Meerderjarigenbewind, onderbewindstelling, beschermingsbewind: allemaal synoniemen, die staan voor dezelfde beschermingsvorm. Niet onlogisch dus dat deze termen veelvuldig door elkaar heen gebruikt worden. In de Nederlandse wetgeving is meerderjarigenbewind wettelijk geregeld in Titel 19 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Deze regeling hebben we sinds 1981 in ons rechtssysteem en de onderbewindstelling kan sinds 1982 door de rechter uitgesproken worden. In een ander artikel op deze website wordt beschreven hoe de ontwikkeling is ten aanzien van het uitspreken van beschermingsbewinden met daarbij de aantallen in statistieken, wat daarom hier niet verder besproken zal worden
Onderbewindstelling is minder vergaand dan ondercuratelestelling en voorziet voornamelijk in budget- en vermogensbeheer. In dit artikel zal de wettelijke regeling en de praktijk van onderbewindstelling worden besproken. Ook wordt daarin uitgebreid stil gestaan bij de positie van de beschermingsbewindvoerder.
Onderbewindstelling
A. Wanneer vindt onderbewindstelling plaats?
De wetgever heeft in artikel 431 van genoemde wettelijke regeling bepaald dat de kantonrechter het bewind over (toekomstige: lees erfenis) goederen kan uitspreken ten aanzien van een meerderjarige persoon, die niet in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen. De oorzaak hiervan moet dan gelegen zijn in zijn lichamelijke of geestelijke toestand. Het verzoek daartoe kan worden gedaan door familieleden, de echtgenoot of geregistreerd partner, de voogd, curator, mentor of zelfs door het openbaar ministerie (artikel 432). Ook kan de kantonrechter het bewind ambtshalve vaststellen, indien een verzoek tot ondercuratelestelling wordt afgewezen (lid 2 en 3). Dit artikel heeft de wetgever bedoeld om de rechter de mogelijkheid te bieden een minder ingrijpende beschermingsmaatregel te kiezen. De kantonrechter kan het bewind uitbreiden (ingevolge een nalatenschap) of beperken tot bepaalde goederen (artikel 433 lid 2).
B. Benoeming en taken van de bewindvoerder
Bij instelling van het bewind benoemt de kantonrechter zo spoedig mogelijk een (eventueel tijdelijke) bewindvoerder (artikel 435 lid 1). Niet alleen degenen die het verzoek tot onderbewindstelling kunnen doen (lid 4), maar ook rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid kunnen tot bewindvoerder worden benoemd (lid 6). In dit geval moet u bijvoorbeeld denken aan stichtingen, die meerderjarigenbewind uitvoeren voor meerdere cliënten (zoals Stichting Modus Vivendi).
De taak van een aangestelde bewindvoerder begint met het opstellen van een lijst met alle goederen van de onderbewindgestelde, welke bij de griffie van de Rechtbank moet worden ingeleverd (artikel 436 lid 1). Bij onroerende zaken gaat de wet nog een stapje verder: deze moeten zelfs worden ingeschreven in de openbare registers (lid 3). Ook moet de bewindvoerder een beheerrekening openen en is hij verplicht om deze rekening voor betalingen, die hij verricht of ontvangt voor de onderbewindgestelde, te gebruiken (lid 4).
C. Beheer en beschikking over goederen
Er bestaat een onderscheid tussen beheers- en beschikkingshandelingen met betrekking tot goederen, die onder bewind staan. Uitsluitend de bewindvoerder is tijdens het bewind bevoegd tot beheer van de onder bewindgestelde goederen. De onderbewindgestelde mag niet over de goederen beschikken en deze vervreemden, tenzij de onderbewindgestelde een machtiging heeft van de kantonrechter of de bewindvoerder toestemming heeft verleend (artikel 438). Zoals Blankman het zo mooi zegt in het handboek >Het hedendaagse personen- en familierecht=, komt uit deze praktijk naar voren dat beschermingsbewind is gebaseerd op samenwerking tussen rechthebbende en bewindvoerder, waarbij de kantonrechter een machtiging aan de rechthebbende kan afgeven als deze samenwerking stokt.
D. Bescherming derden te goeder trouw
Indien het goed zonder toestemming van de bewindvoerder of kantonrechter toch is vervreemd, dan behoeft de verkrijger van het goed echter niets te vrezen als hij niet op de hoogte was of hoefde te zijn van de onderbewindstelling van de vervreemder (artikel 439). Indien een onderbewindgestelde een schuld aangaat, dan kan een schuldeiser de vordering echter niet verhalen op goederen, die onder bewind staan (artikel 440). Hieruit blijkt dus dat verkrijgers van goederen door de wet meer beschermd worden dan de schuldeisers van onderbewindgestelden.
E. Vertegenwoordiging en handelingsbevoegdheid bewindvoerder
Artikel 441 beschrijft dat de bewindvoerder de wettelijke vertegenwoordiger is van de onderbewindgestelde. Dit houdt in dat hij het vermogen van de rechthebbende doelmatig dient te beheren (lid 1). Toch heeft de bewindvoerder wel toestemming nodig van de rechthebbende (of van de kantonrechter, indien de rechthebbende hiertoe niet in staat is) voor een aantal handelingen, zoals bijvoorbeeld het beschikken over de goederen, het aannemen van een gift onder voorwaarden of het lenen van geld (lid 2). Wel is de bewindvoerder met uitsluiting van de onderbewindgestelde bevoegd een aan rechthebbende toekomende erfenis te aanvaarden (lid 5). Ook heeft de wetgever bepaald dat als de bewindvoerder te kort schiet in de zorg van een goed en hem dit valt aan te rekenen, de onderbewindgestelde hem aansprakelijk kan stellen (artikel 444).
F. Controle op en beloning van de bewindvoerder
Natuurlijk kan een bewindvoerder niet ongecontroleerd zijn gang gaan. Jaarlijks moet hij rekening en verantwoording afleggen aan de onderbewindgestelde en aan de kantonrechter (artikel 445). Stichting Modus Vivendi bijvoorbeeld verstrekt haar cliënten maandelijks een mutatie-overzicht van alle inkomende en uitgaande betalingen. De kantonrechter heeft echter wel de keuzemogelijkheid om de bewindvoerder vrij te stellen van de verantwoordingsplicht (lid 3): in de praktijk komt dit echter weinig voor. In de rekening en verantwoording moet beschreven worden wat de goederen hebben opgebracht en wat onder aftrek van de verschuldigde beloning aan rechthebbende is uitgekeerd (artikel 446 lid 1). Bij de rekening en verantwoording blijven de baten onder beheer van de bewindvoerder, totdat de rechthebbende tot ontvangst hiervan in staat is (lid 3).
De beloning van de bewindvoerder bedraagt in beginsel vijf procent van de netto-opbrengst van de onder bewind gestelde goederen (artikel 447). Het Landelijk Overleg Kantonsektorvoorzitters heeft aanbevelingen verstrekt voor de beloning van bewindvoerders. Per 1 januari 2009 bedraagt de jaarvergoeding maximaal _ 900.00 en _ 360.00 voor een intakegesprek. Mochten de werkzaamheden omvangrijker zijn, dan geldt een uurtarief van _ 60.00 voor de goedgekeurde werkzaamheden (alle bedragen exclusief BTW).
G. Einde van de taak bewindvoerder en van de onderbewindstelling
In artikel 448 (lid 1) worden vijf redenen genoemd, op grond waarvan de taak van de bewindvoerder eindigt: bij het einde van het bewind, indien zijn benoemingsperiode is verstreken, indien hij overlijdt, failliet wordt verklaard, onder curatele wordt gesteld, zelf onder bewind komt te staan of wanneer de schuldsaneringsregeling op hem van toepassing wordt verklaard, of door ontslag dat door door de kantonrechter wordt verleend (zie ook lid 2).
Hoe het bewind uiteindelijk eindigt, heeft de wetgever beschreven in artikel 449: deze eindigt van rechtswege indien betrokkene overlijdt, onder curatele wordt gesteld, of indien de periode, waarvoor het bewind is ingesteld, is verstreken. De bewindvoerder kan dus niet zelf om opheffing van het bewind verzoeken.Toch zal de kantonrechter overgaan tot opheffen, als het beschermingsbewind geen zin meer heeft (Rb. Zwolle, sector kanton, 9 november 2006, NJN AZ2055).
- Prof. mr. M.J.A. van Mourik en prof. mr. A.J.M. Nuytink, Personen- en familierecht, huwelijksvermogensrecht en erfrecht, Wolters Kluwer 2006 (pagina's 275-286).
- Prof. mr. P. Vlaardingerbroek, mr. K. Blankman e.a., Het hedendaagse personen- en familierecht, Wolters Kluwer 2008 (pagina's 531-539).
- Mr. K. Blankman, Handboek Familievermogensrecht, Walburgpers 2007.