Omzetting faillissement in WSNP

In stijgende lijn
Op grond van artikel 15b eerste lid  Fw is er voor een gefailleerde de mogelijkheid om de Rechtbank te verzoeken zijn faillissement om te zetten in een schuldsaneringsregeling als bedoeld in titel III van de Faillissementswet. Middels deze omzetting is het voor personen mogelijk om, vanuit een faillissementssituatie, een beroep te kunnen doen op de WSNP om op die manier (alsnog) een schone lei trachten te verkrijgen. Voorwaarden voor omzetting naar de WSNP zijn in principe hetzelfde ten opzichte van een reguliere aanvraag WSNP middels een beroep op artikel 284 e.v. Fw. De reden waarom personen een beroep doen op artikel 15b kan tweeërlei zijn: de gefailleerde heeft, wegens hem niet toe te rekenen omstandigheden geen verzoekschrift ingediend tot toepassing van de WSNP òf het faillissement is uitgesproken op eigen aangifte van de schuldenaar. Met name vanwege de tweede reden zouden recentelijk in toenemende mate mensen een eigen aangifte van faillissement hebben gedaan teneinde op die manier in de WSNP te komen. Aanleiding voor deze “sluiproute” zou zijn gelegen in het feit dat de wachtlijsten voor het minnelijk traject, en daarmee voor de mogelijkheid om een WSNP aan te vragen, op dit moment te lang duren.

De feiten
De rechtbanken publiceren hun vonnissen met, indien relevant, melding van de grondslag van het vonnis. Omzetting van faillissement naar een schuldsaneringsregeling wordt om die reden dan ook expliciet gepubliceerd onder de titel: “uitspraken schuldsanering door omzetting faillissement”. Deze wijze van publicatie stelt in staat om een numeriek overzicht op te stellen voor het aantal omzettingen faillissement naar schuldsanering (zie Tabel I).

 Aantal omzettingen per maand2006 2007 2008 2009 
 jan56 59 39 41 
 febr6055 49 38 
 maart57 46 36 51 
 april35 49 31 35 
 mei62 57 30 44 
 juni53 36 52 52 
 juli33 48 45 48 
 augustus50 32 26  
 september53 35 35  
 oktober47 49 30  
 november57 35 57  
 december37 17 44  
Tabel I: Aantal omzettingen faillissement naar schuldsanering per maand

Bovenstaande tabel toont dat over de jaren 2006 tot en met 2009 het gemiddelde aantal omzettingen per maand van 50 in 2006 naar 39,5 in 2008 is afgenomen. In 2009 zien wij wel weer een toename in het aantal omzettingen naar 44,1.

Aangezien de omzettingen plaatsvinden op verzoek van gefailleerden zou verondersteld kunnen worden dat de periode die verstrijkt tussen het moment van aangifte van het faillissement en het verzoek om omzetting een zo kort mogelijke tijd behelst. Zeker gezien vanuit de veronderstelde motivatie voor de aangifte van het faillissment, namelijk de schuldsanering (alsnog) definitief van toepassing verklaard te krijgen. Hoewel de tijd tussen aangifte faillissement en vonnis van faillissement niet uit de officiele publicaties is te verkrijgen, geeft het moment van vonnis faillissement en het moment van omzetting naar schuldsanering wel nauwkeurige ijking van de duur die een persoon in staat van faillissement verkeerd voorafgaand aan de omzetting naar schuldsanering (Tabel II).

Duur faillissement
voorafgaand aan
omzetting faillissement
naar SSR
2006 2007 2008 2009 
 januari189 222 365 448 
 februari187 260 321 433 
 maart131 203 310 402 
 april165 233 378 295 
 mei57 275 344 345 
 juni129 242 308 488 
 juli144 285 344 403 
 augustus215 275 240 311 
 september256 239 437  
 oktober220 396 450  
 november234 294 377  
 december262 468 390  
Tabel II: Duur faillissement voorafgaand aan omzetting naar schuldsanering

Bovenstaande tabel levert de constatering dat over de jaren 2006 tot en met 2009 de gemiddelde duur van een faillissement is toegenomen van 182 dagen in 2006 naar 355 dagen in 2008. In 2009 zien wij een nog verder oplopen van de duur van een faillissement naar 390 dagen.

Discussie
Voordat de Rechtbank een verzoek tot omzetting faillissement in overweging neemt toetst zij op een aantal criteria. Veelal zullen deze criteria niet anders zijn ten opzichte van een regulier verzoek ex art. 284 e.v. Fw. De rechtbank kan wel, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, afwijken van de richtlijnen. Als handvat voor haar overwegingen publiceerde RECOFA richtlijnen voor schuldsaneringsregelingen. Bestudering van de Recofa-richtlijnen voor Schuldsaneringsregelingen van versie 2009 (1.4) en het procesreglement verzoekschriftprocedures insolventiezaken rechtbanken (eerste versie 2009) (3.2) leert dat het verzoek tot omzetting van faillissement in schuldsaneringsregeling ‘slechts’ op grond van het verslag en advies van curator kan worden gedaan. In het advies geeft de curator inzicht in de schuldpositie, de inkomsten, vaste lasten en persoonlijke omstandigheden van de gefailleerde. Vervolgens geeft hij zijn visie op de toepasselijkheid van de gronden aan die toelating tot de schuldsaneringsregeling al dan niet in de weg staan.
Daarnaast functioneert op dit moment de ‘landelijk uniforme beoordelingcriteria toelating schuldsaneringsregeling’ met, voor de overwegingen bij de omzetting van faillissement naar schuldsanering aandacht voor 5.4 bijlage IV van het procesreglement). Hierbij beoordeelt de Rechtbank of de schuldenaar wordt toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij wordt meegewogen; beheersing van de Nederlandse taal, verslavingsproblematiek en psychosociale problematiek. Een verzoek tot de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen indien er sprake is van schulden niet te goeder trouw en het ontbreken van een geldige verblijfsstatus of bron van inkomsten.

Oplopende verblijfsduur in het faillissement
De reden van een langer verblijf in het faillissement voorafgaande aan de toelating tot de schuldsaneringsregeling is onbekend. Is de reden ervan gelegen de praktische uitvoerig van de nieuwe Faillissementswet? Kunnen de Rechtbanken de aanvragen strekkende voorlopige voorziening, moratorium of dwangakkoord  ex art. 287 Fw moeilijk aan? Speelt de economische recessie en de daarmee gepaard gaande toename van bedrijfsfaillissementen hierin een rol? Is er sprake van een strenger ‘deurbeleid’ bij Rechtbanken, waarin strenger wordt gekeken naar de gedragingen van de gefailleerde ten tijde van het faillissement? Dat blijft allemaal speculatief.
Toch is het niet onredelijk om te veronderstellen dat de rechtbank het gebruik van de “sluiproute” willen ontmoedigen. Daarvoor is ook wel een goede reden te bedenken. het risico bestaat namelijk dat bij het gebruik van de sluiproute een adequaat minnelijk traject heeft ontbroken en dat daardoor toetsing door de Rechtbank van de saneringsrijpheid niet mogelijk is. Dat de gefailleerde niettemin saneringsrijp zou kunnen zijn is voor de curator, en daarmee voor zijn advies aan de rechtbank, alleen maar te achterhalen door het gedurende een bepaalde periode toetsen van de wijze waarop een failliet zijn of haar verplichtingen nakomt als ware er sprake van een schuldsaneringsregeling. Feitelijk is de rechtbank op dat moment bezig een voortraject schuldsaneringsregeling uit te voeren. Dat dit geen veronderstelde taak is van een rechtbank is duidelijk.
Ook van de zijde van schuldenaren zijn er redenen om deze route niet te bewandelen. De verlenging van de duur van het voorafgaande faillissement is voor de rechtbank, vanwege het onderzoek van de curator over de toepasselijkheid van de schuldsanering, absoluut noodzakelijk. Dat dit voor de schuldenaar uitermate vervelend is is daarbij een bijkomstigheid. De sluiproute boet daarmee niettemin enorm in aan effectiviteit. De doelstelling van de “sluiproute”, namelijk het omzeilen van de wachttijd voor het minnelijk traject, zal niet mogelijkerwijs niet bereikt worden. Het is daarmee voor de gefailleerde mogelijkerwijs een overweging om “gewoon” het minnelijk traject te doorlopen.
Daarnaast is het belangrijk voor de schuldenaar niet te vergeten dat de rechtbank, bij het bepalen van de duur van de WSNP, de verblijfsperiode in het faillissement niet altijd verdisconteert in haar vonnis. Immers, art 1.7 van RECOFA-richtlijn geeft aan dat verkorting van de wettelijke termijn kàn plaatsvinden als de gefailleerde tijdens zijn of haar faillissement het meerdere boven het in de schuldsaneringsregeling geldende vrij te laten bedrag heeft afgedragen aan de boedel. Dit is dus geen wettelijke recht waarop men zich kan beroepen.
Het belang van bovenstaande zal een schuldenaar voor zichzelf dienen af te wegen. De sluiproute van omzetting faillissement naar schuldsanering is namelijk niet altijd ook een kortere route.


V.T. Raats
Over de auteur:
Sinds 2002 actief als Bewindvoerder WSNP/Curator bij Modus Vivendi Wettelijk Traject B.V.
 
Advertisement
Template creation and website implementation by One-Company Interactieve Communicatie, Industrieweg 18, 4051 BW Ochten, Nederland. Telefoon: 0344-641040