogwaardige inspanning vragen

 

Aandachtspunten

Hoewel de ontwikkeling van het LIS in een vergevorderd stadium is blijven er een aantal belangrijke aandachtspunten bestaan:

  • Toegang tot het LIS, en daarmee tot de GBA, is mogelijk voor een grote èn diverse groep organisaties. Daarmee is de controle op het zorgvuldig gebruik van de gegevens, ook door individuele medewerkers, kwetsbaar.
  • Onduidelijk blijft hoe personen die in het register staan weer uit het register komen (vanmiddag betaald, morgen uit het register?)
  • Op dit moment zijn, anders dan het enthousiaste onthaal van het systeem door leningverstrekkers en schuldhulporganisaties, geen doorslaggevende onderzoeken bekend die aantonen dat uitbreiding van de schuldenregistratie leidt tot voorkoming overkreditering. Eerder zijn er onderzoeken (zie:”Overkreditering aan banden”) (9) die afwezigheid van het effect van een dergelijke schuldenregistratie veronderstellen.
  • Gezien de doelstelling van het LIS, namelijk toepassing bij het gebruik van de kredietwaardigheidstoets, is het onduidelijk wat de functie is van het toegang verschaffen tot het GBA aan incasso-bureau's (die immers lid (kunnen) zijn van het NVB/VFN). Incassobureaus verstrekken immers geen leningen.
  • Het is niet duidelijk wat opvragers van informatie bij het GBA dienen te doen met deze gegevens als afwijzing van een lening plaatsvindt vanwege het feit dat de aanvrager een achterstand heeft in de aflossing bij dezelfde kredietverstrekker. De grens tussen gebruik voor toetsing kredietwaardigheid en gebruik voor invordering kan dan zeer diffuus zijn.
  • Het is onduidelijk hoe woningcorporaties zullen omgaan met (aanstaande) huurders die bezwaar maken tegen opname in het LIS. Zullen deze huurders automatisch goedkopere huurwoningen krijgen of helemaal geen?
  • Wat is de werkelijke waarde van het LIS wanneer een aantal belangrijk (lees: frequent voorkomende) crediteuren niet meedoen zoals belastingdienst, CJIB, IBG, zorgverzekeraars.

Tot slot

Duidelijk is dat voorkomen van overkreditering een belangrijke doelstelling is. Om die reden kan eigenlijk niemand tégen het LIS zijn. Daarmee is echter niet gezegd dat, vanwege de kwetsbaarheid van het systeem op diverse fronten, iedereen ook vóór invoering van het LIS op deze wijze dient te zijn.

De oprichters hebben zichzelf nog tot 2009 gegeven om tot operationalisering van het LIS over te gaan. Zij zullen ongetwijfeld kennis nemen van de diverse bezwaren die uit het maatschappelijk veld zullen rijzen nu dat realisering van het registratiesysteem aanstaande is.


I.P. Van Rossen
Over de auteur:

Directeur van Modus Vivendi Wettelijk Traject B.V.

Sinds 1995 actief binnen schuldhulpverlening in minnelijk en wettelijk traject.

 
Advertisement
Template creation and website implementation by One-Company Interactieve Communicatie, Industrieweg 18, 4051 BW Ochten, Nederland. Telefoon: 0344-641040