Met twee maten meten PDF Afdrukken E-mail
woensdag 18 november 2009


Niet voor beslag vatbaar

Uit een recent onderzoek van het Nibud is gebleken dat vier op de tien huishoudens financieel moeilijk tot zeer moeilijk kan rondkomen. Een toenemend aantal huishoudens zullen in de toekomst dan ook te maken krijgen met de beslagvrije voet. Dit betreft het deel van het inkomen dat niet vatbaar is voor beslag. De hoogte van de beslagvrije voet is afhankelijk van de huishoudsituatie en de leeftijd. Op grond van  artikel 475d  lid 1 sub a Rv heeft een huishouden met schulden, in geval van beslag op het inkomen, recht op 90 procent van de geldende bijstandsnorm. Vervolgens wordt dit bedrag op grond van artikel 475d lid 5 Rv verhoogd met bedragen gelijk aan de premie voor de zorgverzekering en de woonkosten (waarop de geldende normbedragen  en de van rechtswege toegekende tegemoetkomingen in mindering zijn gebracht).

Een goed begin, het halve werk

Op het belang van een correcte vaststelling van de beslagvrije voet (en daarmee het vrij te laten bedrag) heeft  bij de werkgroep van Recofa, in het kader van de wettelijke schuldsanering, altijd gepoogd de nadruk te leggen. Kort na de invoering van de WSNP werd duidelijk dat  ondanks de gedetailleerde wettelijke bepalingen het verre van duidelijk was hoe de beslagvrije voet berekend moest worden. Gevolg was rechtsongelijkheid, onduidelijkheid bij betrokken instanties (schuldhulpverleners, bewindvoerders, kredietbanken) en tijdrovende berekeningen. Op de studiedag van 22 mei 2000 werd door alle rechtbanken uitgesproken dat bovenstaande situatie onwenselijk is en dat landelijk voor eenzelfde, eenduidige aanpak gekozen zou moeten worden. Een inventarisatie van de (vele uiteenlopende) meningen leverde op dat een dergelijk aanpak gebaseerd zou moeten zijn op het wettelijk systeem van artikel 475d Rv. en zo mogelijk zou moeten aansluiten op de berekeningsmethode van de NVVK (Nederlandse Vereniging van Kredietbanken).


‘Drietrapsraket’

De beslagvrije voet betreft in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) het fundament voor de berekening van het Vrij te laten bedrag (VTLB). Gedurende het wettelijk regime komt de schuldenaar naast een ‘standaard verhoging’ als bedoeld in artikel 475d lid 5 Rv in aanmerking voor een reserveringstoeslag van 5 procent van de bijstandsnorm. Tot slot kan de schuldenaar nog eens in aanmerking komen voor een arbeidstoeslag (nominaal bedrag) van 5 procent van de bijstandsnorm. Voor deze ‘stimulans’ komt de schuldenaar in aanmerking zodra hij voor tenminste 18 uur per week inkomen voor zijn crediteuren genereert middels een bezoldigde betrekking (3.2 Recofa vtlb-rapport januari 2009).

De wetgever
De wetgever is van menig dat men tenminste recht heeft op behoud van een minimaal inkomen. Ook indien er sprake is van een insolventiesituatie. Immers, zonder deze ‘beschermde maatregel’ zou iemand letterlijk geen inkomen meer overhouden. In een situatie waarin een vordering uit handen wordt gegeven aan een deurwaarder stelt laatstgenoemde de hoogte van de beslagvrije voet vast. Op grond daarvan wordt het loonbeslag of het overeengekomen terugbetalingsvoorstel geëffectueerd. Maar wat nu als de deurwaarder een onjuiste (lees: te lage) beslagvrije voet berekent?


Recofa versus KBvG

Zowel Recofa als de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders maken het voor eenieder mogelijk om via het internet een berekening te maken van respectievelijk het vrij te laten bedrag en de beslagvrije voet.
In het kader van de WSNP heeft de Raad voor Rechtsbijstand een ‘VTLB-calculator’ ontwikkeld, welke is opgesteld op basis van de bevindingen van de Werkgroep Rekenmethode VTLB van Recofa. Op vrijwel alle websites van gerechtsdeurwaarders wordt middels een hyperlink naar de website van de KBvG de ‘rekenmodule beslagvrije voet’ aangeboden. Voor diegenen die de rekenmodule niet hanteert, biedt de KBvG een overzicht aan van de halfjaarlijks geïndexeerde beslagvrije voet.


Proef op de som


Echtpaar Jansen heeft twee minderjarige kinderen en is aangewezen op een bijstandsuitkering krachtens de Wwb. De fiscus komt het gezin tegemoet in de woonkosten van € 538,34 en de premie voor de zorgverzekering van € 220,00 door het toekennen van huur- en zorgtoeslag (resp. € 276,00 en € 122,00). Invoer van voornoemde gegevens in zowel de vtlb-calculator van Recofa (versie 1.5.1) als de rekenmodule van de KBvG resulteren in een berekening van de beslagvrije voet inclusief vakantietoeslag (na verhoging krachtens 475d lid 5 Rv) van respectievelijk € 1253,83 en € 1183,56. Een verschil van maar liefst € 70,27.
Bestudering van beide berekeningen leert dat de woonkosten in de rekenmodule van de KBvG  op voorhand gecorrigeerd moeten worden ingevuld. De KBvG gaat uit van de voor rekening van de schuldenaar komende maandelijkse woonkosten verminderd met ontvangen huurtoeslag of woonkostentoeslag, voor zover de woonkosten, na deze vermindering, meer bedragen dan het bedrag, genoemd in artikel 17, tweede lid, van de Wet op de huurtoeslag, met dien verstande dat de verhoging van de beslagvrije voet niet meer bedraagt dan het huurtoeslagbedrag waarop de schuldenaar, uitgaande van de laagste inkomenscategorie, krachtens artikel 21 van de Wet op de huurtoeslag ten hoogste aanspraak heeft.
Echter, vervolgens blijkt dat de rekenmodule het verschil van de gecorrigeerde woonkosten en de minimale normhuur ad € 192,32 onjuist berekent en tot slot corrigeert tot een bedrag van
€ 0,00. De vtlb-calculator daarentegen corrigeert de familie Jansen wel voor de woonkosten.


Adequaat vaststellen van de beslagvrije voet


Zowel deurwaarders als voorlichtingsorganisaties benadrukken het belang van adequate opgave van (inkomens)gegevens en gezinssamenstelling. Halvering van de beslagvrije voet wegens het niet voldoen aan de informatieplicht involge art. 475g, tweede lid, Rv is toegestaan zolang de schuldenaar niet aan de beslaglegger opgeeft of en hoeveel inkomen toekomt aan de andere echtgenoot. Let wel, de halvering is slechts mogelijk indien er sprake is van een gezinssituatie waarvan de beslaglegger een redelijk vermoeden moet hebben. Halvering van de beslagvrije voet blijft eveneens uit wanneer de schuldenaar wel de inkomsten van de partner opgeeft maar niet van zichzelf. Indien de beslagvrije voet is vastgesteld en nadien wijzigingen in de omstandigheden optreden waarop de beslagvrije voet is gebaseerd (bijvoorbeeld doordat een alleenstaande gaat samenwonen, de inkomsten van de partner wegvallen, enz.), dan is de beslaglegger verplicht daarmee onverwijld rekening te houden (art. 475d, zevende lid, Rv). De wet spreekt niet met zoveel woorden uit wie het initiatief neemt, indien er sprake is van een omstandigheid die kan leiden tot een wijziging van de beslagvrije voet. In het algemeen zal dat de schuldenaar zijn; deze is immers het best op de hoogte van zijn eigen situatie. Er wordt vanuit gegaan dat de beslaglegger niet eigener beweging, doch slechts na aanwijzing door de schuldenaar in actie behoeft te komen. Het tegendeel zou namelijk betekenen dat de beslaglegger bij wijziging van met name de WWB-normbedragen en de bedragen in de Huursubsidiewet alle gelegde beslagen moet aanpassen. Dit zou onevenredig veel tijd en kosten vergen. Geadviseerd wordt derhalve om in het reguliere debiteurenheronderzoek de beslaghoogte integraal te bezien en zo nodig bij te stellen.
 
“Mensen met schulden in de knel”

Op 11 maart 2008 verscheen het rapport “Mensen met schulden in de knel” van de
Landelijke Organisatie van Sociaal Raadslieden (LOSR).(12 Kamerstukken II 2007–2008, 24 515, nr. 138, p. 3-4. ) Kort daarop heeft de KBvG onder meer gereageerd op enkele aanbevelingen. Eén daarvan was; ‘deurwaarders moeten de beslagvrije voet van lopende beslagen beter bewaken en – bij wijziging van de bijstandsnorm – de nieuwe beslagvrije voet doorgeven aan de derde-beslagene.’ Een tweede aanbeveling luidde; ‘leg in de wet vast dat als de beslagvrije voet te laag is vastgesteld, de deurwaarder deze met terugwerkende kracht van maximaal één jaar moet aanpassen.’
Op de eerstgenoemde aanbevelingen reageerde de KBvG dat zij het met deze aanbeveling eens was. ‘De KBvG is zich bewust van het feit dat bij het vaststellen van de beslagvrije voet fouten – menselijke fouten – worden gemaakt. Het is een continu proces van een zo optimaal mogelijk contact tussen derde-beslagene en beslaglegger. Overigens betekent dit ook dat schuldenaren de gerechtsdeurwaarder actief dienen te informeren over wijzigingen in hun inkomen.’ Op de tweedegenoemde aanbeveling reageerde de KBvG dat artikel 475d Burgerlijke Rechtsvordering reeds duidelijk was op dat punt. ‘Ook heeft de tuchtrechter zich hier reeds over uitgesproken. Terugwerkende kracht moet worden toegepast. De KBvG zal zich overigens positief uitlaten over een mogelijke maximalisering van de termijn van de terugwerkende kracht. Dat is nu niet het geval.’


VTLB = geen beslagvrije voet


Ten onrechte wordt het ‘vrij te laten bedrag’ en de ‘beslagvrije voet’ als gelijk gezien. Zelfs de online vrije encyclopedie Wikipedia stelt dat de beslagvrije voet in het kade van de WSNP ook wel het VTLB wordt genoemd. In de praktijk worden schuldenaren in de WSNP dankzij een reserveringstoeslag en (indien van toepassing) verhoging met een nominaal bedrag ‘minder zwaar’ getroffen als het (door der bewindvoerder voorgerekende) vrij te laten bedrag onjuist door de rechter-commissaris wordt vastgesteld. De getroffen schuldenaar bij wie de beslagvrije voet door de deurwaarder te laag is vastgesteld, balanceert feitelijk op de rand van overleven of ten onder gaan.

Klacht gegrond     

In het licht van voornoemde is het temeer van belang dat schuldenaren er zelf op toe moeten zien dat de hoogte van hun beslagvrije voet op juiste wijze wordt voorgerekend door de deurwaarder. Geregeld wordt een deurwaarder door de Kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam ‘teruggefloten’ omdat hij weigerachtig blijft de beslagvrije voet (met terugwerkende kracht) aan te passen op grond van de door de schuldenaar aangegeven wijzigingen in de inkomens- en leefsituatie (Beschikking van 7 juli 2009 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer  516.2008 / Beschikking van 2 juni 2009 zoals bedoeld in artikel 43, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer 429.2008).


V.T. Raats
Over de auteur:
Sinds 2002 actief als Bewindvoerder WSNP/Curator bij Modus Vivendi Wettelijk Traject B.V.
 
Advertisement
Template creation and website implementation by One-Company Interactieve Communicatie, Industrieweg 18, 4051 BW Ochten, Nederland. Telefoon: 0344-641040