"Verborgen talenten" versus "strijdige werkzaamheden" Afdrukken E-mail
zondag 08 maart 2009


Schuldbemiddeling
Tegen de achtergrond van de huidige economische recessie lijkt een goed moment te zijn aangebroken voor diegenen die menen de sterk afnemende conjunctuur te kunnen bezweren.
Er lijkt een uitstekend klimaat te zijn ontstaan voor (particuliere) initiatieven die zich ten doel stellen tegen betaling ‘bemiddelend’ op te treden tussen hulpbehoevende kwetsbare burgers en hongerige schuldeisers die hen ‘met mes en vork’ staan op te wachten. Zeg nu zelf; een prima alternatief om de toenemende wachtlijsten en ambtelijke molens bij de gemeenten te omzeilen. Kortom; het is bij de eerste gedachte helemaal zo gek nog niet om een dergelijk ‘niche’ eigen te maken om daarmee de maatschappij een helpende hand te kunnen bieden.


WCK
Helaas (en toch ook niet), deze nobele gedachte wordt, gelukkig, beperkt door de wetgever, met als doel de positie van de schuldenaren niet nog verder te verslechteren. De wetgever ziet erop toe dat, met name in economisch barre tijden, een opmars van nieuwe ‘helden’ wordt tegengegaan, die de door het hele land verspreidende ‘financiële brandhaarden’ op eigen wijzen zouden willen bestreden. Om ervoor te zorgen dat een ‘kampvuurtje’ ontaardt in een ‘bosbrand’ houdt het Ministerie van Economische zaken toezicht op naleving van de Wet op het Consumentenkrediet (Wck). In hoofdstuk 5 van deze wet bepaald artikel 47 eerste lid, dat schuldbemiddeling verboden is. Vervolgens bepaald artikel 48 eerst lid dat het in artikel 47, eerste lid, bedoelde verbod niet van toepassing is op schuldbemiddeling: a. om niet; b. door gemeenten, gemeentelijke kredietbanken of andere door gemeenten gehouden instellingen, die zich krachtens hun doelstelling met schuldbemiddeling bezighouden; c. door advocaten, curatoren en bewindvoerders ingevolge de Faillissementswet aangesteld, notarissen, deurwaarders, registeraccountants en accountants-administratieconsulenten; d. door natuurlijke personen of rechtspersonen, dan wel categorieën daarvan, aan te wijzen bij algemene maatregel van bestuur.


WSNP aanvraag
Artikel 48 Wck moet ervoor waken dat niet iedereen met ‘Economie 1 en 2’ in zijn vakkenpakket het bordje ‘schuldbemiddelaar’ in zijn tuin mag plaatsen. Toch zijn er zo nu en dan nog steeds organisaties met ‘goedbedoelde initiatieven’ die hun vingers hebben gebrand na een bezoek van de FIOD/ECD. Consumenten dienen erop bedacht te zijn dat wanneer er sprake is van problematische schulden, zij een beroep doen op een organisatie die ook gerechtigd is schuldhulpverlening te mogen uitvoeren. Indien bemiddeling niet geleid heeft tot betalingsakkoorden met schuldeisers, kan dan alsnog op rechtmatige wijze een verzoek om een wettelijke schuldsanering worden gedaan (WSNP). Immers, indien de schuldbemiddeling niet door een organisatie, als bedoeld in artikel 48 Wck is gedaan, wordt het verzoek om toelating tot een wettelijke regeling verplicht afgewezen. Een recent arrest van het Gerechtshof te Arnhem heeft dit nog onderstreept (Gerechtshof Arnhem 10 april 2008 zaak 200.001.908, LJN BD3935). Op 15 juli 2008 heeft Rechtbank Maastricht het arrest nog een keer aangehaald in haar vonnis in een zaak die de landelijke media haalde (Rechtbank Maastricht127072 / ft-rk 08.175, LJN BD8244)


Bewindvoerder WSNP en schuldbemiddeling
Waarom bovenstaand exposé? Nu het aantal benoemingen in wettelijke schuldsaneringsregelingen met 40% is afgenomen, zijn veel bewindvoerders WSNP hun verdere mogelijkheden aan het verkennen. Bestudering van de wet leert dat ook zij zich mogen scharen onder de beroepsgroep zoals deze wordt genoemd in artikel 48  eerste lid onder c.
Helaas is het nu nog zo dat niet iedere bewindvoerder zijn ‘verborgen talenten’ kan laten zien nu hij of zij is gehouden aan onder meer punt 1.8 van de kwaliteitsnormen (versie II, juni 2008) die de Raad voor Rechtsbijstand hem of haar oplegt. Dit punt “strijdige werkzaamheden” geeft het volgende aan:“Het is de organisatie niet toegestaan als kernactiviteiten werkzaamheden uit te voeren, die worden verricht door deurwaarderskantoren, incassobureaus of organisaties die schuldhulpverlening en/of budgetbeheer uitvoeren waarbij de klant betaalt (tenzij er een FIOD/ECD-rapport voorligt waaruit “geen bezwaar”blijkt).”
Veel bewindvoerders zijn namelijk werkzaam binnen organisaties die naast wettelijke schuldsaneringen ook schuldhulpverlening doen.
In deze tijd van wachtlijsten, ambtelijke molens en verdere positieverslechtering van consumenten is het de hoogste tijd een “letterlijke punt” te zetten achter het woord ‘incassobureaus’ in voornoemde  kwaliteitsnorm.


V.T. Raats
Over de auteur:
Sinds 2002 actief als Bewindvoerder WSNP/Curator bij Modus Vivendi Wettelijk Traject B.V.
 
Advertisement
Template creation and website implementation by One-Company Interactieve Communicatie, Industrieweg 18, 4051 BW Ochten, Nederland. Telefoon: 0344-641040