LIS: The Neverending story Afdrukken E-mail
vrijdag 14 mei 2010

“Alles van waarde is weerloos” is een dichtregel die Rotterdamse openbaar vervoer reizigers dagelijks als voedsel voor de geest meekrijgen. Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) is één van de,  inmiddels zeer vele,  autoriteiten die zijn ingesteld bij wet om die weerloosheid van universeel relevant geachte zaken te verkleinen dan wel onder hun hoede te nemen. Haar autoriteit staat of valt met het gezag dat de centrale overheid bereid is haar (af) te geven. De behandeling van het dossier “LIS (Landelijk Informatiesysteem Schulden)” is een weerspiegeling van hoe de overheid op dit moment de verhouding ziet tussen de wens van bescherming en de werkelijkheid van bestuur...

Inleiding
Bij schrijven van 31 maart 2010 (1) schreef (demissionair) minister van Financiën C.J. De Jager een brief aan de Tweede Kamer waarin hij de uitkomst meldde van de  “quick scan LIS”. Doelstelling van deze quickscan was het nagaan van de verschillende opties om overkreditering middels een kredietwaardigheidstoets (wat het LIS ten principale is (IPvR)) tegen te gaan. Voorkoming van overkreditering is opgenomen in een bredere ambitie van de regering om de schuldenproblematiek te voorkomen én bestrijden. Op dit moment, zo memoreert de minister in zijn schrijven, staan er een drietal opties open ter versterking van de kredietwaardigheidstoets:

  • Versterking van de kredietwaardigheidstoets zonder overheidsbemoeienis
  • Verstrekking van een wettelijke grondslag aan het LIS
  • Introduceren van een wettelijke verplichting voor kredietverstrekkers om bij de klant extra gegevens op te vragen.

In het schrijven van de minister van Financiën op 15 december 2009 zijn deze opties uitgebreider uitgewerkt (3). De minister van Financiën schrijft in de brief van 15 december 2009 “ … de tweede optie komt het meest tegemoet aan de wens om problematische schulden te voorkomen....”. Daarnaast geeft de minister aan dat de problemen die het CBP signaleert een “..afweging van fundamentele aard vergen tussen privacy-bescherming en het belang van tegengaan van overkreditering....”, en, zo vervolgt de minster,  “...Introductie van een wetttelijk grondslag neemt de bezwaren van het CBP mogelijk weg..”. Zij geeft in ieder geval de ruimte voor de wetgever om expliciet een belangenafweging te maken tussen het belang van tegengaan van overkreditering versus privacy belangen (zie: overwegingen bij optie 2; brief van december 2009 (3))

Het probleem
Met het verstrijken van de tijd is steeds duidelijker dat er veel bezwaren bestaan tegen de introductie van het LIS. Niet alleen vanuit de maatschappij (zie :  De privacybarometer, de monsterdatabase)  ook vanuit het CBP (de ingestelde autoriteit ter bescherming van wat weerloos is) is in haar kritiek op de introductie van het LIS zeer scherp (2). Zij beschouwt het LIS als een "..negatief registratiesysteem met een stigmatiserend karakter... " dat criteria hanteert waarvan het objectieve karakter niet is vastgelegd. Daarnaast concludeert zij dat de registratie van de gegevens ook nog eens niet voldoende juist en nauwkeurig zijn. De door het CBP benoemde beperkingen van het LIS komen meer en meer aan de oppervlakte en maken het eigenlijk verbazend dat de Tweede Kamer toch (en bij herhaling) op introductie van het LIS blijft hameren. Vooral het negeren van de reserve die het CBP uit over het gebrek aan voldoende onderbouwing van de criteria die als indicator gaan fungeren voor voorspelling van betalingsmoeilijkheden is moeilijk te volgen. Zelfs uit eigen onderzoek van het ministerie van Financiën bleek dat de omstandigheden die aanleiding geven tot het ontstaan van een problematische schuldsituatie niét voorzienbaar zijn ten tijde van aangaan van de betalingsverplichtingen: ...Voor het grootste deel van de overgekrediteerden geldt voorts dat het krediet dat zij afsloten niet de directe aanleiding is geweest voor hun financiële problemen. Ten tijde van de kredietverstrekking was vaak geen sprake van overkreditering. Deze trad pas op door veranderingen in de persoonlijke of relationele sfeer of arbeidsgerelateerde problemen. (Zie ook verslag IPM, bijlage IV onder conclusie 4.)...(!) (zie : “Overkreditering aan banden”; september 2007) (4). Het is niet uit te sluiten dat de Tweede Kamer, in haar legitieme wens de schuldenproblematiek te verminderen, onvoldoende kennis heeft genomen van dit soort onderzoeken die sterk suggereren dat de doelstelling van de Tweede Kamer op een andere manier bereikt zal moeten gaan worden.

Wat nu?
De brief van december 2009 van de minister laat ruimte open voor de gedachte dat ook hij, in navolging van het CBP, inmiddels de opvatting is toegedaan dat toetsing van introductie van het LIS aan privacy-rechten een meer fundamentele uitwisseling van argumenten en weging nodig heeft dan dat de Tweede Kamer tot nu toe heeft gedaan. Immers,  in zijn brief van 15 december 2009 vermeldt de minister expliciet dat het traject van inbedding van het LIS in een wettelijk kader de wetgever zal leiden tot een afweging tussen het belang van tegengaan van overkreditering versus privacybelangen en dat de uitkomst van die discussie niet met zekerheid is te voorspellen. Dat de agenda voor introductie van het LIS daarmee tot in ieder geval 1 juli 2011 is uitgesteld zal door de tegenstanders van introductie van het LIS (die dus kennelijk in onvoldoende mate in de Tweede Kamer zitten) niet als onwelkom gezien worden. De argumenten die het CBP tegen het LIS heeft aangevoerd zullen hopelijk bij de weging door de verschillende (wets-)gremia dan meer voor het voetlicht komen dan tot nu toe het geval was in de Tweede Kamer. Misschien dat in het wetgevingsproces dat wat van waarde is, namelijk onze privacy, niet teloor gaat door de brute kracht van de Tweede Kamer.


1.“Quick Scan LIS”, Brief minister van Financiën, 31 maart 2010
2.“Zienswijze Landelijk Informatiesysteem Schulden”, CBP, Den Haag, 23 september 2009
3.Brief minister van Financiën aangaand LIS en Zienswijze LIS door het CBP, Kamerstuknr. 24515 nr. 173
4.Ministerie van Financiën, “Overkreditering aan banden”, Den Haag, 2007


I.P. Van Rossen
Over de auteur:

Directeur van Modus Vivendi Wettelijk Traject B.V.

Sinds 1995 actief binnen schuldhulpverlening in minnelijk en wettelijk traject.

 
Advertisement
Template creation and website implementation by One-Company Interactieve Communicatie, Industrieweg 18, 4051 BW Ochten, Nederland. Telefoon: 0344-641040