Het verbod op schuldbemiddeling Afdrukken E-mail
woensdag 08 september 2010

Bewindvoerder WSNP:”Voor schuldbemiddeling tegen betaling is geen enkel wettelijk beletsel!”
(Interview met mr. dr. G.H. Lankhorst, Beleidsadviseur Directie Rechtsbestel Ministerie van Justitie)

“..Tevens kunnen de Wsnp-bewindvoerders op grond van de geldende vrijstelling in artikel 48 lid 1 sub c Wet Consumentenkrediet actief zijn bij schuldbemiddeling... “ (Kamerst. 32 123 VI, nr 125)



Op 1 september heeft de minister van justitie de zesde Meting van de monitor WSNP aan de Tweede Kamer aangeboden. De begeleidende brief behandelt in vogelvlucht deze gehele monitor en gaf daarnaast duiding aan een aantal conclusies in het onderzoek. Een van deze duidingen is de mogelijkheid van uitbreiding van het aantal soorten werkzaamheden dat de bewindvoerder WSNP - die daarvoor in aanmerking wil en kan komen –  voor zijn rekening kan nemen: minder complexe faillissementen, beschermingsbewinden en, en dat is opmerkelijk, schuldbemiddeling tegen betaling. Gezien een al 25 jaar lopend verbod op schuldbemiddeling waarbij  de uitzonderingscategorieën altijd zeer beperkt zijn uitgelegd is dat een bijzondere toevoeging te noemen en vraagt dat om een nadere toelichting welke mr. G.H. Lankhorst ook bereid was te geven. Hij schetst allereerst, bekeken door de ogen van Justitie, een status quo die op dit moment aan de hand is in de schuldhulpverlening:

“...Aansluiting tussen minnelijk en wettelijk traject is vanaf aanvang een constante probleem-factor geweest waar bepaalde gevoeligheden liggen; vanaf het eerste begin bestaan er fricties. Toch is het systeem in haar opzet zeer simpel: je probeert het eerst minnelijk, als je daar bent uitgepraat dan kun je een WSNP aanvragen. Toch zie je in deze natuurlijke overgang dat er ergens een belemmering zit; de model-verklaring wordt steeds minder vaak afgegeven; in 2008 zelfs de helft van het jaar daarvoor! De gelegitimeerde vraag is dan: “Waar blijven die mensen?”. Het is duidelijk dat zij de 285 model-verklaring nodig hebben als toegangsticket tot de WSNP, toch worden deze verklaringen niet opgesteld. Principieel werpt zich dan de vraag op of de toegang tot de rechter dan nog voldoende is gewaarborgd. De minister van Justitie brengt dit principiële punt in zijn brief van 1 september aan de Tweede Kamer ook nadrukkelijk over het voetlicht. Bij het opstellen van de wet is ook altijd uitgegaan van de idee dat eerst een minnelijk poging moet worden ondernomen; lukt dat niet: dan naar de rechter.

De doorstroming
De doorstroming moet er dan natuurlijk wel zijn. Omdat die er niet is gaat de raad van Rechtsbijstand hiernaar nu onderzoek doen in een quick-scan. Wij hopen dan iets meer zicht te krijgen in wat daar nu precies gebeurt met de mensen die geen model-verklaring krijgen maar uitgepraat zijn in het minnelijk traject. Op voorhand zijn er wel een aantal redenen te bedenken zoals keuze van schuldenaren zelf vanwege bijvoorbeeld moeilijke randvoorwaarden zoals verkoop van een auto. Het kan echter ook zijn dat de gemeenten, vanuit een financieringsnoodzaak, belang hebben bij zo groot mogelijke aantallen in het minnelijk traject en minder noodzaak hebben voor doorstroming. De opkomende aantallen beschermingsbewinden zouden wellicht voor een deel ook de afnemende aantallen doorstroom kunnen verklaren: men kan de problematiek kennelijk af met de daarin beschikbare wettelijke instrumenten. Wat je daarover ook kunt zeggen, er is noodzaak voor betere informatie dan de wandelgangen-informatie die nu bestaat.
Het gaat niet zozeer om verwijten over veronderstelde “falende” minnelijke trajecten. Het zijn objectieve, zakelijke constateringen als er niet tot een regeling gekomen kan worden, bijvoorbeeld omdat het dossier te complex was, omdat schuldeisers en schuldenaar niet tot overeenstemming konden komen.. Anders gezegd: het minnelijke traject is het laagste escalatie-niveau, als dat in een bepaald geval niet werkt dan schalen we op, niets meer, niets minder.

De kwaliteit
Het blijft natuurlijk een opmerkelijke kanteling dat bij aanvang van de WSNP in 1998 de gedachte heerste van stok achter de deur en dat nu, naast de inmiddels bekende voorkeur van crediteuren voor de WSNP, zelfs bij schuldenaren een voorkeur begint te ontstaan voor de WSNP. De duidelijkheid in de uitvoering en de zekerheid van een schone lei bij nakoming van de afspraken trekken schuldenaren kennelijk aan! Misschien is het wel een uiting van de sterke behoefte bij de twee actoren in dit veld, de schuldenaar en de schuldeiser, aan duidelijkheid en voorspelbaarheid.
Daarbij geldt te allen tijde dat op de kwaliteit van zowel het minnelijke als het wettelijke traject geen concessies mogen worden gedaan. Het gaat altijd om mensen die zich in een afhankelijke positie bevinden en een potentieel uitzichtloze schuldenposities hebben; dat schept verantwoordelijkheden. Ook het borgen van belangen van schuldeisers speelt een rol in de werkzaamheden. Zowel het minnelijke als het wettelijk traject kunnen daaraan niet voorbij gaan. De figuur die in die problematiek een spin in het web is, moet wel aan zekere kwaliteitsmaatstaven voldoen. In die zin is het jammer dat de certificering er nog niet is, maar wij blijven hopen en wellicht dat anders de branche zelf met eigen kwaliteitsnormen kan komen en een soort beheerder van de norm wordt op dezelfde wijze als bij bijvoorbeeld de gerechtsdeurwaarders. Misschien dat de schuldhulpverleningsnorm zich dan iets meer ontwikkelt vanuit de “wat willen we niét”-norm naar de “wat willen we wél”-norm. Ik kan mij voorstellen dat een dergelijke norm een soort basis-kwaliteit neerzet vanuit en vanaf waar iedereen werkt. Dat geeft schuldeisers vertrouwen in de afwikkeling en dat bevordert het aantal minnelijke schuldregeling meer dan een gedwongen afkoelingsperiode die een schuldeiser helemaal onwillig maakt.

Schuldbemiddeling
In zijn begeleidende brief, waar de minister refereert aan schuldbemiddelingsactiviteiten van de bewindvoerder WSNP, refereert hij feitelijk aan art. 48 WCK. In dat artikel worden een aantal vrijstellingen omschreven van het algemene verbod op schuldbemiddeling. De bekendste zijn natuurlijk de advocaten, curatoren, notarissen, accountants en gerechtsdeurwaarders. Vanaf het eerste begin van de wet heeft daarin ook de bewindvoerder ingevolge de faillissementswet aangesteld, vermeld gestaan. Weliswaar bestonden de bewindvoerders WSNP nog niet toen dit artikel werd opgesteld en zag het artikel met name op bewindvoerders in surseance maar strikt juridisch geredeneerd: als de wetgever het anders bedoeld zou hebben dan had zij de bewindvoerders in de schuldsanering uitgesloten van die vrijstelling toen die wet in 1998 in werking trad. Dat is niet gebeurd. Daarnaast is de uitzonderingsbepaling in art. 48 heel algemeen geformuleerd: “ingevolge de faillissementswet aangesteld”. Het is dan niettemin goed, ook voor de rechtszekerheid, om zwart op wit bevestigd te zien dat dat dus mag. De markt ging daar inmiddels ook min of meer van uit, op basis van ambtelijke mededelingen. Het ligt ook voor de hand, want we moeten niet vergeten dat bewindvoerders WSNP bij uitstek de deskundigen zijn in de schuldenproblematiek. Als zij het niet zouden mogen wie dan wel? In die zin was deze mededeling van de minister een heel natuurlijke lijn en goed om te laten blijken dat de minister geen bezwaar heeft tegen schuldbemiddeling door bewindvoerders WSNP. Met andere woorden: “Voor schuldbemiddeling tegen betaling is geen enkel wettelijk beletsel!”.

De Wsnp-bewindvoerder heeft als beroepsgroep ook bepaalde waarborgen die maken dat de werkzaamheden bij hem of haar aan het goede adres zijn. “De bewindvoerder WSNP is een sterk merk”. Hij is speciaal opgeleid, geauditeerd, geregistreerd, heeft een verplichte beroepsaansprakelijkheidsverzekering en een afgezonderde derdenrekening, en heeft in de afgelopen jaren inmiddels een vertrouwen opgebouwd bij de rechterlijke macht. Dat allemaal tezamen rechtvaardigt ook deze expliciete mededeling.

Verdere activiteiten
Naast de schuldbemiddeling ligt het voor de hand dat bewindvoerders WSNP ook een gefundeerde opinie kunnen afgeven over de vraag of escalatie geboden is vanuit het minnelijk naar het wettelijk traject. Dat zou kunnen betekenen dat ook zij model-verklaringen gaan afgeven; dat wordt nu onderwerp van onderzoek in de Quickscan die in deze brief is aangekondigd. Daarmee zou het mes aan twee kanten snijden: enerzijds bedient een bewindvoerder WSNP, als schulddeskundige bij uitstek, een klant van aanvang schuldbemiddeling tot het portaal van de WSNP (en voorbij), anderzijds ontlasten zij gemeenten in het kunnen wegwerken van achterstanden, wachtlijsten en hun enorme werkvoorraad die, blijkens de jaarverslagen van de NVVK, ieder jaar groeit. Met de komst van de wet gemeentelijke schuldhulp is het voor gemeenten immers zaak om aan de wachtlijsten te gaan werken. De doorstroming wordt daardoor bevorderd en de toegang tot de rechter blijft gewaarborgd. Dit kan natuurlijk uitstekend bestaan naást de afgifte-route van model-verklaringen via de gemeenten, het is niet de bedoeling om de afgifte weg te halen uit de gemeentelijke sfeer. Zie het als een helpende hand van Justitie aan het minnelijke traject! Sterk punt daarbij is de hele digitale keten van de WSNP waarin zonder al teveel moeite de afgifte van verklaringen door de bewindvoerder WSNP kan plaatsvinden, al dan niet gemandateerd door of via de Raad voor Rechtsbijstand. Als bijvoorbeeld bewindvoerder X de modelverklaring opstelt, dan is het niet de bedoeling dat die bewindvoerder ook weer benoemd wordt in het wettelijk traject. Daar is het toezicht van de rechter natuurlijk voor, nog daargelaten dat de Raad voor Rechtsbijstand daar ook uitstekend een rol bij kan spelen.

De beroepsgroep
Het ligt voor de hand, aldus de minister in de brief over de 6e monitor Wsnp, dat de beroepsgroep WSNP-bewindvoerders haar werkveld zal kunnen uitbreiden, zoals met de alsmaar groeiende markt van het beschermingsbewind. Het ligt qua werkproces toch dicht bij het WSNP-werk. Voor veel bewindvoerders WSNP is dat zeer waardevol en maatschappelijk belangrijk werk waarbij je natuurlijk iets meer hulpverlener bent dan in je hoedanigheid van bewindvoerder WSNP. Bij werkbezoeken heb ik dat ook met eigen ogen gezien. Daarnaast ligt het ook zeker voor de hand dat de bewindvoerder WSNP wat meer eenvoudige faillissementen gaat proberen uit te voeren. Je bent natuurlijk afhankelijk van de rechtbanken en hun benoemingenbeleid. Maar als de bewindvoerder WSNP zijn expertise vergroot door bijvoorbeeld cursussen bij Insolad zal een rechtbank daar wellicht open voor staan. Daarnaast biedt de al eerder genoemde schuldbemiddeling een belangrijke mogelijkheid voor de bewindvoerder en is ook het aantal benoemingen weer aan het stijgen; blijkens recente cijfers van het bureau WSNP bijna 20% meer dan dezelfde periode vorig jaar! 

Belangrijk daarbij blijft dat de beroepsgroep of de bewindvoerder het ontwikkelen van al die activiteiten wel zélf moet doen; er is niemand die ze aan het handje neemt en zegt wat en hoe ze het moeten doen. Het blijft belangrijk vanuit je eigen kracht te redeneren. Met haar unieke positie op het snijvlak van juridisch en sociaal, vergelijkbaar met bijvoorbeeld de gerechtsdeurwaarder, heeft de bewindvoerder WSNP een mooi beroepsveld voor zich liggen. Naast de traditionele juridisch technische beroepen en de grote hoeveelheid sociale expertise ligt er, denk ik, toch ook een uitdaging om die twee te combineren. Met het “merk” bewindvoerder kan toch veel meer aan de weg getimmerd worden dan nu gebeurt. De branchevereniging kan daar een heel belangrijke rol in spelen. Daar is dan natuurlijk wel daadkrachtig optreden nodig vanuit de branche-vereniging zelf; de KbvG en haar huidige voorzitter, kan daarin wellicht de branchevereniging als voorbeeld dienen. Positief, stevig en met een duidelijke visie op de ontwikkeling van de beroepsgroep mét een zicht op een breder belang dan uítsluitend de beroepsgroep. Het is belangrijk dat je niet alleen jouw boodschap van eigen belang de wereld “intoetert” maar ook omgaat met hoe de buitenwereld tegen het beroep aankijkt. Een mooie uitdaging voor de branche!"


I.P. Van Rossen
Over de auteur:

Directeur van Modus Vivendi Wettelijk Traject B.V.

Sinds 1995 actief binnen schuldhulpverlening in minnelijk en wettelijk traject.

 
Advertisement
Template creation and website implementation by One-Company Interactieve Communicatie, Industrieweg 18, 4051 BW Ochten, Nederland. Telefoon: 0344-641040