Interview met mevrouw C.A. Ortega, lid Tweede Kamer Christen Unie (CU) Afdrukken E-mail
maandag 28 april 2008

 

Sparen, dàn kopen!

 

De ChristenUnie heeft een lange historie van inspanningen met het op de kaart krijgen van  schuldhulpverlening in het algemeen en particuliere schuldhulpverlening in het bijzonder. Schuldhulpverlening mag zich al vanaf aanvang van de huidige regering, waar de ChristenUnie deel van uitmaakt, verheugen in warme belangstelling èn constructieve inspanningen voor verbetering en professionalisering. Alleszins reden voor een gesprek met Tweede-Kamerlid mevrouw C.A. Ortega die de portefeuille “Sociale Zaken en Werkgelegenheid”, waaronder  “schuldhulpverlening” valt, onder zich heeft:


“Gericht armoedebeleid, in samenwerking met gemeenten, is een belangrijke drijfveer van deze regering. Schuldhulpverlening is daarbij een instrument waarbij praktische aanpak kan leiden tot oplossing van armoedeproblematiek.”

 

De overheid en problematische schulden

 

Het bestaan van wachtlijsten is bij schuldhulpverlening vanzelfsprekend ongewenst. Het is mij opgevallen dat juist wanneer het zolang duurt voordat mensen opgenomen worden in een schuldhulp-traject de schulden alleen maar groter worden. Dat kan niet, iedere dag telt voor schuldeisers. Op het moment dat iemand aan de bel trekt met de mededeling: “ik heb schulden”, dan moet ook meteen gereageerd worden. In geval van wachtlijst problematiek bij schuldhulpverlening sta ik zeer positief tegenover de verplichte doorverwijzing naar andere gecertificeerde schuldhulpverleningsorganisaties. We moeten daarbij wel goed kijken hoe we dat wettelijk gaan regelen vanwege de interventie in de gemeentelijke autonomie. Dat zie ik echter als een probleem waar middels overleg tot een oplossing kan worden gekomen.

 

Binnen schuldhulpverlening zie ik als eigen verantwoordelijkheid van mensen dat zij zelf een intensieve bijdrage leveren aan de oplossing van hun probleem. Je moet kijken op welke wijze de eigen verantwoordelijkheid van mensen bevorderd kan worden. Passief afwachten met de handen over elkaar kan er niet bij zijn. Er dient daarbij een balans te zijn tussen autonomie van de gemeente en de eigen verantwoordelijkheid van mensen. Onze taak is de mensen pro-actiever te maken.
 
Tariefstellingen voor schuldhulpverlening zie ik vanuit de centrale overheid niet ontstaan. Het is ook medeafhankelijk van de manier waarop gemeenten met schuldhulpverlening zullen omgaan. Zullen zij dit gaan doen door aanbesteding of creëren zij daar andere oplossingen voor? Natuurlijk zullen in geval van aanbesteding tarieven ontstaan gebaseerd op kwaliteit/prijsverhoudingen. De overheid zal dan wel moeten gaan beslissen; òf marktwerking, en dan moet je het vrijlaten, òf streng toezicht op voorkomen van commercialisering, en dan zou je bijvoorbeeld kunnen denken aan een maximum tarief.

 

Mij bereiken geen signalen dat, als gevolg van de nieuwe WSNP per 1 januari, er nu wachtlijsten zouden ontstaan of langer zouden worden. Wij moeten dat afwachten.

 

Ik zie nog geen overeenkomsten tussen aanbesteding van thuiszorg en aanbesteding van schuldhulpverlening. De grootte van de markt, naast het instrument van de indicatie, speelt in dit verschil een belangrijke rol. Bij de schuldhulpverlening moeten wij er vanuit gaan dat het instrument van de aanbesteding zal leiden tot duidelijke criteria ten aanzien van de wijze waarop schuldhulpverlening dient plaats te vinden.
Vanuit de fractie hebben wij wel altijd duidelijk de  aandacht gevraagd voor een aantal noodzakelijke onderdelen in de schuldhulpverlening, zoals de preventie en de omgang met het probleem van de draaideurklanten. 

 

Schuldeisers en problematische schulden

 

Schuldeisers en de wijze waarop zij leningen verstrekken, heeft de aandacht van de politiek.De financierders die leningen verstrekken tegen woekerrente, weliswaar waarschijnlijk klein in aantal en dan nog slechts voor kleine bedragen, zijn in het vizier van de overheid. Niettemin kan de verstrekking van leningen niet slechts zelfstandig gezien worden, het is een èn-èn-verhaal: De prikkels om te lenen moeten we proberen weg te nemen en bij mensen die lenen moet hun verantwoordelijkheid onder de aandacht gebracht worden.
Europese verdragen op het gebied van leenreclame verzetten zich tegen reclameverboden, maar het tonen van waarschuwingen op gelijke wijze als bij sigaretten kan weer wel. De doelstelling dient wel te zijn hoe wij het aangaan van leningen ontmoedigen. Daarnaast dienen de financiers aangesproken te worden op een kritischer verstrekking van leningen. Als je een hypotheek verstrekt aan een jong echtpaar, gebaseerd op beider inkomen, dan is het legitiem te vragen naar de voornemens op het gebied van gezinsuitbreiding. Vraag als bank hoe het jonge echtpaar van plan is het fulltime werken te combineren met de gezinsuitbreiding of hoe zij de zorg voor kinderen willen gaan organiseren. De banken lijken dit nu ook op te pikken en kritischer te worden. Dat heeft dus zijn effect.
Op het moment dat ondanks ontmoedigende maatregelen van de overheid mensen toch hun weg zoeken naar andere financierders (obscure financierders of lenen bij familie) dan komt ook de factor gedrag en gedragsverandering aan de oppervlakte. Wij hebben bij de staatssecretaris aangedrongen op overleg met marktpartijen om een meer op de persoon toegesneden advies  of registratie op te zetten bij het BKR. Er zijn verschillende redenen waarom iemand in de schulden terecht kan komen. Zijn bedrijf kan op de fles zijn gegaan of er is sprake van een plotselinge inkomensverandering, maar ook evidente overbesteding of onverantwoorde bestedingen kunnen een reden zijn.  Daarnaast kan ook de manier van het doorlopen van het schuldtraject sterk variëren van een actieve participatie tot een passieve doorloop. Afhankelijk van de ontstaansredenen en het verloop van het traject zal de een het korter nodig hebben om geregistreerd te staan voor zijn schulden dan de ander, bij wie registratie juist preventief kan werken. De registratie moet geen belemmering worden voor de goeden en toch een bescherming voor de zwakkeren. Ik heb helaas gemerkt dat voor deze individuele verklaring van “goed (betaal-)gedrag” nog weinig draagvlak is.

 

Daarnaast moet worden gezegd dat ik persoonlijk het voorstel van het kabinet om roodstaan voortaan onder de kredietregels van de Wet op het Financieel Toezicht te laten vallen, te ver doorgevoerd vind; juist de roodstand van de betaalrekening is een onderdeel van kredietbeheer waar de banken erg strak op zitten, zo is mijn indruk. Aanzuivering van het bedrag binnen 3 maanden en het binnenkomen van inkomen op de rekening is voor de bank al voldoende. Vergeet niet dat een maand slechts één maand is! Een keer een jaarrekening van de elektriciteit en je staat geregistreerd; dat gaat te ver! Mensen hebben ook een eigen verantwoordelijkheid en wij moeten daarin reëel zijn. Roodstand is tenslotte ook bedoeld als een instrument voor onvoorziene afschrijvingen. Ik heb liever dat oplegging van kredietregels voorkomen wordt in geval van aanzuivering van roodstanden in combinatie met het  voorkomen van herhaling binnen een bepaalde periode.


Schuldenaren en problematische schulden

 

Ik weet niet of er een directe relatie is tussen reclame en bestedingsgedrag van jongeren. Ik zie wel een directe relatie met twee anderen factoren: groepsgedrag en spaarzin.
Als je vraagt bij kinderen naar hun wensenlijstje voor hun verjaardag dan is het prijskaartje dat hangt aan het antwoord veelzeggend; enerzijds het besef van geld en anderzijds voor de mate waarin hen spaarzin wordt bijgebracht. Bij sommige wenslijstjes vraag je je af: “hoe is dit mogelijk?” Het is jammer dat minister Bos geen reden zag om het zilvervloot-sparen opnieuw leven in te blazen. Dat er destijds een reden was om het af te schaffen wil niet zeggen dat er nu geen reden zou zijn om het weer opnieuw te introduceren. Ook kinderen verleggen hun grenzen op het gebied van uitgeven en kopen. Als hen niet is bijgebracht wat “duur” is en zij worden financieel zelfstandig dan gaan zij op dezelfde manier door met hun bestedingsgedrag; merkkleren toèn, merkkleren nù. De gevolgen laten zich raden. Ik zie hier dus ook heel duidelijk een rol van de ouders.
Het groepsgedrag is heel dominant ook op het gebied van mobieltjes. De roulatie van mobieltjes is enorm.
De scholen zouden, zonder dat de overheid daarin voorschriften maakt, meer aandacht kunnen besteden aan financieel verantwoord gedrag. Zij kunnen koopgedrag bespreekbaar maken. In sommige problematische schuldsituaties zie je wel 6 (!) verschillende telefoon providers. Kennelijk vindt ook bij degenen die de abonnementen verkopen onvoldoende toetsing plaats van degene met wie zij een verbintenis aangaan.

 

Als je je realiseert dat tegenwoordig via internet en downloads allerlei verplichtingen “opgelopen” kunnen worden in de vorm van een abonnement of een overeenkomst en dat daarnaast zelfs voor volwassenen dit soms tot onduidelijke of onbedoelde verplichtingen leidt dan moet je constateren dat “de kleine lettertjes groter moeten”, dus ècht zìchtbaar en met de nadrukkelijke bedoeling dat ze gelezen worden.

 

Ik maak mij op dit moment zorgen over de mensen die worden afgewezen bij de rechtbanken als zij een beroep doen op de WSNP. Als de rechtbank, zoals nu, streng is op het uitgavengedrag van mensen en een toelating tot de WSNP afwijst dan zijn de oplossingen beperkt. Je kan wel opnieuw het minnelijk traject doorlopen, maar als er crediteuren zijn die het hele proces frustreren dan kan je nog steeds niets. Er is op dit moment geen oplossing voor deze groep mensen. Ik vind dat als iemand in een traject zit dan moet er een rem gezet worden op de incassokosten; Punt.


 
Schuldhulpverleners en problematische schulden

 

Schuldhulpverlening heeft een historie van een tweestromenland, GKB's en niet-GKB's. Het moet samenkomen tot één rivier. Dat is op dit moment nog niet helemaal aan de hand. Het is belangrijk als NVVK eendrachtigheid en gelijkwaardigheid uit te stralen. Voorafgaand aan toelating stel je als vereniging tenslotte bepaalde eisen aan je leden. Het zal de sterkte van de NVVK naar buiten toe, als overkoepelende organisatie,  ten goede komen. De NVVK zou bijvoorbeeld wat actiever kunnen promoten dat als bepaalde leden problemen hebben met onderdelen van de schuldhulpverlening (bijvoorbeeld wachtlijsten) dat zij doorverwijzen naar die of die collega-hulpverlener.

 

Voor mensen dient duidelijkheid te bestaan over tot wie zij zich wenden voor hun schulden, wie hen vertegenwoordigt en waar zij terecht kunnen met eventuele klachten. Er moet een beroepsgroep ontstaan die aangesproken kan worden op de kwaliteit van haar werkzaamheden, georganiseerd op een manier dat mensen er terecht kunnen met hun klachten en waar afdoende toezicht zal plaatsvinden. Op het moment dat wij praten over certificering, over een beroepsgroep, en op het moment dat wij praten, toch ook, over een stukje marktwerking dan moet je ook de particuliere schuldhulpverleners regelen. Ik versta daar overigens iets anders onder dan commerciële schuldhulpverleners want dan gaan we ongewenste dingen zien. Er moeten duidelijke en scherpe criteria zijn voor de wijze waarop zij georganiseerd zijn, bijvoorbeeld middels een stichtingsvorm of als organisaties die handelen uit een bepaalde levensovertuiging.

 

Ook de juridische randvoorwaarden voor schuldhulpverlening moeten geoptimaliseerd worden. Op dit moment kunnen bijvoorbeeld deurwaarders beslag leggen op bepaalde budgetrekeningen die geopend worden voor mensen met schulden. Op deze rekeningen wordt gedurende de periode van het  schuldhulptraject gespaard voor alle crediteuren. Als deze rekeningen, conform de richtlijnen van de Nederlandse Bank, kennelijk niet mogen vallen onder een stichting derdengelden ter bescherming tegen beslag, dan ben ik er voorstander van deze rekeningen te vrijwaren van beslag als afgescheiden vermogen, op dezelfde manier als boedelrekeningen in de WSNP en faillissement.

 

Al het bovenstaande gezegd zijnde zou mijn advies, aan bijvoorbeeld tweeverdieners zijn, om zoveel mogelijk altijd uit te gaan van één salaris en niet van twee salarissen. In zijn algemeenheid echter is het beste advies aan mensen die nieuwe financiële verplichtingen willen aangaan: “Sparen, dàn kopen!”

 


I.P. Van Rossen
Over de auteur:

Directeur van Modus Vivendi Wettelijk Traject B.V.

Sinds 1995 actief binnen schuldhulpverlening in minnelijk en wettelijk traject.

 
Advertisement
Template creation and website implementation by One-Company Interactieve Communicatie, Industrieweg 18, 4051 BW Ochten, Nederland. Telefoon: 0344-641040