Interview met mevrouw mr. H.D.L.M. Schruer Afdrukken E-mail
maandag 01 september 2008

"Er is een zoektocht naar krediet om de materiële behoeften te bevredigen"

 

De praktijk en theorie van de WSNP wordt gedragen door velen. Eén die daarin opvallend naar voren komt is mr. H.D.L.M. Schruer. Als lid van diverse adviescommissies bij de introductie en evaluatie van de WSNP, waarbij niet onvermeld dient te blijven de adviescommissie Schone Lei II, bouwde zij een kennis en expertise over de WSNP op die door weinigen geëvenaard is. Daarnaast vertegenwoordigde zij veelvuldig diverse schuldenaren in hun weg naar verkrijging van een (dwang-)akkoord, toegang WSNP of verkrijging schone lei waardoor zij ook diverse weigerachtige crediteuren kon overtuigen van de kennelijke onredelijkheid die kan bestaan bij het invorderen van een schuld. Baanbrekend was de door mr. H.D.L.M. Schruer, als één van de eerste, gevoerde procedure ter verkrijging van een dwangakkoord binnen de nieuwe WSNP. Dit leidde tot bevel aan de crediteur vanuit de rechtbank tot medewerking aan het aangeboden akkoord met de bijbehorende kostenveroordeling. Dit vonnis overtuigde velen van de werkzaamheid van de nieuwe WSNP. Alle reden dus om de visie van deze advocate, die van aanpakken weet, te vernemen over de schuldenproblematiek in Nederland. Mevrouw mr. H.D.L.M. Schruer publiceert op haar eigen weblog Observatrix.

 

Historie

 

Mijn eerste ervaring met schuldenproblematiek was mijn benoeming in 1985 tot curator in het faillissement van een echtpaar dat gefraudeerd had. Na de weigering van het toenmalige GEB het saneringsaanbod te aanvaarden, terwijl alle overige meewerkende crediteuren meewerkten, is destijds in samenwerking met de Gemeentelijke Kredietbank Rotterdam via de route van een dwang-akkoord het faillissement afgerond; dat echtpaar had zo de kans een nieuwe start te maken, nadat er veel was misgegaan. Deze samenwerking met de GKB leidde destijds tot een aantal publicaties over dit onderwerp welke samenwerking tot op de dag van vandaag doorloopt. Het was in die tijd gemakkelijker om het probleem op te lossen doordat de crediteuren niet veel keus hadden ten aanzien van de wijze van akkoord-aanbieding. Alleen de gedragscode NvvK in haar oervorm kon hierin enigszins als leidraad dienen. Beslag op uitkeringen was niet mogelijk tot 1992. In de afgelopen 23 jaar heb ik een ontwikkeling gezien naar formalisering en verdere uniformering van schuldhulpverlening inclusief de berekening van het vrij te laten bedrag en het aanbod.  De groei van het aantal mensen met schulden maakte deze ontwikkeling noodzakelijk.

 

Ontwikkelingen


Ook door de verhoging van de incidentie van schuldproblemen in de praktijk van crediteuren was er een behoefte aan standaardisering. Daarmee werd de “zieligheids”-factor, zoals ik die zou willen noemen, minder bepalend voor de aanvaarding van een voorstel. De toetsing van de kwade trouw is, soms terecht en soms ten onrechte, een steeds grotere rol gaat spelen bij het besluit om al dan niet mee te werken. De discussie over de door de schuldenaar gemaakte afweging bij het ontstaan van de vordering, werd 25 jaar geleden nagenoeg niet gevoerd; men realiseerde zich dat er een eindigheid was aan de verhaalsmogelijkheid van de vordering en koos eieren voor zijn geld. Tegenwoordig stellen crediteuren vaker, dat de schuldenaar ten tijde van het aangaan van de vordering wìst, of had moeten weten, dat hij de vordering niet kon voldoen. Het begrip “jonge schuld” was niet aan de orde, er was sprake van het schuldenpakkèt, dat moest worden opgelost. Ook crediteuren zijn verder geprofessionaliseerd in het managen van hun debiteuren.

 

Na mijn eerste contacten met de gemeente Rotterdam kwamen al snel ook meer dossiers uit het minnelijk traject op mijn pad, hoewel de term minnelijk traject in die periode nog niet werd gebruikt. In die dossiers kwamen ook meer juridisch relevante onderwerpen als verjaring en hoofdelijkheid aan de orde. Ook gemaakte betalingsafspraken waaraan crediteuren zich al dan niet aan gebonden achtten, zeg maar het algemene verbintenissenrecht, kwamen daarbij aan de orde. In die zin was ik al vroeg voorstander van  juridisering van de hulpverlening.

 

Oorzaken


Voor de toename van de schuldenproblematiek zie ik allereerst een veranderende moraliteit. Waar vroeger de houding was: “geef alleen uit wat je kunt betalen en spaar voor wat je niet kan kopen”, daar zie je nu de zoektocht naar krediet om de acute materiële behoefte direct te bevredigen omdat men denkt daar in immateriële zin gelukkig(er) van te worden.

 

Kort weergegeven: een verschuiving van het uitgeven van gespaard geld naar het uitgeven van geleend geld. Daarnaast zijn er ook exogene factoren die bijdragen aan de toenemende schuldenproblematiek zoals de kosten van de huishouding, de kosten van de energie, de kosten van de zorgverzekering. Deze hebben gemaakt dat de liquiditeit in met name de onderste inkomenscategorieën meer onder spanning verkeert waardoor extra de neiging ontstaat eerder naar krediet te grijpen. Nederland onderscheidt zich wel in positieve zin ten opzichte van andere landen, omdat wij kredietverstrekking verdergaand beteugelen in wetgeving en gedragscodes voor consumptief krediet en hypotheken. Ik denk overigens niet dat verhoging van de bijstandsnorm direct een vermindering van de schuldenproblematiek zal geven, aangezien het de kredietbehoefte voor de aanschaf van materiële goederen op zichzelf niet zal verminderen; het kan altijd meer, beter, mooier en duurder. Vanzelfsprekend moet de bijstandsnorm wel altijd voldoende zijn om te voorzien in de noodzakelijke kosten van bestaan.

 

Ook in maatschappelijk zin constateer ik dat factoren doorwerken die voortvloeien uit veranderende relaties en familieverhoudingen. Waar je vroeger het gezin als atomaire eenheid had, heb je nu één-oudergezinnen, alleenstaanden die allemaal hun individuele huishouding en bestedingsbehoefte hebben; daarmee is de bestedingsbehoefte van de samenleving als zodanig ook toegenomen. Zelfs in gezinnen zie je trouwens al een opsplitsing van individuele behoeften, de kinderen hebben een televisie op hun kamer, een computer en nog verdere individuele consumptieaankopen. Daarmee is ook de financiële behoefte van het gezin als kerneenheid toegenomen.

 

Juridisering


Op zich zie ik geen nadelige gevolgen van het juridiseren van het schuldhulpverleningstraject. Omgaan met  het schuldprobleem wordt niet bepaald door de mate waarin het al dan niet gejuridiseerd kan worden of gejuridiseerd wordt. Sterker, is eenmaal gekozen voor de gangbare weg van schuldhulpverlening dan zal, als gevolg van de juridisering, ook voor de crediteuren met het lege artis gedane voorstel het laatste woord gezegd zijn. Je ziet dat de terminologie van “redelijk aanbod” in artikel 287a van de Faillissementswet (noot redactie: gedwongen medewerking aan een betalingsvoorstel) heel goed doorontwikkeld zou kunnen worden naar een aanbod dat aan certificeringsnormen voldoet en waar een schuldeiser dus niet aan zou moeten kunnen ontkomen door neen te blijven zeggen. De categorie “weigerachtige schuldeiser” kan daarmee tot een heel beperkte categorie worden teruggebracht. Zonder juridisering zou dat naar mijn stellige overtuiging nooit zijn gelukt. Daarnaast blijft voor de “eenvoudige” regeling waarin bijvoorbeeld alleen een jaarafrekening van een energieleverancier geregeld moet worden, in tegenstelling tot een “full-blown” problematische schuldsituatie, toch altijd wel wat meer vormvrije hulp mogelijk. Dat zou bijvoorbeeld ook heel goed kunnen voor de groepen die  vroeger levenslang in een beschermde omgeving zouden hebben gewoond en die nu alleen wonen en die met soms eenvoudige administratieve ondersteuning al weggeleid kunnen worden van problematische schuldsituaties waarin zij, tot hun eigen ongeveinsde verbazing, een belangrijke schuldenlast blijken te hebben gecreëerd.

 

Eigen verantwoordelijkheid


Ten aanzien van de eigen verantwoordelijkheid van mensen voor het ontstaan van de schuldenproblematiek valt geen algemeen antwoord te geven. Iedereen kent de bekende schuldenloze variant van de alleenstaande moeder waarvan de partner met de noorderzon is vertrokken , haar achterlatend met de schulden uit de huwelijksgoederengemeenschap, dit in tegenstelling tot de boevenvariant waarin de schuldenaar calculerend meerdere kredieten tegelijkertijd op één dag  afsluit in de wetenschap dat verwerking bij het BKR tijd vergt. Niettemin blijft de hoofdregel altijd: “Belofte maakt schuld” en moet je een goed verhaal hebben wanneer je vindt dat in jouw geval deze hoofdregel niet zou gelden. Wat mij betreft is dat aan de hand wanneer wij noodzakelijke bescherming hebben onthouden aan degeen die beschermd moet worden, of dat nu gaat om jongeren, ouderen of verstandelijk gehandicapten  en waarbij wij hebben toegelaten dat die beschermwaardige in die situatie terecht is gekomen door gebrek aan noodzakelijke zorg. Zonder dat ik mij kan beroepen op onderzoeksgegevens valt het in mijn praktijk tegenwoordig ook vaak op dat allerlei schulden blijken te kunnen ontstaan van exotische proporties die terug te voeren zijn op ondersteunende subsidies en andere tegemoetkomingen waaraan latente restitutieverplichtingen zijn verbonden die door de ontvangers onvoldoende als zodanig zijn onderkend. De huur- en zorgtoeslagen, de PGB's, de studieschulden en dergelijke zijn erg eenvoudig om toegekend te krijgen en vervolgens heel erg ingewikkeld om terug te kunnen betalen. Naar mijn opvatting zou Vader Staat zich daarbij wat milder moeten opstellen in haar incassomogelijkheden. Dat de belastingdienst zich op dit moment (gelukkig) wat milder opstelt bij incasseren van haar terugvorderingen is terug te voeren op het feit dat zij zich, zeker in vergelijking met de normen die gelden voor consumptieve kredietverstrekkers, anders heeft gedragen dan als goed huisvader. En wie met geld smijt zonder een rudimentaire controle loopt het risico zijn geld niet terug te krijgen.

 

Kritisch onderzoek


Voor de toekomst is nog veel onderzoek nodig naar schuldenproblematiek; niet in de laatste plaats naar de WSNP. Feit is dat één op de vier toegelaten personen in de WSNP geen schone lei krijgt; dat vraagt om een antwoord. Verder blijft het mij toch wel enigszins verbazen dat de regionale verschillen tussen rechtbanken zo groot zijn. Het is niet redelijk dat je door andere dan casusgerelateerde aspecten in een bepaald arrondissement meer kans hebt op een schone lei dan in een ander arrondissement; het is de vraag of de Recofarichtlijnen in de verschillende arrondissementen op dezelfde wijze worden gehanteerd . Dat geldt overigens ook het hulpaanbod in het minnelijk traject. Het zou een punt van voortdurende zorg moeten zijn dat er momenteel in Nederland geen gelijkheid van toegang tot schuldhulpverlening is voor iedere burger in Nederland.  Je ziet witte vlekken op de kaart en soms lange wachtlijsten die grote zorg oproepen. Centraal zou aangestuurd moeten worden, dat er binnen afzienbare tijd op afzienbare afstand toegang tot goede, binnen gecertificeerde hulpverlening is. De toebedachte regieverantwoordelijkheden aan gemeenten, moet gepaard gaan met een verplichting tot een minimum aan schuldhulpverlening. Via een monitoring van wachttijden, dienstverleningsomschrijvingen en andere relevante criteria zou dan op vaste frequentie gerapporteerd kunnen worden aan bijvoorbeeld SZW. Kwesties als in de Bommelerwaard kunnen daarmee voorkomen worden. In de Bommelerwaard  liepen de wachttijden tot 16 maanden op wegens het niet besteden van gelden aan schuldhulpverlening hoewel de verstrekking van deze gelden wel plaatsvond met de intentie deze ze te besteden aan schuldhulpverlening maar zonder oormerking (aangezien gemeenten dat liever niet hebben).

 

De toekomst


Schuldhulpverlening is nog niet aangekomen waar zij zou moeten zijn.  Op dit moment behoeven de certificering en haar implementatie, de administratieve aansluiting van het minnelijk op het wettelijk traject onze aandacht. Ook een problematiek waarvan wij de dimensie steeds dieper van gaan doorgronden is de weigerachtige debiteur. Tot nu toe is er terecht vooral veel aandacht geweest voor de weigerachtige schuldeiser, maar het aantal debiteuren dat wegloopt, nadat de intake heeft plaatsgevonden in het kader van hulpverlening is ook zorgwekkend hoog. Wij moeten manieren verzinnen om mensen vast te houden; ik vind dat de vrije wil van mensen zijn beperking vindt in de maatschappelijke overlast die zij veroorzaken. Door korting op de bijstand, opgelegde begeleiding, misschien eerder beschermingsbewind kan er een aangrijpingspunt gecreëerd worden om weigerachtige debiteuren beter te motiveren en gemotiveerd te houden. Aangezien de juridische tools nu in de gereedschapskist zitten, is het aan de schuldhulpverlener aan te tonen dat het minnelijk traject kwalitatief in de pas loopt met het wettelijk traject. De crediteur zal daaraan de conclusie moeten verbinden dat hij beter zo snel mogelijk een aanbod kan aanvaarden, aangezien er niet meer in zit en het bij de route van het wettelijk traject zeker minder wordt in verband met de daaraan verbonden kosten.

 

Het is trouwens ook nog interessant te onderzoeken of, op dit moment net als bij toegang tot de schuldhulpverlening ook geldt, dat, mensen ongelijke toegang hebben tot bepaalde saneringsproducten zoals saneringskrediet of schuldbemiddeling. De voorkeur van een schuldhulpverlener de bereidheid van  een gemeente daarvoor al dan niet borg te staan, zou daarin niet de bepalende factor moeten zijn.

 

Voorontwerp nieuwe Insolventiewet


Bespreking van de schuldhulpverlening zonder de commissie Kortmann de revue te laten passeren is niet mogelijk. Bij dit voorontwerp zijn wel enige opmerkingen te maken. Het voorstel van de commissie Kortmann is onvoldoende geënt in de praktijk van de schuldhulpverlening zoals die na wijziging van de WSNP per 1 januari  2008 luidt. De samenstelling van de commissie geeft geen aanleiding te veronderstellen dat de WSNP de daadwerkelijke aandacht heeft gehad van de commissie Kortmann. De insolventie van boedels van grote ondernemingen behoeft andere verkeersregels dan de afwikkeling van een beperkte boedel van een natuurlijk persoon inclusief besluitvorming over toekenning van de schone lei. Invoering van het ontwerp Kortmann zou ik dan ook een aantal stappen terug vinden op de weg naar optimalisering van de sanering van de schulden van natuurlijke personen. De commissie Kortmann wil het voorontwerp breed-spectrum dekkend laten zijn. Zelf neig meer naar handhaving van de cesuur binnen de insolventiewet . Ook voorzie ik,  dat het voor debiteuren niet goed is, wanneer het rechterlijk toezicht wordt beperkt tot de eindfase en de goede trouwtoets bij toelating en de bijsturingsmogelijkheid gedurende het traject zijn komen te vervallen,  In mijn visie is het voorstel van de commissie Kortmann de wetgeving zoals die in het curatoren-Walhalla zou luiden; de legitieme vraag daarbij is of de Nederlandse maatschappij gebaat is bij een wet uit het curatoren-Walhalla. Het is mij niet gebleken dat Europese regelgeving zou nopen tot de in het voorontwerp gekozen vorm van wetgeving. Ik denk dat wij in Nederland prima in staat zijn schulden van natuurlijke personen te saneren zonder dat daarvoor Europese regelgeving noodzakelijk is. Op dit moment zie ik spoedige invoering van een nieuwe insolventiewet, laat staan wetswording van het voorontwerp van de commissie Kortmann niet als zeer voor de hand liggend. Het is een aanzet voor de discussie en voordat een aanzet tot een discussie zich vertaalt in verandering van een zeer zwaarwegende wet zal nog wel een decennium of meer in beslag nemen.

 

Tot slot


Er valt veel te zeggen over schuldenproblematiek en oplossing daarvan valt niet in één zin samen te vatten. Een bruikbare vuistregel in het veld van schuldenproblematiek zou in ieder geval kunnen zijn: “Stel zo vroeg mogelijk orde op zaken, anders keert de wal het schip!”

 


I.P. Van Rossen
Over de auteur:

Directeur van Modus Vivendi Wettelijk Traject B.V.

Sinds 1995 actief binnen schuldhulpverlening in minnelijk en wettelijk traject.

 
Advertisement
Template creation and website implementation by One-Company Interactieve Communicatie, Industrieweg 18, 4051 BW Ochten, Nederland. Telefoon: 0344-641040