I'll be back Afdrukken E-mail
woensdag 20 oktober 2010

De ondergang
Op dinsdag 19 oktober jl. om 09:00 uur was het precies één jaar geleden dat de Amsterdamse Rechtbank het faillissement van de DSB-bank uitsprak en Dirk Scheringa zijn bank ten onder zag gaan. De dag vóór het weekend waarna het faillissement een feit werd  gaf de Rechtbank DSB nog gelegenheid om tot overeenstemming te komen met een Amerikaanse overnamekandidaat. Echter, na dat roerige weekend concludeerde de Rechtbank op grond van de berichtgeving vanuit het bestuur van DSB en bevindingen van de bewindvoerders dat onderhandelingen met de Amerikaanse overnamekandidaat niet zijn geslaagd. De Rechtbank achtte tevens 'plan B' niet levensvatbaar daar op dat moment vereiste overheidssteun en de vereiste medewerking van De Nederlandsche Bank (DNB) niet werden toegezegd.
Toenmalig minister Wouter Bos van Financiën werd om 100 miljoen euro steun gevraagd. Samen met 100 miljoen euro door de omzetting van spaartegoeden van DSB-klanten met een achtergestelde deposito zou de bank volgens de DSB-directie een doorstart kunnen maken.

Nout in de fout
Na ongeveer acht maanden na de val van de DSB-bank  erkende Nout Wellink, president van DNB dat er fouten gemaakt zijn bij de vergunningverlening aan DSB Bank en het toezicht op de bank. In een onderzoek naar het faillissement van DSB stelde een commissie onder leiding van professor Michiel Scheltema dat de bank in 2005 nooit een vergunning had mogen krijgen. Tevens zou DNB volgens Steltema niet daadkrachtig genoeg hebben opgetreden toen de DSB-Bank in nood verkeerde.
Na een tijd van stilte aan de zijde van Scheringa werd de Nederlandse bankwereld begin september van dit jaar opnieuw opgeschrikt door twee berichten, te weten dat Scheringa was gevraagd als topman bij een internetbank en dat hij voornemens was aangifte te doen tegen DNB en diens president Nout Wellink. Hij beschuldigt laatstgenoemde ervan een deal te hebben gesloten met AFM-voorzitter Hans Hoogervorst en  wegens het lekken naar de pers over de aanvraag van een noodregeling, hetgeen leidde tot een bankrun. Scheringa stelt dat DNB een geheimhoudingsplicht heeft geschonden. Scheringa spreekt van een pact dat in 2008 zou zijn gesloten om hem en zijn bank kapot te maken.

Samen uit, samen thuis
Op 19 oktober jl. was het dan zover. Scheringa deed niet alleen aangifte tegen Nout Wellink, maar tevens richt zich tegen de voormalig DSB-directeuren Henk Brouwer, Lex Hoogduin en Joanne Kellerman. Scheringa blijft bij zijn standpunt dat DNB geen maatregelen genomen om de aanvraag van de noodmaatregel geheim te houden.
Daardoor waren er op de dag voordat het faillissement van de DSB-Bank zou worden uitgesproken, honderden mensen binnen DNB van de aanvraag op de hoogte, die dat niet behoorden te zijn. 'Onderzoek van de rijksrecherche eind vorig jaar wees uit dat tussen de 450 en 500 personen op de hoogte waren van de aanstaande aanvraag van de noodregeling. Scheringa  stelt daarmee de schending van de geheimhoudingsplicht bewezen.

Plan de campagne
De twee curatoren, Rutger Schimmelpenninck en Ben Knüppe, welke tijdens het uitspreken van het faillissement werden benoemd, hebben onlangs aangegeven een onderzoek te zullen instellen naar alle veertien bestuurders en commissarissen die in de vijf jaar voorafgaand aan het faillissement van de DSB-bank werkzaam waren. Dit onderzoek moet uitwijzen of duidelijk worden of deze toenmalige topbestuurders van de bank, aansprakelijk kunnen worden gesteld voor het faillissement. Op de vraag hoe dit onderzoek in zijn werk zal gaan antwoordde Schimmelpenninck in een interview met het Financiële Dagblad dat er een dataroom is ingericht waarin alle interne documenten voorkomen die voor het onderzoek gebruikt worden, zoals de notulen van de raad van bestuur en de raad van commissarissen. Er wordt van start gegaan met een feitenonderzoek en wordt  een chronologie opgesteld. Schimmelpenninck legt uit dat een faillissement altijd een mix is van interne- en externe omstandigheden. Hoe is er geanticipeerd op bepaalde ontwikkelingen. Hoe is daar op gereageerd? Hoe hebben de verschillende organen binnen DSB gefunctioneerd? Hoe werkten ze ten opzichte van elkaar?

Weersverwaching
Schimmelpenninck verwacht dat de oud-bestuurders en commissarissen van de
DSB-bank wel zullen meewerken. Hij legt uit dat ze in alle rust hun verhaal kwijt kunnen . Dat wordt vastgelegd op papier en daarop kunnen ze weer reageren. Dit in tegenstelling tot hoe het bij de rechter zou gaan. Daar wordt hun verhaal meteen vastgelegd in een proces-verbaal dat ze ter plekke moeten ondertekenen en waarop ze niet meer kunnen terugkomen.
Over de claims van gedupeerde vertelt Schimmelpenninck dat er tot op heden achtduizend claims en saneringsverzoeken binnengekomen op een totaal van 75.000 leningen. Van die achtduizend claims, hebben 1200 gedupeerden een inkomen- en lastenstaat ingevuld. Dat kunnen nog potentiële saneringsklanten worden. Tien procent van de klachten heeft betrekking op het verleden: van mensen die hun hypotheek of lening al hebben afbetaald, maar nu stellen dat ze te veel hebben betaald.



V.T. Raats
Over de auteur:
Sinds 2002 actief als Bewindvoerder WSNP/Curator bij Modus Vivendi Wettelijk Traject B.V.
 
Advertisement
Template creation and website implementation by One-Company Interactieve Communicatie, Industrieweg 18, 4051 BW Ochten, Nederland. Telefoon: 0344-641040