Schuldhulpverlening in de context van het moment Afdrukken E-mail
woensdag 20 oktober 2010

Schuldhulpverlening kon tot voor kort niet klagen over een gebrek aan belangstelling. De marginale plaats die het onderwerp schuldproblematiek, als sociaal taboe, in het verleden placht in te nemen was vervangen door een leven in de spotlights. Groeiende budgetten, structurele financiering en een op maat geschreven wetsontwerp: de koek kon niet op. De regering Balkenende IV heeft daaraan in niet onbelangrijke mate bijgedragen. De verwachting met Rutte I is dat die positieve aandacht zal versoberen. Sterker, het is niet heel pessimistisch om te veronderstellen dat de schuldhulpverlening te maken zal krijgen met een flink changement  voor wat betreft de bemoeienis en taken die de overheid voor zichzelf ziet met schuldhulpverlening. Naast de opvoering van de lopende kredietcrisis als aanleiding voor een mogelijk tanende (financiële) bemoeienis zal ook de kritischer kijk van de regering op de uitvoeringskwaliteit van de gemeentelijke schuldhulpverlening een gegeven zijn waar gemeenten mee geconfronteerd zullen worden. Het probleem is dat veel van de (kwaliteits) argumenten die aangevoerd zullen worden voor die versobering niet alleen maar afgedaan zullen kunnen worden als uitingen van een regering die kennelijk uit is op bezuinigingen en het op orde krijgen van het eigen huishoudboekje. Het trackrecord van de schuldhulpverlening in de afgelopen vijf jaar, los van alle daarin te maken nuances, is ondermaats geweest en de pogingen die gedaan zijn om dat vlot te trekken zijn uiteindelijk niet succesvol gebleken.
De schuldhulpverlening, en de NVVK als exponent daarvan, zal daardoor een periode tegemoet gaan waarin de optimistische benadering van de afgelopen vier jaar nu haar schaduwzijde zal laten zien. Deze schaduwzijde zal zijn dat juist ook in barre tijden de spotlights zich op haar zullen richten en dan zal de aandacht vooral kritisch van aard zijn. Alleen met een zelf-kritische, vernieuwende houding en een afwending van de oude methodieken (die brachten de schuldhulpverlening immers in haar huidige positie van ondermaats presteren) en zonder reflexieve uitleg van wat er allemaal (nog meer) zou ontberen om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren is de afloop van dat proces potentieel terminaal (zie ook : Youtube). Het is te hopen dat de schuldhulpverlening voldoende zelfreflectie heeft om zich dat te realiseren. Daarnaast is het te hopen dat zij het huidige moment zal aangrijpen voor uitvoering van een, misschien wel pijnlijke, maar ook zuiverende, catharsis.

Timing
Het blijft natuurlijk een vervelend gegeven dat wat op dit moment toch gekwalificeerd dient te worden als een identiteitscrisis in de schuldhulpverlening op geen slechter moment had kunnen komen: de wet gemeentelijke schuldhulpverlening stond nét op het punt van doorbreken, de certificering is nét een afgerond produkt, de omvang van de problematiek zelf staat nét op het punt van een excessieve doorbraak en de NVVK is nét nu, van alle te kiezen momenten, aan het navelstaren door de grote actoren binnen haar ledenbestand (te) protectionistische discussies te laten voeren die geen ander doel dienen dan juist het belang van alleen die actoren. Dat helpt zelfs deze actoren niet. Hoe komt het dat deze discussie momenteel zo aan de oppervlakte komt?

De wet gemeentelijke schuldhulpverlening
Op 21 januari jl. verzond de minister van Sociale Zaken het voorstel van wet naar de Tweede Kamer. Doelstelling van de wet was het wegnemen van een aantal problemen waar de gemeentelijke schuldhulpverlening op dit moment mee kampt (1). Daarnaast beoogde het wetsvoorstel een bodem te leggen voor het functioneren van de gemeentelijke schuldhulpverlening, met andere woorden, het definieert een minimaal niveau van wat geacht wordt aanvaardbare schuldhulpverlening te zijn. De Raad van State was in haar advies bij deze wet kritisch ten aanzien van de noodzaak van deze wet en constateerde dat de taken die in het voorstel zijn opgenomen nu reeds binnen bestaande regelgeving mogelijk zijn. De voorgestelde wet levert daarmee feitelijk geen aanvullende noodzaak voor de uitvoering van de schuldhulpverlening (niettegenstaande het feit dat het voor schuldenaren wel een inkadering oplevert van partijen en processen waarmee zij in hun contact met de gemeente te maken krijgen). Ook de VVD, de huidige grootste regeringspartij, was niet onverdeeld gelukkig met deze wet en sprak de vrees uit dat deze wet vooral symbolisch van aard zal zijn. (2) De positionering van de wet gemeentelijke schuldhulpverlening maakte een reflectie noodzakelijk.

De omgeving
Eigenlijk dient de conclusie getrokken te durven worden dat meer en meer partijen die (zij het wellicht op afstand) participeren in de discussie tot de conclusie komen dat de wet gemeentelijke schuldhulpverlening op een te vroeg moment komt. Zolang de schuldhulpverlening haar huis niet op orde heeft op veel fundamentele discussies van niet alleen bestuurlijke aard maar ook op het gebied van wat schuldbemiddeling en schuldhulpverlening nou feitelijk is, deze wet alleen een blok aan het been zal zijn omdat niemand weet wat hij er mee moet of kan. In de praktijk komen inmiddels de toch ook zeer zorgwekkende meldingen dat de uitvoer van de bestuurswerkzaamheden door ambtenaren in de schuldhulpverlening zich kenmerken door een wel zeer selectief wetstoepassing (Zoals het moet als het kan (proper rules), zoals het uitkomt als het helpt (smart rules) en zoals ik wil als het lukt (own rules)) (3)N. Jungmann, 2002)

Terug naar de basis?
Zelfs kan de vraag gesteld worden of in de opstelling van deze wet niet een belangrijk basisdiscussie heeft ontbroken die zich nu wreekt: de discussie over of schuldbemiddeling en/of schuldhulpverlening wel uitsluitend als overheidstaak gezien moet worden. Niet iedereen heeft immers het kinderlijk vertrouwen dat als je je zorgen bij de overheid legt het wel goed zal komen (zo min overigens als dat niet iedereen het kinderlijk vertrouwen heeft dat als je het de markt laat regelen het ook wel goed komt). In de huidige bestuurlijke en financiële constellatie is dat misschien toch een discussie die (nog eens) gevoerd moet worden. Want de (inmiddels recalcitrante) crediteuren hebben zich massaal afgewend van iedere constructieve medewerking aan het oplossen van schuldenproblematiek. Want eigenlijk is het enige wat zij willen (geloof het of niet): snel administratief afboeken en doorgaan. Maar dan natuurlijk wel volgens de regels van de (schuldbemiddelings-)kunst, maakt inmiddels niet uit hoe die luiden.
En de schuldenaren? Die lopen het risico rond te dobberen in een zee van opvattingen waarin onvoldoende stromingsrichting is en wat er toe kan leiden dat personen op verlaten stranden eindigen zonder zicht op redding.

Conclusie

De schuldenproblematiek bevindt zich in turbulente tijden waarin veel staat te gebeuren. Velen staan aan de poorten van de schuldbemiddeling en de schuldhulpverlening te rammelen en hebben daarbij hun eigen agenda. Het is te hopen dat de NVVK in staat is in deze stormachtige tijden haar rug recht te houden voor een agenda die recht doet aan álle partijen die te maken hebben met deze problematiek. Een koers die vaart op het belang van één partij zal het risico in zich dragen dat schipbreuk geleden zal worden. Een koers die vaart op kwaliteit, transparantie en het gewogen belang van de schuldenaar zal waarschijnlijk wel in een veilige haven aankomen.

1.Nader rapport inzake voorstel van wet “Gemeentelijke Schuldhulpverlening”. Docnr. R&P /RSA/2010/115.18 januari 2010

2.Verslag van bevindingen 12 maart 2010 Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.
3.N. Jungmann, "De WSNP: bedoelde en onbedoelde effecten op het minnelijk traject; 2002, Leiden University Press


I.P. Van Rossen
Over de auteur:

Directeur van Modus Vivendi Wettelijk Traject B.V.

Sinds 1995 actief binnen schuldhulpverlening in minnelijk en wettelijk traject.

 
Advertisement
Template creation and website implementation by One-Company Interactieve Communicatie, Industrieweg 18, 4051 BW Ochten, Nederland. Telefoon: 0344-641040