Op maandag 25 augustus 2008 vereerde mevrouw C.A. Ortega, Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie, Modus Vivendi en de Voedselbank Rotterdam met een werkbezoek. Dit bezoek stond in het teken van schuldhulpverlening en armoedebeleid. Mevrouw Ortega wil kamervragen stellen over problemen waar cliënten in het schuldhulpverleningstraject tegenaan lopen. Ook belemmeringen die schuldhulpverleners ervaren in het uitvoeren van hun werk wil ze aan de orde stellen. Met haar bezoek aan de voedselbank heeft ze zich verdiept in de praktische ondersteuning die geboden wordt aan mensen in financiële nood en nader kennisgemaakt met armoedeproblematiek. Bezoek aan Modus Vivendi Op het kantoor van Modus Vivendi heeft mevrouw Ortega een rondleiding gekregen en daarbij met het personeel gesproken. Samen met een financieel consulent heeft ze cliënten geïnterviewd. Tijdens een werklunch heeft ze met de directie van Modus Vivendi gesproken.
Interview met cliënten In de gesprekken met cliënten zijn twee problemen met name aan de orde gekomen. Veel cliënten die deelnemen aan een schuldhulpverleningstraject ondervinden problemen bij het betalen van waterschapslasten, gemeentelijke heffingen e.d. Mensen met een minimum inkomen krijgen voor deze jaarlijkse lasten (gedeeltelijk) kwijtschelding. Cliënten in het traject worden ook op een minimum gezet, maar krijgen geen kwijtschelding voor deze lasten. Dit verschil is extra schrijnend wanneer het gaat om mensen die inkomen uit arbeid hebben. In de praktijk lijkt er meer voordeel te zijn in een uitkeringssituatie en dit ontneemt de prikkel om in loondienst te gaan werken. Het tweede punt van aandacht is de tijd die gemeenten en uitkerende instanties nodig hebben om een uitkering toe te kennen of aan te passen aan een gewijzigde (gezins)situatie. Dit leidt tot situaties waarbij mensen soms langere tijd niet het inkomen ontvangen waar zij recht op hebben. Als gevolg hiervan komt regelmatig voor dat mensen die voorheen net konden rondkomen toch in een problematische schuldsituatie terechtkomen en professionele hulp ingeschakeld moet worden.
Gesprek met directie Tijdens de werklunch zijn problemen besproken die schuldhulpverleners belemmeren in hun werk. Gepleit is voor gelijkstelling van private schuldhulp aan gemeentelijke kredietbanken. Moties en amendementen hieromtrent, die dankzij de inspanning van voormalig CU-kamerlid Leen van Dijke zijn aangenomen, zijn nooit geactiveerd. Ook is gesproken over de status van beheerrekeningen. Onder druk van strikte wetgeving zien schuldhulpverleners zich nu genoodzaakt gelden te beheren als gemachtigde op een rekening op naam van de cliënt. Dit brengt als problemen mee dat beslag door schuldeisers op deze gelden mogelijk is. Ook houden cliënten zelf toegang tot de gelden. Niet zelden heeft dit al geleid tot voortijdige beëindiging van het traject. De ondoorzichtigheid van aanbestedingsprocedures is ook aangekaart. Er is gepleit voor het zgn. Zeeland-model. Dit houdt in dat de prijs vooraf wordt vastgesteld en heeft tot gevolg dat er op kwaliteit geconcurreerd moet worden. Tenslotte is er gesproken over de wachtlijsten in grote steden en de onwil om deze wachtlijsten uit te besteden aan private instellingen. Met betrekking tot deze onderwerpen is afgesproken dat Modus Vivendi materiaal uit de praktijk bij mevrouw Ortega aanlevert ter verduidelijking. Zij zal ze vervolgens op de politieke agenda zetten door het stellen van kamervragen.

Bezoek voedselbank In de middag werd het programma vervolgd met een bezoek aan Voedselbank Rotterdam. Bij dit bezoek werd mevrouw Ortega vergezeld door de voorzitter van Modus Vivendi de heer J. van Rossen. Ze hebben bij de voedselbank een rondleiding gekregen en er is gesproken met oprichters en directeursechtpaar Sies. Hierbij is ter sprake gekomen dat er op Europees niveau voedselbergen bestaan. Deze zijn voor de voedselbanken in Nederland niet beschikbaar omdat door de regering is aangegeven dat Nederland van deze overschotten geen gebruik wil maken. Mevrouw Ortega is gevraagd in de Kamer aan de orde te stellen dat dit standpunt gewijzigd moet worden zodat de voedselbank meer mensen kan helpen. Wat verder is opgevallen bij het bezoek aan de voedselbank is dat veel mensen die voedselhulp ontvangen ook kampen met schuldenproblematiek. Door de voedselbank is aangegeven dat zij zich actief willen opstellen in het doorverwijzen van deze mensen naar schuldhulpverlening.
|